Hoe kan monetair beleid reageren?
Monetair beleid kan het weggevallen aanbod van energie niet voorkomen of herstellen. Omdat zulke aanbodschokken vaak leiden tot hogere inflatie en lagere economische groei, plaatst dit centrale banken voor een lastige afruil. Het dempen van inflatie gaat ten koste van de economische groei, terwijl die groei door de aanbodschok zelf toch al onder druk staat. Hoewel de richting van het monetaire beleid bij een aanbodschok wel duidelijk is – hogere inflatie vraagt om hogere rente – luistert de timing en omvang van deze verhogingen nauw.
Dat komt ook doordat vooraf nooit precies te voorspellen is hoe lang een aanbodverstoring zal aanhouden en of nieuwe schokken het effect verder zullen versterken. Daarom kan het monetaire beleid niet volledig van tevoren worden vastgelegd. Centrale banken moeten voortdurend blijven beoordelen wat er gebeurt en verschillende mogelijke ontwikkelingen en scenario’s tegen elkaar afwegen.
Een extra complicatie is dat monetair beleid altijd met vertraging doorwerkt in de economie. Rentewijzigingen beïnvloeden bestedingen, investeringen en prijzen pas na verloop van tijd. Dat vraagt om vooruitkijken: beleidsmakers moeten handelen op basis van signalen die nu zichtbaar zijn, terwijl de effecten pas later voelbaar worden.
Bij een duidelijk kleine of tijdelijke aanbodschok is het daarom vaak verstandig om niet direct in te grijpen, zeker als de economie al verzwakt is. Maar naarmate een schok groter is en het onzekerder wordt of prijsstijgingen snel uitdoven, wordt afwachten riskanter. In zulke gevallen kan ingrijpen nodig zijn om te voorkomen dat inflatie te sterk oploopt en het vertrouwen in stabiele prijzen onder druk komt te staan.
De huidige situatie voor de ECB
De Europese Centrale Bank (ECB) staat er op dit moment goed voor om bij te sturen. De beleidsrente staat op 2%, en ligt daarmee dicht bij een neutraal niveau: een stand die de economie niet aanjaagt of afremt.
Rente verhogen of juist niet?
De hamvraag is of de huidige energieprijsschok tijdelijk blijft of leidt tot langduriger hoge inflatie. Daarbij kijkt de ECB uiteraard naar hoe de situatie in het Midden-Oosten zich ontwikkelt, maar vooral ook naar signalen van onderliggende prijsdruk, zoals de ontwikkeling van lonen en inflatieverwachtingen in het eurogebied. Zolang die wijzen op beperkte doorwerking, is geen scherpe renteverhoging nodig.
Dat beeld kan veranderen als prijsstijgingen zich verbreden en hardnekkiger blijken. In dat geval neemt het risico toe dat de inflatie langer boven de 2%-doelstelling blijft, wat een actievere beleidsreactie kan vereisen. De ECB houdt de vinger aan de pols en zal het beleid aanpassen zodra de situatie daarom vraagt.