Ons laatste nieuws direct in uw mail ontvangen? 
Dat kan met de DNB Nieuwsservice.

Meld u aan

Inleiding Olaf Sleijpen bij de persconferentie DNB-jaarverslag

Speech

In zijn inleiding bij de presentatie van het DNB-jaarverslag ging Olaf Sleijpen in op de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. 

Gepubliceerd: 24 maart 2026

Beeldmateriaal Persconferentie Jaarverslag 2025 7

Goedemorgen, welkom bij de presentatie van het DNB-jaarverslag 2025. Dit jaarverslag verschijnt, ik kan wel zeggen traditiegetrouw, op een moment dat we met zijn allen weer met open mond staan te kijken naar wat zich nu weer op het wereldtoneel voltrekt. De nieuwe oorlog in het Midden-Oosten is nu bijna een maand oud en naast al het politiek en menselijk leed leeft natuurlijk ook de vraag hoe dit gaat uitpakken voor de economie. Daar wil ik in mijn inleiding vanochtend de nadruk op leggen. Ik verwijs ook graag naar een nieuwsbericht hierover dat we vandaag publiceren.

Het is duidelijk dat het effect op de mondiale, en dus ook de Nederlandse, economie afhangt van de duur en omvang van de oorlog. Waarbij alles natuurlijk draait om de schade aan productiefaciliteiten van olie, en gas en de blokkade van de Straat van Hormuz.

We hebben doorgerekend wat de effecten kunnen zijn. Daarbij hebben we onze Najaarsraming geactualiseerd en ook twee aanvullende, illustratieve, scenario’s doorgerekend. We gebruiken hierbij aannames van de ECB die eind vorige week dezelfde exercitie heeft gedaan voor het eurogebied.

In de actualisatie van onze Najaarsraming nemen we het niveau van de olie- en gasprijzen bij het afsluiten van de ramingsexercitie, 11 maart jl. Impliciet gaan we er hiermee, net als financiële markten, vanuit dat het conflict in het Midden-Oosten relatief snel de-escaleert. In dit scenario pieken de prijzen voor olie en gas op respectievelijk ongeveer 90 dollar en 50 euro.

In het ongunstige scenario blijft de productie en toevoer van olie en gas op korte termijn verstoord, maar komt ze weer snel op gang als de scheepvaart door de Straat van Hormuz is hersteld. Daardoor stijgen de prijzen van olie en gas naar 120 dollar en 90 euro, en blijven zo’n twee kwartalen op deze hoogte. Daarnaast houden we rekening met verhoogde onzekerheid via een verhoging van de risicopremie op aandelen en kredieten met 25 basispunten.

In ons zware scenario komt er voorlopig geen einde aan de oorlog. De Straat van Hormuz blijft voor lange tijd geblokkeerd en de schade aan de energie-infrastructuur is groter. In dat scenario stijgen de olie- en gasprijzen naar respectievelijk 145 dollar en 105 euro en blijven deze twee jaar lang op een hoog niveau. De risicopremies nemen in dit scenario met 50 basispunten toe.

Wat doen de inflatie en de economische groei in ieder van die scenario’s? Dat ziet u hier. U ziet afwijkingen ten opzichte van het basispad, en dat is de Najaarstraming van DNB.

In de actualisatie van de Najaarsraming stijgt de inflatie in 2026 en 2027 met ruim een half procentpunt, maar de effecten op de groei zijn beperkt. In het ongunstige scenario stijgt de inflatie in 2026 en 2027 met ongeveer een procentpunt. De groei neemt af met zo’n half procentpunt in 2026, maar het effect in 2027 is maar beperkt. In het zware scenario is de impact op inflatie en groei een stuk groter. De inflatie stijgt in 2026 met 1,6 procentpunt, en in 2027 met 2,8 procentpunt. De groei valt in het zware scenario net iets minder dan een procentpunt lager uit.

Ik hecht eraan te zeggen dat dit scenario’ zijn, geen voorspellingen. Zo is er geen rekening gehouden met een monetaire beleidsreactie. Een aanhoudend conflict zal Eurozone-breed tot hogere inflatie leiden. De ECB zal in dat geval haar deel doen om de middellange termijn inflatie op 2% te houden.

De rode draad is echter duidelijk: de ontwikkeling van inflatie hangt sterk af van de duur en intensiteit van de oorlog. Hoe breder de regio wordt meegezogen in het conflict, hoe groter de economische effecten. Een langdurig hoge olieprijs werkt uiteindelijk door in de prijzen van andere producten, en daarmee ook in de loonvorming, wat de inflatoire effecten kan vergroten.

