Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen u op met een telefoonnummer van DNB (+31 20 524 9111) en zeggen dat ze bij DNB werken. Ga hier nooit op in. Lees meer

In krappe arbeidsmarkt gaat veel tijd op aan niet-kerntaken: werkenden besteden één dag per week aan overleg en administratie

Nieuws

Werkenden in Nederland zeggen gemiddeld een vijfde van hun werktijd kwijt te zijn aan taken die zij zelf niet als hun kerntaken beschouwen. Overleg en administratie springen daarbij het meest in het oog—vooral in het onderwijs en bij de overheid. Deze taken kunnen nodig zijn voor het functioneren van organisaties, maar volgens werkenden houden zij hierdoor ook minder tijd over voor de kern van hun werk.

Gepubliceerd: 02 april 2026

Docent zit aan een bureau en leest documenten, met een open laptop op tafel in een lichte onderwijsomgeving.

Door de vergrijzing groeit het aantal werkenden in de komende decennia nauwelijks meer. Deze schaarste aan arbeid maakt het belangrijker om slimmer met onze werktijd om te gaan. Als werknemers hun tijd efficiënter kunnen besteden kan dit ook leiden tot productiviteitswinst op bedrijfs- en macro-economisch niveau. Een nieuwe DNB-enquête laat zien dat veel werkenden ruimte zien om hun werktijd anders in te richten, door minder tijd te besteden aan taken die zij niet beschouwen als de kern van hun werk.

Krappe arbeidsmarkt

In veel sectoren vormt een gebrek aan personeel een belemmering voor groei en dienstverlening. Bij het verlichten van arbeidsmarktkrapte gaat het niet alleen om hoeveel we werken, maar juist ook om hoe productief en effectief de beschikbare werkuren worden ingezet (zie ook een eerdere DNB-analyse over arbeidsmarktkrapte).

Overleg, afstemming en registraties zijn vaak nodig voor het functioneren van organisaties. Tegelijkertijd blijkt uit de enquête dat veel werkenden vinden dat zij (te) veel tijd besteden aan taken als terugkerende overleggen en registraties. Zij geven aan dat dit ten koste gaat van de kern van hun werk zoals het helpen van patiënten of lesgeven. De enquête laat ook zien dat organisaties hierbij niet machteloos staan: het actief terugdringen van deze tijdrovende verplichtingen kan volgens werkenden bijdragen aan een lagere werkdruk en meer werkplezier, en mogelijk ook aan een effectievere inzet van werkuren.

De spreiding is groot

Uit de enquête blijkt dat de hoeveelheid tijd die werknemers besteden aan werkzaamheden die zij zélf niet tot hun kerntaken rekenen verschilt per sector. Figuur 1 laat zien dat de mediaan van het aandeel niet-kerntaken relatief hoog is in het onderwijs en bij de overheid, terwijl deze in sectoren zoals handel en horeca lager ligt. Tegelijk is de spreiding binnen sectoren groot. In de zorg ligt het aandeel niet-kerntaken volgens onze enquête wat lager dan in de meeste andere sectoren, al blijkt uit andere vragen dat nog steeds 50% van de werkenden in de zorg vindt dat zij (te) veel tijd aan niet-kerntaken besteden. Dat is hoger dan het gemiddelde voor alle sectoren (47%).

Toelichting: Figuur toont per sector de mediaan en de antwoorden tussen het 25ste en 75ste percentiel. Bron: DNB-enquête op basis van het LISS-panel.

Ruimte voor verbetering

In lang niet alle organisaties wordt actief werk gemaakt van het verminderen van niet‑kerntaken. Een derde van de werkenden geeft aan dat hun organisatie hier expliciet op inzet. De enquête laat zien dat dit beleid verschil maakt: in organisaties zonder actief beleid ervaart 58% van de werkenden de belasting door niet‑kerntaken als hoog, tegenover 45% in organisaties waar wel expliciet wordt gewerkt aan vermindering (Figuur 2).

Werkenden merken het dus als hun organisatie actie onderneemt. Zij geven daarbij aan dat dit de werkdruk en personeelstekorten verlicht, het werkplezier verhoogt en de productiviteit kan verhogen. Volgens werkenden zelf zou vooral gekeken moeten worden naar minder en korter vergaderen en naar het maken van betere afspraken en processen binnen de organisatie.

Over de enquête

De resultaten zijn gebaseerd op een enquête die in augustus 2025 is uitgevoerd onder ongeveer 1.500 werkenden in Nederland via het LISS-panel. De enquête brengt zowel de tijdbesteding aan kerntaken en niet-kerntaken als de ervaren werklast in kaart, met onderscheid naar sector, beroep en organisatiekenmerken. De resultaten beschrijven hoe werkenden hun taakverdeling en werkdruk ervaren. Zij doen geen uitspraak over wat een optimale taakverdeling is of over causale effecten op productiviteit. De uitkomsten beschrijven we uitgebreider in onze analyse ‘Waar gaat de tijd naartoe? Niet-kerntaken op het werk: ruimte voor productiviteitswinst?'.

Ontdek gerelateerde artikelen