Tussen spaarpot en boodschappenmandje: over stabiliteit en weerbaarheid
Bij het bezoek van de Vrienden van Cobbenhagen aan De Nederlandsche Bank, op 23 juni 2026, sprak Olaf Sleijpen over prijsstabiliteit, financiële weerbaarheid en de blijvende actualiteit van Martinus Cobbenhagens gedachte dat economie altijd verbonden is met ethiek.
Gepubliceerd: 23 juni 2026
© DNB
Dag iedereen, dag Vrienden van Cobbenhagen, welkom bij De Nederlandsche Bank.
Ik ga eerlijk met u zijn: ik moest even opzoeken wie Cobbenhagen nou ook weer was. En nadat ik dat gedaan had, dacht ik: hoe kan het zijn dat ik dit niet paraat heb?
Martinus Cobbenhagen, econoom, theoloog, priester. Geboren in Gulpen, Limburg. Op een boogscheut waar ik zelf vandaan kom: uit Schin op Geul. Zijn familie woont er nog steeds en runde tot voor kort een kaarsenfabriek die na 174 jaar haar deuren moest sluiten.
Cobbenhagen, de man die u allen bindt, de ‘founding father’ van de Universiteit Tilburg, en een denker wiens ideeën nog altijd doorwerken. Voor hem gold dat economie steeds met ethiek verbonden moest zijn – dat economie ingebed moest zijn in bredere sociale en morele vragen. Zijn proefschrift aan wat nu de Erasmus Universiteit is ging over de verantwoordelijkheid in de onderneming. En je merkt meteen: dit gaat niet alleen over toen, maar ook over nu.
Beste Vrienden van Cobbenhagen, u bent hier op bezoek in ons nieuwe pand en straks krijgt u nog een rondleiding, maar hoe blij we ook zijn met dit pand, het gaat natuurlijk om het werk dat we doen. Hierbij speelt dit pand wel een belangrijke rol, zoals u nog wel zult horen.
In dit gebouw houdt een aantal collega’s zich bezig met de rente, met inflatie en met financiële stabiliteit. Maar daar stopt het niet. Het stopt niet bij de grafieken, de tabellen, de cijfers. Daar begint het pas.
Want dan komt de vraag: waartoe dient alles wat we vinden en berekenen en modelleren? Waarvoor doen we dit allemaal?
En net als bij Cobbenhagen, een eeuw geleden, is het antwoord: voor de samenleving. En om het concreter te maken, voor stabiele prijzen, solide financiële instellingen, efficiënt en veilig betalingsverkeer, zodat de samenleving vertrouwen kan hebben in ons financiële systeem. Niet alleen op de academische campussen en in deze toren, maar van Tilburg tot ter Apel. Van Gulpen tot Groningen.
Hiermee is Cobbenhagen nog steeds zeer actueel. Want we leven in een tijd waarin de onzekerheid groot is en financiële en monetaire stabiliteit bedreigd worden. De meest recente schok is de oorlog in het Midden-Oosten. En het effect hiervan op de prijzen is al voelbaar, vooral aan de pomp, maar ook breder in de economie.
Als centrale bank hebben wij een duidelijke taak: prijsstabiliteit. Na de forse inflatie volgend op de Russische inval van Oekraïne hebben we de afgelopen jaren stevig ingegrepen en de rente verhoogd.
Met effect.
De inflatie in het eurogebied is in eerste instantie weer richting onze doelstelling gebracht, zonder dat de economische schade zo groot werd als velen vooraf vreesden. Dat is belangrijk. Want stabiele en voorspelbare prijzen vormen de basis onder economische beslissingen – groot of klein, bij huishoudens en bedrijven.
Maar die prijsstabiliteit is geen gegeven. De oorlog in het Midden-Oosten zorgt opnieuw voor druk op energieprijzen en een oplopende inflatie.
In dat licht is ook het besluit van de ECB twee weken geleden relevant. Toen heeft de ECB de rente verhoogd met 25 basispunten tot 2,25 procent.
Dit is nodig, omdat de oorlog al behoorlijke tijd aanhoudt, en inkomende inflatiecijfers, en ook de opwaartse bijstellingen in de nieuwe set aan ramingen, wijzen op enige inflatiedruk – verder dan alleen de energiecomponent. Dat de VS en Iran nu praten over een permanente vrede is uiteraard goed nieuws en de olieprijzen zijn navenant gedaald. Maar zelfs in het meest gunstige scenario – een snelle deal – zal het nog maanden duren voordat de transporten door de Straat van Hormuz genormaliseerd zijn en de verwoeste infrastructuur is hersteld.
Eind juli komen we weer bij elkaar om over het rentebeleid te spreken. Wat daarbij centraal blijft staan, is dat we inflatie tijdig terugbrengen naar onze doelstelling, en voorkomen dat prijsschokken langdurig ingrijpen in de economie. En mensen blijvend raken.
Tegelijkertijd is de uitgangssituatie anders dan enkele jaren terug, toen we – zoals gezegd – de rente fors hebben verhoogd om de inflatie in te dammen. De economie is minder oververhit dan toen en de arbeidsmarkt koelt af. In vergelijking met zo'n jaar of vijf geleden, zijn er drie grote veranderingen opgetreden, die ook allemaal samenhangen. In de eerste plaats is er een einde gekomen aan een wereld gebaseerd op vrijhandel en multilaterale samenwerking. We zien steeds meer geo-economische fragmentatie. In de tweede plaats is het aantal schokken fors toegenomen. Denk aan de pandemie, de al genoemde inval van Rusland in Oekraïne, de brandhaard in het Midden-Oosten en de spurt die AI lijkt te maken. En in het verlengde hiervan is tot slot de onzekerheid fors toegenomen.
