Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

18 november 2022 Algemeen
Markt

Inflatie-experts verwachten dat we voor het eind van het jaar het hoogste punt van de inflatie bereikt hebben. Maar terugkomen op een gezond niveau van rond de 2% gaat nog wel even duren. Waarom het beteugelen van inflatie zo’n lang traject is en er meer stappen nodig zijn. 

Hoewel de omstandigheden nog steeds erg onzeker zijn, verwachten experts dat de inflatie in de loop van 2024 weer richting het niveau van 2% gaat. Dit is het niveau dat de ECB op middellange termijn nastreeft, en dat het best bijdraagt aan de welvaart van mensen in Europa. Als de prijsontwikkeling voor iedereen duidelijk en voorspelbaar is, functioneert een economie namelijk het best, en daar heeft iedereen baat bij.  

Maar om op dat niveau terug te komen, en de grote prijsstijgingen van nu weer echt omlaag te krijgen, zijn nog de nodige stappen nodig. Dat zei Klaas Knot vandaag in een speech tijdens het 32nd Frankfurt European Banking Congress.   

Wat kunnen we de komende tijd verwachten

Eerst een snelle terugblik. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2022 een aantal stevige maatregelen genomen om de hoge inflatie tegen te gaan. Doel van die maatregelen is dat consumenten en bedrijven minder gaan besteden, waardoor de vraag afneemt en de inflatie omlaag gaat. Dat gaat in stapjes. Zo heeft de ECB de aankoopprogramma’s, bedoeld om de economie te stimuleren in de nasleep van onder meer de schuldencrisis en de coronacrisis, de afgelopen tijd versneld afgebouwd. In juli zijn nieuwe aankopen tot een einde gekomen en heeft de ECB de rente voor het eerst in elf jaar verhoogd met 0,5%. In september en oktober beide maanden met nog eens 0,75%. De stap van 0,75% is de grootste renteverhoging door de ECB ooit.   

Ondanks deze stevige maatregelen zijn we er nog niet. Met de stappen die dit jaar worden gezet, zijn ons monetaire beleid alleen nog maar aan het ‘normaliseren’, zoals we dat noemen. Dat betekent dat we straks gestopt zijn met het stimuleren van de economie. Dat stimuleren was in de afgelopen crisisjaren de focus, omdat we de economie probeerden aan te jagen om goed te blijven draaien.  

Van stimuleren naar afremmen 

We zitten inmiddels in een heel andere situatie: waar bijvoorbeeld tijdens de pandemie werd geprobeerd om oplopende werkloosheid te voorkomen, is de arbeidsmarkt nu juist bijzonder krap. De samenleving is weer opengegaan na de coronapandemie, en in Europa zitten we inmiddels in een energiecrisis. Als gevolg daarvan is de inflatie nog steeds erg hoog is en moet die omlaag.  
 
Dus zijn er nog vervolgstappen nodig om de economie af te remmen, zodat de vraag gaat dalen en de prijzen volgen. Dit is wat economen ‘verkrappen’ noemen. De vraag dus afremmen. En daarvoor moet de rente van de ECB verder worden verhoogd. Klaas Knot pleit daar vandaag in Frankfurt ook voor. Het ligt daarbij volgens Knot wel voor de hand dat we kleinere rentestappen zullen zetten dan we de afgelopen maanden hebben gedaan.  

Overigens is alleen de rente verhogen niet voldoende. De ECB heeft meer mogelijkheden om inflatie te beïnvloeden, en zal daar ook naar moeten kijken. De verschillende instrumenten moeten voor hetzelfde doel worden ingezet. Zo zullen ook de obligatieportefeuilles die door het aankoopprogramma zijn ontstaan en nu op onze balansen staan, moeten worden afgebouwd in de loop van de tijd. Ook bij dit instrument zie je dat we van stimuleren naar normaliseren zijn overgegaan. We zijn gestopt met nieuwe aankopen, maar moeten nog beginnen met afremmen en dus niet meer herinvesteren als de looptijd van een obligatie afloopt. Dit hele traject noemen we ook wel ‘kwantitatieve verkrapping’. 