De ontwikkelingen in het Midden-Oosten vormen ook een financieel stabiliteitsrisico. Eerder had ik het over ‘code oranje’. De macro-economische gevolgen van de oorlog en de impact op financiële markten, kunnen financiële instellingen raken. En risico's kunnen zich snel voortplanten gelet op het mondiale karakter van ons financiële systeem. Gelukkig staan Nederlandse financiële instellingen er goed voor en zijn ze de afgelopen jaren weerbaar gebleken. Maar onverwoestbaar is de Nederlandse financiële stabiliteit zeker niet.

Wat betekent dit alles voor het monetaire beleid van de ECB, en voor het beleid van de overheid?

Allereerst het monetaire beleid. In de ECB Governing Council hebben we afgelopen donderdag uitvoerig gesproken over de impact van de oorlog. De stijging van de olie- en gasprijzen is wat economen een aanbodschok noemen: prijzen gaan omhoog, terwijl de groei vertraagt. Dat is ook voor een centrale bank geen prettige situatie, maar uiteindelijk is ons mandaat helder: onze taak ligt in het voorkomen dat deze prijsstijgingen zich verbreden en verankeren.

Onze uitgangspositie daarvoor is goed: de economie is de laatste kwartalen weerbaar gebleken, ondanks de turbulente handelsomgeving. De Europese inflatie ligt nog rond ons doel van 2%, lonen groeien gematigd, en langere-termijn inflatieverwachtingen zijn stabiel. En onze beleidsrente ligt op een niveau dat de economie niet remt of aanjaagt. Dat betekent ook dat we ons snel kunnen aanpassen.

We blijven de situatie nauwgezet monitoren, en zullen per vergadering bekijken wat er nodig is om de middellange termijn inflatie rond de 2% te houden.

Dan nu de vraag: moet de overheid iets doen? Natuurlijk wordt er gesproken over compensatie voor de gestegen energieprijzen, en dat begrijp ik heel goed. Tegelijkertijd vind ik het verstandig dat het kabinet afwacht wat de effecten voor huishoudens zijn, voordat het een besluit neemt over eventuele compensatie.

In onze doorrekeningen hebben we ook gekeken wat de verschillende prijsscenario’s betekenen voor huishoudens. In de actualisatie van onze Najaarsraming is het negatieve effect op het besteedbaar inkomen ongeveer 1%. Bij langdurig hogere energieprijzen loopt dat uiteraard op, maar in al onze scenario’s blijft het effect nog steeds lager dan tijdens de energiecrisis van 2022. Dat komt vooral doordat de prijsschok toen veel groter was. Daarnaast hebben veel huishoudens een vast of variabel contract voor gas, waardoor prijsstijgingen vertraagd of slechts gedeeltelijk doorwerken.

En laten we ook niet vergeten dat compensatie geld kost. Dit zal binnen de begroting gedekt moeten worden, hetgeen weer ten koste kan gaan van andere prioriteiten. Niet dekken, is uiterst onverstandig in een tijd waarin de overheidsfinanciën er op middellange termijn niet goed voor staan. Mocht toch worden besloten om tot compensatie over te gaan, dan is het belangrijk dat deze gericht en tijdelijk is, en bij de mensen terecht komt die het echt nodig hebben.

De oorlog in het Midden-Oosten is symptomatisch voor de tijd waarin we leven.  Als we in deze instabiele wereld als Nederland economisch overeind willen blijven, en liefst nog onze positie willen versterken, dan bestaat het recept uit drie ingrediënten. In de eerste plaats moeten we onze weerbaarheid vergroten. Daarnaast moeten we het groeipotentieel van onze economie naar een hoger plan tillen. En tenslotte zijn een monetair beleid gericht op prijsstabiliteit en een begrotingsbeleid gericht op gezonde overheidsfinanciën, nu en in de toekomst, het fundament voor de andere acties.

En dat kunnen we in Nederland niet alleen. Daar hebben we Europa heel hard bij nodig. Datzelfde geldt voor alle EU-landen afzonderlijk: we zullen in Europa economisch veel meer als een eenheid moeten gaan opereren.

Dat geldt vooral voor de Europese interne markt. In een wereld waarin economische onzekerheid en fragmentatie toeneemt, is de interne markt onze motor en airbag ineen. En daar valt nog enorm veel winst te behalen door onnodige belemmeringen weg te nemen. Hetzelfde geldt voor de Europese kapitaalmarkt, die nog veel te gefragmenteerd is. En er zijn vele andere terreinen waar we als Europa veel effectiever kunnen zijn als we meer samenwerken.

De urgentie lijkt toe te nemen en de intenties van zowel Den Haag alsook Brussel zijn goed. Nu is het ook tijd voor slagvaardigheid.

En met deze boodschap, die misschien niet heel verrassend is voor iemand die uit het hart van Europa afkomstig is, Zuid-Limburg, sluit ik mijn inleiding af.

Ontdek gerelateerde artikelen