Wat betekent dit voor De Nederlandsche Bank en het monetaire beleid in het bijzonder?
Met wat wij hier op het Frederiksplein, of in Frankfurt bij de Europese Centrale Bank doen, kunnen wij schokken niet voorkomen. Wij kunnen bijvoorbeeld geen geopolitieke conflicten oplossen of voorkomen dat die ontstaan.
Wat we wél kunnen doen, is voorkomen dat de effecten van zulke schokken zich vastzetten in de economie. Voorkomen dat inflatieverwachtingen niet meer verankerd zijn, en tijdelijke prijsstijgingen blijvend worden.
Daarvoor zijn soms lastige keuzes nodig. Een hogere rente helpt om inflatie te beteugelen, maar remt ook investeringen en groei.
Dat voelen bedrijven én huishoudens.
Monetair beleid is dus nooit alleen technisch, of abstract, het heeft altijd een menselijke, maatschappelijke kant. En daarmee kom ik bij het belang van weerbaarheid.
In een wereld waarin schokken vaker voorkomen gaat het ook om: hoe goed zijn we voorbereid? Hoe veerkrachtig is onze economie? En hoe veerkrachtig zijn mensen zelf?
Laat ik drie dingen noemen.
In de eerste plaats denk ik dan gelijk aan buffers. In andere woorden, overheden, financiële instellingen en ook bedrijven en huishoudens moeten voldoende armslag hebben om schokken op te vangen. Dan gaat het niet alleen om geld, maar ook om voorbereid zijn op wat er kan komen. Denk bijvoorbeeld aan ons advies om wat contact geld in huis te hebben om voorbereid te zijn op een langdurige stroomstoring.
Daarnaast is het belangrijk om het groeivermogen van onze economie te stimuleren. Want hogere groei, maakt ons ook weerbaarder. Bijvoorbeeld om de energietransitie te financieren, of om meer te investeren in onze veiligheid. Voor Nederland betekent dit vooral het oplossen van de netcongestie, de onevenwichtigheden op de huizenmarkt aanpakken en het stikstofslot eindelijk openen. Overigens is tijdens al die schokken van de afgelopen jaren onze economie opmerkelijk weerbaar gebleven. Gelukkig passen we ons uiteindelijk aan aan veranderende omstandigheden.
Tot slot, om onze weerbaarheid te vergoten is ook Europese samenwerking essentieel. Door krachten te bundelen, kunnen we kwetsbaarheden in de economie verkleinen en schokken beter opvangen. Bijvoorbeeld door minder afhankelijk te worden van één leverancier of regio, en toeleveringsketens robuuster te maken. Of door binnen Europa strategische voorraden aan te leggen en productie van cruciale goederen te versterken.
Daarnaast is de Europese interne markt nog niet af. Er valt nog veel te winnen door onze Europese economie beter te laten functioneren als één geheel. Verschillen in nationale regels, van productstandaarden tot diploma-erkenning, vormen nog steeds barrières voor handel en groei. En dat remt economische dynamiek.
Ook op het gebied van kapitaal ligt er een opgave. Er wordt veel gespaard in Europa. Net zoals in Nederland. Maar dat geld vindt niet altijd zijn weg naar productieve investeringen.
Dat komt door versnipperde kapitaalmarkten, verschillen in regelgeving en belemmeringen voor zowel grensoverschrijdend sparen en beleggen als voor het vinden van grensoverschrijdende financiering door bedrijven.
Het gevolg is dat spaargeld vaak dichtbij huis blijft, en het potentieel niet volledig benut wordt.
Initiatieven zoals de Spaar- en Investeringsunie zijn bedoeld om dat te verbeteren. Door barrières te verlagen en toegang te vergroten. Als dat lukt, kan kapitaal beter ingezet worden voor groei en innovatie.
Voor huishoudens betekent het heel concreet: meer mogelijkheden om vermogen te spreiden, en om op lange termijn buffers op te bouwen. En dat draagt direct bij aan weerbaarheid.
Beste Vrienden van Cobbenhagen,
Hoe zorgen we ervoor dat onze economie doordraait en het financieel welzijn van mensen vooruithelpt?
Hoe zorgen we ervoor dat stabiliteit niet alleen zichtbaar is in cijfers, tabellen en grafieken, maar ook voelbaar wordt in het dagelijks leven: in de supermarkt, aan de pomp en bij elke rekening die op de mat valt?
Hoe zorgen we ervoor dat mensen om kunnen gaan met onzekerheid, schokken kunnen opvangen en vooruit kunnen blijven kijken? En we als individu en als samenleving weerbaar zijn?
Deze vragen – vragen die Cobbenhagen zich eigenlijk al stelde – zijn vandaag zeer relevant.
Vandaag gaan jullie daar verder op in, met inzichten uit het onderzoek van Tilburg University en DNB.
Ik wens u een open discussie en een inspirerende middag. En als afsluiter een mooie rondleiding door ons gebouw.
Ontdek gerelateerde artikelen
DNB maakt gebruik van cookies
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.