4 principes voor kwantitatieve verkrapping 
Voor wie nieuwsgierig is naar de details rond kwantitatieve verkrapping: het is een wat technisch verhaal, maar deze verkrapping moet gebaseerd zijn op vier principes. In de eerste plaats blijft de rente het belangrijkste instrument om de inflatie te beïnvloeden. Op de tweede plaats moet er onderscheid gemaakt worden tussen het gewone opkoopprogramma (APP) dat in 2014 werd ingezet om het risico op deflatie tegen te gaan, en het pandemieprogramma (PEPP) dat in 2020 werd ingezet om de negatieve economische gevolgen van de coronapandemie op te vangen. Over beide programma’s moeten de komende tijd beslissingen worden genomen. Dit hoeft niet tegelijkertijd, omdat het APP een andere functie heeft dan het PEPP, dat ook flexibeler kan worden ingezet om fragmentatie tegen te gaan. Wij verwachten dan ook dat het APP eerder wordt afgebouwd dan het PEPP. Het derde principe in dit traject is dat voorzichtigheid heel belangrijk is. Bijvoorbeeld door op een eerder moment gedeeltelijk te stoppen met het herinvesteren van obligaties waarvan de looptijd afloopt, om zo te bekijken wat hiervan het effect is. Het vierde punt is dat de kwantitatieve verkrapping vooral altijd voorspelbaar moet zijn.   
 

Wil je hier dieper induiken? Je leest de visie van Klaas Knot op kwantitatieve verkrapping in de (Engelstalige) speech “In resolute pursuit of price stability”, die hij 18 november uitsprak tijdens het 32nd Frankfurt European Banking Congress. 

Als de ECB dit allemaal doet: de rente verder verhogen en de aankoopprogramma’s afbouwen – zijn we er dan?

 
Het zijn hele belangrijke stappen om inflatie te beteugelen. Klaas Knot pleit hier ook niet voor niks voor. Het risico is wel dat de maatregelen niet of niet snel genoeg ingezet worden, of dat we er te vroeg mee stoppen. Het is best lastig om dit goed in te schatten, omdat meerdere factoren bijdragen aan de stijgende prijzen. Centrale banken kunnen ook niet alles beïnvloeden, zoals de energieprijzen. 

De gestegen energieprijzen hebben intussen wel veel invloed. Ze werken door in de prijzen van voedsel en de kosten van diensten, en als ze zich daarin gaan nestelen, zullen de prijzen blijven stijgen. En daar kunnen wij wel iets aan doen. Met extra monetaire verkrapping proberen we dit zo goed mogelijk te voorkomen. 

Wat ook een rol speelt is dat mensen en bedrijven op een gegeven moment ervanuit gaan dat de prijzen zullen blijven stijgen. Als we dit met z’n allen gaan incalculeren, kan dat best veel invloed krijgen op economische beslissingen van huishoudens en bedrijven. En dat kan de inflatie juist weer opjagen.  

De onzekerheid, in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt, kan dus een versterkend effect hebben op de inflatie. Door stevig te blijven ingrijpen en niet te vroeg daarmee te stoppen, maken we de beste kans om dit soort factoren te doorbreken en zelfversterkende inflatie-effecten zo goed mogelijk te voorkomen. 

Betekent dit ook dat de economie moet gaan krimpen? Dat is toch geen gunstig scenario?

De economie draait op volle toeren, maar begint te piepen en te kraken. Dat zie je heel duidelijk op de arbeidsmarkt aan de personeelstekorten. De huidige krimp die gaande is, is niet zo erg. Sterker nog, om de inflatie te bestrijden, is die zelfs nodig om economische vraag te laten dalen. Maar de krimp die we nu zien, zal daarvoor niet voldoende zijn. Meer krimp is helaas onvermijdelijk om de inflatie verder te laten dalen.