Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

07 september 2021 Algemeen
Mensen knappen hun huis op

De kosten die horen bij het bezit van een eigen woning gaan meetellen bij de inflatiemaatstaf van de Europese Centrale Bank (ECB). Dat is nu grotendeels nog niet het geval, maar de ECB vindt het belangrijk dergelijke kosten wel mee te wegen om zo een nauwkeuriger inflatiemeting te hebben die beter aansluit bij de prijsstijgingen zoals burgers die  ervaren.

Het gaat onder meer om de kosten voor de aanschaf van nieuwbouwwoningen of voormalige huurwoningen, de verwervingskosten van koopwoningen (onder meer makelaar en notaris), renovatie en onderhoud van een woning en om verzekeringspremies. De aanschaf van een bestaande koopwoning wordt niet opgenomen in de nieuwe maatstaf. De ECB heeft zich deze zomer gecommitteerd aan een implementatietraject voor dit besluit, en neemt tot het besluit volledig is geïmplementeerd, de reeds beschikbare indicatoren mee in haar overwegingen.

Kosten eigenwoningbezit vallen buiten de HICP

De ECB streeft naar stabiele consumentenprijzen. Zij richt zich hierbij op een speciaal ontwikkelde Europese geharmoniseerde prijsindex, de zogeheten HICP (Harmonised Index of Consumer Prices), die voor het eurogebied per jaar met ongeveer 2% mag stijgen. De laatste jaren was de prijsstijging steeds lager dan 2% en hield de ECB de rentes laag om de inflatie te laten stijgen. Maar veel consumenten, zeker in Nederland, lieten tijdens sessies die de ECB organiseerde om de mening van burgers te horen, juist weten meer last te hebben van stijgende prijzen. Zij verwezen dan naar de sterk gestegen kosten van het eigenwoningbezit. Deze kosten vallen echter voor het grootste deel buiten de HICP, terwijl ze wel een groot aandeel hebben in de bestedingen van eigenwoningbezitters. Het ontbreken van de kosten voor eigenwoningbezit in de inflatiemaatstaf kan eraan bijdragen dat er een relatief groot verschil ontstaat tussen de inflatie die mensen ervaren en de inflatie die de ECB meet.

De prijsindex voor de kosten van eigenwoningbezit (OOHPI-index) meet de kosten van eigenwoningbezit. Deze bevat de kosten van de aanschaf, reparatie, en onderhoud van de woning en verzekeringspremies. De kosten van de aanschaf van de woning omvatten, naast de koopprijs, ook de overdrachtsbelasting en de kosten voor de makelaar en de notaris. De laatste jaren is de OOHPI in Nederland vrij sterk gestegen onder invloed van de stijgende huizenprijzen. In het eurogebied als geheel is de stijging van OOHPI veel lager, maar wel hoger dan de HICP-inflatie (figuur 1).

Figuur 1: Inflatie (HICP) en woonkostenindex (OOHPI)

ECB neemt kosten eigenwoningbezit mee in inflatie

Als onderdeel van de strategieherziening heeft de ECB onderzocht hoe de kosten van eigenwoningbezit kunnen worden opgenomen in de HICP. Meerdere opties zijn bekeken en aan iedere maatstaf zitten haken en ogen. In lijn met de inzet van DNB is door de ECB uiteindelijk besloten de bestaande OOHPI-index op termijn op te nemen in de HICP. Voor het zover is, moet echter nog flink wat werk worden verzet. Zo is de OOHPI-index alleen op kwartaalbasis beschikbaar en niet voor alle landen, terwijl de HICP iedere maand verschijnt. Ook moet er nog een gewicht worden berekend die de post kosten eigenwoningbezit in de HICP krijgt. Hiermee gaat Eurostat aan de slag, in samenspraak met de nationale statistische bureaus. Tot slot moet er naast deze praktische zaken ook een juridisch proces worden doorlopen voordat de kosten eigenwoningbezit in de officiële HICP kunnen worden meegenomen.

 

Het gaat zodoende nog tot omstreeks 2026 duren voordat de aangepaste HICP inclusief de post kosten eigenwoningbezit is geïmplementeerd. Dat betekent echter niet dat er op de korte termijn niets verandert. Zo heeft de Raad van Bestuur van de ECB aangegeven de bestaande OOHPI-index voor het eurogebied al een plaats te geven in de beraadslagingen. DNB werkt ook hard aan een oplossing om de kosten van eigenwoningbezit zo goed mogelijk te verwerken in onze eigen analyses.

Uiteindelijke invloed op de inflatie naar verwachting beperkt

Gebruikmakend van de beschikbare data en een schatting van de gepaste gewichten, zou het meewegen van de kosten eigenwoningbezit het afgelopen decennium de HICP-inflatie in het eurogebied gemiddeld ongeveer 0,2 procentpunt hoger hebben doen uitvallen. Voor Nederland, waar de OOHPI-inflatie hoger ligt, zou de HICP momenteel ongeveer 0,5 procentpunt hoger uitkomen. Uit figuur 1 blijkt dat dit overigens niet altijd het geval hoeft te zijn. Er is ook een aantal jaren geweest waarin de OOHPI-index minder snel toenam dan de HICP. De invloed zal naar verwachting dus merkbaar, maar beperkt zijn. In periodes waarin de ontwikkeling van huizenprijzen sterk afwijkt van de HICP en het gewicht van de kosten van eigenwoningbezit relatief groot is, , kan de invloed van OOHPI op de HICP groter zijn.  In Nederland zou dit, zeker terugkijkend, het geval zijn geweest.

Dit artikel is de tweede in een korte reeks DNBulletins over de strategieherziening van de ECB.  Eerder verscheen een bulletin over de inflatiedoelstelling. Volgende DNBulletins gaan over het analytisch raamwerk op basis waarvan de ECB het monetaire beleid bepaalt, en de rol van klimaatoverwegingen binnen monetair beleid.