Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen of e-mailen u en doen alsof ze van De Nederlandsche Bank zijn. Ga hier niet op in! Wij bellen of e-mailen u nooit. En wij vragen u nooit om gegevens of om geld over te maken. Lees meer

Hogere inflatie vooral door brandstofgerelateerde producten

Achtergrond

Stijgende prijzen voor brandstof en reizen vallen veel huishoudens direct op. Daardoor lijkt het alsof alles duurder wordt. Maar het ligt genuanceerder. Sommige prijzen stijgen sterk, terwijl andere nauwelijks veranderen of zelfs dalen. Daarom kijken centrale banken niet alleen naar de totale inflatie, maar ook naar welke producten en diensten hiervoor verantwoordelijk zijn.

Gepubliceerd: 14 juli 2026

Een KLM vliegtuig wordt met kerosine getankt voor vertrek op de luchthaven Amsterdam.

Inflatie wordt vaak samengevat in één getal: de prijsstijging van het gemiddelde mandje goederen en diensten dat huishoudens kopen. Dat mandje bestaat uit veel verschillende producten, zoals voedsel, energie, diensten en goederen. Als de prijs van al deze producten toeneemt dan noemen we dat breedgedragen inflatie. Als de prijs van slechts een aantal producten stijgt terwijl het mandje als geheel ongeveer even duur blijft – bijvoorbeeld omdat andere prijzen nauwelijks veranderen of zelfs dalen - dan noemen we dat relatieve prijsveranderingen. Voor centrale banken, die proberen om inflatie op doelstelling van 2% te houden, is het belangrijk om te weten of inflatie breedgedragen is of niet. 

Onderstaande tabel laat zien wat er achter het inflatiecijfer schuilgaat. De bovenste rij laat zien hoe inflatie in Nederland zich maandelijks heeft ontwikkeld sinds januari dit jaar. De rijen daaronder tonen de prijsveranderingen van verschillende bestedingscategorieën. De totale inflatie is gelijk aan het gemiddelde van deze prijsveranderingen. De kleuren geven de hoogte van de prijsstijgingen weer: rood staat voor relatief hoge prijsstijgingen en blauw voor relatief lage prijsstijgingen of zelfs prijsdalingen. De rijen tellen niet op tot de totale inflatie, omdat bestedingscategorieën verschillende gewichten hebben.

Vooral brandstoffen en gerelateerde producten stegen in prijs

De rijen in de tabel laten zien dat sinds maart 2026 vooral brandstofprijzen zijn toegenomen. Dat sluit aan bij wat veel huishoudens in het dagelijks leven ervaren: prijzen aan de pomp zijn zeer zichtbaar en kunnen daardoor al snel het gevoel geven dat de inflatie breed toeneemt. De tabel laat echter ook zien dat de prijsstijgingen vooralsnog geconcentreerd zijn in producten en diensten die direct of indirect samenhangen met brandstoffen. In het bijzonder vallen de sterke prijsstijgingen op bij brandstoffen en smeermiddelen, pakketreizen en accommodaties, en vervoersdiensten. Dit hangt samen met de recent gestegen olieprijzen, die relatief snel doorwerken in reis- en transportkosten en andere gerelateerde diensten.

Niet alle prijzen reageren even snel

Opvallend is dat de prijs voor gas en elektriciteit sinds februari juist lager ligt dan een jaar geleden. De reden is dat veel huishoudens nog profiteren van energiecontracten die zijn afgesloten in de periode vóór de oorlog in het Midden-Oosten. In die periode waren energietarieven juist aan het dalen.

Ook bij voedselprijzen is dit het geval. Hoewel voedselprijzen historisch gezien vaak gevoelig zijn voor energieprijzen, laat de tabel zien dat de inflatie van voedsel tot nu toe relatief beperkt is. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo hebben sterke oogsten eerder dit jaar en hoge wereldwijde graanvoorraden de prijsontwikkeling gedrukt. Daarnaast geldt dat hogere energie- en kunstmestprijzen vooral invloed hebben op toekomstige oogsten, en daarom met vertraging doorwerken in consumentenprijzen en inflatie. Tot slot is het waarschijnlijk dat voedselproductie en -handel zich (gedeeltelijk) aanpassen om een deel van de schok op te vangen.

Hogere energieprijzen werken nog beperkt door

Prijsstijgingen beperken zich vooralsnog tot brandstofgerelateerde producten en diensten. Prijzen van industriële goederen en overige diensten lopen veel minder sterk op. Dat wijst erop dat zogenoemde tweede-ronde effecten van hogere energieprijzen (via bijvoorbeeld hogere lonen) vooralsnog beperkt blijven. Met andere woorden: de huidige prijsstijgingen lijken nog niet breed door te werken in de rest van de economie.

Risico op breedgedragen inflatie

Hoewel de inflatie momenteel vooral wordt opgestuwd door een beperkte groep producten en diensten, is het mogelijk dat de prijsstijgingen zich op termijn verbreden. Zo krijgen huishoudens te maken met hogere energietarieven wanneer hun bestaande contracten aflopen en werken hogere energie- en kunstmestprijzen met vertraging door in voedselprijzen. Ook kunnen aanhoudende geopolitieke spanningen leiden tot hogere kosten voor bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan hogere transportkosten als belangrijke handelsroutes worden verstoord, of aan duurdere grondstoffen en onderdelen vanwege aanbodbeperkingen. Deze hogere kosten kunnen vervolgens worden doorberekend in de prijzen van een bredere groep goederen en diensten. Als prijsstijgingen bovendien leiden tot hogere lonen, kan de prijsdruk verder toenemen, waardoor de inflatie stijgt.

Het is daarom belangrijk voor centrale banken om de inflatieontwikkelingen nauwlettend te blijven volgen. Of de inflatie zich daadwerkelijk verbreedt hangt onder meer af van hoelang de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten aanhouden, of belangrijke handelsroutes zoals de Straat van Hormuz verstoord blijven, of de druk op mondiale productieketens aanhoudt met hogere prijzen tot gevolg, en in hoeverre lonen reageren.

Inflatie in beeld

Dit nieuwsbericht maakt deel uit van de serie Inflatie in beeld. In deze reeks artikelen gaan we in op verschillende aspecten van inflatie en de ontwikkeling daarvan.

Lees de eerder verschenen artikelen hier

Ontdek gerelateerde artikelen