Door de vergrijzing groeit het aantal werkenden in de komende decennia nauwelijks meer. Deze schaarste aan arbeid maakt het belangrijker om slimmer met onze werktijd om te gaan. Als werknemers hun tijd efficiënter kunnen besteden kan dit ook leiden tot productiviteitswinst op bedrijfs- en macro-economisch niveau. Een nieuwe DNB-enquête laat zien dat veel werkenden ruimte zien om hun werktijd anders in te richten, door minder tijd te besteden aan taken die zij niet beschouwen als de kern van hun werk.
Krappe arbeidsmarkt
In veel sectoren vormt een gebrek aan personeel een belemmering voor groei en dienstverlening. Bij het verlichten van arbeidsmarktkrapte gaat het niet alleen om hoeveel we werken, maar juist ook om hoe productief en effectief de beschikbare werkuren worden ingezet (zie ook een eerdere DNB-analyse over arbeidsmarktkrapte).
Overleg, afstemming en registraties zijn vaak nodig voor het functioneren van organisaties. Tegelijkertijd blijkt uit de enquête dat veel werkenden vinden dat zij (te) veel tijd besteden aan taken als terugkerende overleggen en registraties. Zij geven aan dat dit ten koste gaat van de kern van hun werk zoals het helpen van patiënten of lesgeven. De enquête laat ook zien dat organisaties hierbij niet machteloos staan: het actief terugdringen van deze tijdrovende verplichtingen kan volgens werkenden bijdragen aan een lagere werkdruk en meer werkplezier, en mogelijk ook aan een effectievere inzet van werkuren.
De spreiding is groot
Uit de enquête blijkt dat de hoeveelheid tijd die werknemers besteden aan werkzaamheden die zij zélf niet tot hun kerntaken rekenen verschilt per sector. Figuur 1 laat zien dat de mediaan van het aandeel niet-kerntaken relatief hoog is in het onderwijs en bij de overheid, terwijl deze in sectoren zoals handel en horeca lager ligt. Tegelijk is de spreiding binnen sectoren groot. In de zorg ligt het aandeel niet-kerntaken volgens onze enquête wat lager dan in de meeste andere sectoren, al blijkt uit andere vragen dat nog steeds 50% van de werkenden in de zorg vindt dat zij (te) veel tijd aan niet-kerntaken besteden. Dat is hoger dan het gemiddelde voor alle sectoren (47%).