Zet extra defensiemiljarden gericht in voor grootste strategisch voordeel

Nieuws

Nederland gaat structureel meer dan €19 miljard extra uitgeven aan defensie. Als we daarmee onze weerbaarheid op een efficiënte manier willen verhogen, moeten we kijken waar we een voorsprong hebben ten opzichte van andere Europese landen. Die voorsprong hebben we vooral in enkele specifieke dual-use technieken: militaire producten die ook buiten defensie toepassingen hebben. Voorwaarden zijn wel dat er coördinatie is op Europees niveau en dat overheidsbeleid voorspelbaar is. 

Gepubliceerd: 06 februari 2026

Deelnemers van de Nationale Weerbaarheidstraining ronden hun opleiding af met een barettenparade.

Dat blijkt uit een nieuw DNB-onderzoek naar het effect van hogere defensie-uitgaven op de Nederlandse economie. Daarin bekijken we wat de economische effecten waren van Europese uitgaven aan defensie in het verleden, in hoeverre de huidige Nederlandse producenten van defensiemateriaal afhankelijk zijn van importen en in welke producten en technologieën Nederland nu al een sterke positie heeft.

Snel uitbreiden militaire capaciteit

Ons land heeft afgesproken binnen tien jaar ten minste 3,5% van het bruto binnenlands product (bbp) aan defensie uit te geven. Dat betekent dat we jaarlijks vanaf nu steeds meer gaan uitgeven tot aan zo’n €19 miljard extra in 2035.

Op korte termijn ligt de nadruk op het snel uitbreiden van de militaire capaciteiten, en is er weinig ruimte voor economische overwegingen. We zullen veel van de goederen die we nu nodig hebben moeten importeren. Maar als we ons committeren aan uitgaven op de langere termijn, is er ook tijd om productiecapaciteit op te bouwen. Hoe kan Nederland op middellange termijn de extra defensiemiddelen efficiënt besteden?  

Binnen Europa specialiseren

Daarvoor is het allereerst zaak om in Europees verband afspraken te maken over wie wat bouwt en ontwikkelt. Zulke afspraken vormen het kader waarbinnen landen zich kunnen specialiseren, zodat we gezamenlijk en efficiënt onze Europese weerbaarheid opbouwen.

In het onderzoek namen we de sterke en zwakke punten van de Nederlandse defensieproductie onder de loep, met als vraag: hoe kan Nederland efficiënt bijdragen aan zo’n Europese afspraak? Dat deden we op basis van wat er nu al wordt gemaakt en door naar patenten te kijken.

Geen tanks, wel halfgeleiders

Nederland heeft geen goede uitgangspositie voor het produceren van defensiegoederen zonder civiele toepassing, zoals tanks en munitie. Andere Europese landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Spanje, zijn hierin wel gespecialiseerd. Het feit dat kennis en kunde van lidstaten elkaar nu al aanvullen, maakt het vergroten van de coördinatie in Europa een logische vervolgstap.

Nederland kan wel een efficiënte bijdrage leveren aan Europese afspraken door zich te richten op een aantal zogeheten ‘dual use’-domeinen – dat wil zeggen, militaire producten die ook buiten het leger kunnen worden gebruikt. Denk aan chips die in een drone passen, maar even goed in een telefoon.

Producten waarin Nederland nu al een voorsprong heeft op de rest van de wereld zijn bijvoorbeeld halfgeleiders, maar bijvoorbeeld ook specifieke typen microscopen. Onze kennis en productiefaciliteiten op deze terreinen kunnen bijdragen aan het optuigen van een krachtige Europese defensie-industrie.

We kunnen onze sterktes uitbouwen, maar ook onze technologische sterktes en productiecapaciteiten inzetten om afhankelijkheden van andere landen af te bouwen. Bijvoorbeeld: Nederland kan zijn kennis en kunde in de maritieme sector gericht inzetten om Europese importafhankelijkheden in dat domein te verminderen.

Wel is het nodig dat de overheid enige vorm van voorspelbaarheid verschaft. Voor de defensiesector is het belangrijk dat ze weet dat ze jaren vooruit op de overheid kan rekenen als klant. De defensie-industrie gaat alleen nieuwe producten ontwikkelen, wat jaren kost, als ze voldoende zekerheid heeft op vraag aan het eind van het proces.

Kwestie van de lange adem

De strategische nood betekent dat we niet kunnen wachten totdat alle nieuwe productiecapaciteit in Europa is opgebouwd. Op de korte termijn leiden de grotere uitgaven dan ook vooral tot meer import, in plaats van nieuwe productie. Daarmee onderschrijven we de prognose van het Centraal Planbureau dat hier in november een onderzoek over naar buiten bracht. In dat onderzoek werd al aangetoond dat de Nederlandse overheid veel defensiematerieel importeert.

In dit onderzoek vullen we dit aan door op basis van handelscijfers te laten zien dat de sectoren die bijdragen aan de productie van defensiegoederen, ook veel onderdelen uit het buitenland moeten halen. Dat betekent dat zelfs als de Nederlandse overheid in Nederland haar materieel gaat kopen, er alsnog indirect veel van die bestedingen naar het buitenland gaan – tenzij ook de toeleveringsketens naar Nederland verplaatst worden. Voor zware defensieproducten zoals transportvoertuigen en machines gaat dat het sterkst op. Dit onderstreept het punt: het opbouwen van defensie-productie is een kwestie van de lange adem.

Doorwerking op onze economie

Ook de groterevraag naar personeel heeft op dit moment niet veel positieve economische gevolgen. Dat komt door onze krappe arbeidsmarkt. Stijgende loonkosten werken door op de hele economie en daarmee groeit het risico op hogere inflatie. Om deze redenen verwachten we ook niet dat er op de korte termijn flinke groei volgt uit de hogere defensie-uitgaven. Terwijl we op basis van historische cijfers laten zien dat die groei er bij stijgende Europese uitgaven aan defensie in het verleden wel was. Maar bij deze economische beschouwingen is het vooral van belang om het hoofddoel in de gaten te blijven houden: dat is onze veiligheid, en niet economisch gewin op de korte termijn.

Meer lezen?

In het economenvakblad Economisch Statistische Berichten (ESB) gaan experts van DNB dieper in op dit onderwerp. Lees het artikel hier: Richt extra defensiemiddelen op waar Nederland in uitblinkt

 

Ontdek gerelateerde artikelen