Olieprijs omhoog, rente onveranderd: waarom laat de ECB de rente gelijk?
Geopolitieke spanningen zorgden de afgelopen maanden voor onrust op de oliemarkt. Dat kan gevolgen hebben voor inflatie. Toch liet de ECB de rente in juli onveranderd op 2,25%. In dit artikel leggen we uit waarom.
Gepubliceerd: 29 juli 2026
© ANP
Waarom verhoogde de ECB de rente niet?
Een hogere olieprijs betekent niet automatisch dat de ECB de rente verhoogt. De ECB richt zich op prijsstabiliteit op middellange termijn. Tijdelijke schommelingen in energieprijzen leiden daarom niet mechanisch tot een renteaanpassing. Doorslaggevend is of dergelijke prijsstijgingen doorwerken naar de rest van de economie en uitmonden in bredere en langdurigere inflatiedruk. Dat kan gebeuren wanneer bedrijven hun hogere kosten doorberekenen in verkoopprijzen of wanneer werknemers hogere lonen eisen om het verlies aan koopkracht te compenseren.
De belangrijkste reden dat de ECB de rente in juli niet verhoogde, is dat de recente ontwikkelingen op de energiemarkten de inflatievooruitzichten vooralsnog niet wezenlijk hebben veranderd ten opzichte van het basisscenario in de juniramingen. Tegelijkertijd blijft de onzekerheid groot. De ECB volgt daarom niet alleen de olieprijs, maar ook andere indicatoren zoals gasprijzen, transportkosten, lonen en inflatieverwachtingen. De komende periode moet duidelijk maken of de stijging van de energieprijzen leidt tot meer aanhoudende inflatiedruk.
Waarom zijn ontwikkelingen op de energiemarkt belangrijk voor de ECB?
Om te begrijpen waarom de ECB de ontwikkelingen op de oliemarkt zo nauwlettend volgt, is het goed om te begrijpen hoe energieprijzen kunnen doorwerken in de inflatie. De ECB streeft naar prijsstabiliteit en richt zich daarbij op de inflatie in het eurogebied: de gemiddelde prijsstijging van alle goederen en diensten die huishoudens consumeren. De olieprijs speelt daarin een belangrijke rol, omdat olie op veel plekken in de economie wordt gebruikt. Het is daarom belangrijk voor de ECB om te beoordelen of hogere energieprijzen zich verspreiden naar de rest van de economie.
Huishoudens merken hogere olieprijzen bijvoorbeeld direct aan de pomp. Maar de invloed van olie reikt verder dan alleen brandstof. Bedrijven gebruiken olie en olieproducten voor transport, productieprocessen en de levering van goederen. Wanneer hun kosten stijgen, kunnen zij een deel daarvan doorberekenen in hun verkoopprijzen. Daardoor kunnen uiteindelijk ook de prijzen van veel andere goederen en diensten oplopen, zoals waargenomen in de energiecrisis van 2022 (figuur 1).
Wat gebeurt er op de oliemarkt?
De oorlog tussen de VS en Iran heeft geleid tot hogere olieprijzen en grotere schommelingen op de oliemarkt (blauwe balk in figuur 2). Hoewel de olieprijs na een voorlopig vredesakkoord aanvankelijk daalde, liep deze weer op toen de spanningen opnieuw opliepen. De sterke reactie van de olieprijs hangt samen met verstoringen van de mondiale olie-aanvoer. Een belangrijk deel van de wereldwijde oliehandel verloopt via de Straat van Hormuz, waardoor spanningen in de regio grote gevolgen kunnen hebben voor de beschikbaarheid van olie. Daarnaast droegen verstoringen van handels- en transportroutes in de Rode Zee bij aan onzekerheid over de mondiale olievoorziening.
De gevolgen van dergelijke verstoringen kunnen tijdelijk worden beperkt doordat landen en bedrijven voorraden aanspreken, handelsstromen omleiden of olieproducerende landen hun productie verhogen. Ook neemt de vraag naar olie doorgaans af wanneer prijzen stijgen. Deze aanpassingsmechanismen zijn echter niet onbeperkt beschikbaar. Voorraden raken uiteindelijk uitgeput en extra productiecapaciteit kan vaak niet snel worden ingezet. Daardoor blijft de oliemarkt gevoelig voor nieuwe geopolitieke ontwikkelingen en kan de olieprijs sterk reageren op nieuws over het conflict.
Ook de prijzen van geraffineerde olieproducten bleven relatief hoog (figuur 2), wat erop wijst dat verstoringen in de energieketen niet direct verdwijnen zodra de druk op de aanvoer van ruwe olie afneemt. Dat komt doordat niet alleen de beschikbaarheid van ruwe olie belangrijk is, maar ook de capaciteit om die olie te verwerken tot producten zoals benzine, diesel en kerosine. De beperkte raffinagecapaciteit in onder meer het Midden-Oosten en Rusland zorgde voor hogere raffinagemarges (gele balk in figuur 2), waardoor de prijzen van bewerkte olieproducten relatief hoog bleven.
Wat betekent dit voor de komende maanden?
De rente bleef in juli onveranderd, maar dat betekent niet dat de inflatierisico's zijn verdwenen. De onzekerheid blijft groot en het volledige effect van de energieschok op de inflatie moet zich nog uitkristalliseren. Daarbij kijkt de ECB niet alleen naar de olieprijs zelf, maar naar een bredere reeks indicatoren zoals gas en brandstofprijzen, transportkosten en kunstmestprijzen. De periode tot de volgende rentevergadering biedt daarom belangrijke aanvullende informatie om te beoordelen of de recente stijging van energieprijzen leidt tot meer aanhoudende inflatiedruk. De volgende rentevergadering vindt plaats op 9 en 10 september 2026.
Ontdek gerelateerde artikelen
DNB maakt gebruik van cookies
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.