Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen u op met een telefoonnummer van DNB en zeggen dat ze bij DNB werken. Wij bellen u nooit. Ga hier nooit op in. Lees meer

TRANSITIENIEUWS – Kwartaalupdate voortgang transitie eerste kwartaal 2026

Nieuwsbericht toezicht

De transitie is in volle gang. Terwijl meer dan de helft van de actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden inmiddels over is naar het nieuwe stelsel, zal in de komende anderhalf jaar nog zo’n driekwart van de fondsen invaren. Dat betekent dat er een intensieve periode aankomt, die een gezamenlijke inspanning van DNB en de sector vereist. Daarnaast gaat DNB binnenkort starten met de opvolging van bevindingen van de op 1 januari 2026 ingevaren fondsen. In dit bericht gaan we in op wat u van DNB kunt verwachten.  

Gepubliceerd: 15 april 2026

Evenwichtige en beheerste transitie

Voortgang transitie in twee figuren 

Per 1 januari 2026 zijn 24 fondsen ingevaren in het nieuwe stelsel en op 1 april gingen twee kringen over, wat het totaal op dertig fondsen en twee kringen brengt.  DNB heeft op dit moment ruim vijftig invaarmeldingen in behandeling. Dit betreffen merendeels fondsen die per 1 januari 2027 beogen in te varen. Gedurende 2026 verwachten we nog ruim dertig meldingen binnen te krijgen.  ​ 

Aantal pensioenfondsen per invaarmoment
Figuur 2

Noot: Ruim de helft van het totaal aantal deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is inmiddels met (een deel van) hun pensioen ingevaren naar het nieuwe pensioenstelsel. 

DNB zet in op het versnellen van beoordelingen 

Zoals ook aangekondigd op het pensioenseminar van 9 april, streeft DNB ernaar om binnen zes maanden tot een oordeel te komen. Met deze aanpak beoogt DNB bestuurlijke druk bij pensioenfondsen vlak voor het invaren te voorkomen en de werkdruk voor zowel de sector als DNB beheersbaar te houden. Natuurlijk kan het voorkomen dat fonds-specifieke omstandigheden leiden tot een langere doorlooptijd.  

De huidige fase van de transitie leent zich goed voor deze versnelling. Pensioenfondsen, adviseurs, uitvoerders en DNB hebben sinds de start van de transitie veel ervaring opgedaan. Het is nu zaak om deze lessen efficiënt toe te passen. Dat vraagt om een gezamenlijke inspanning van DNB en de sector. 

Pensioenfondsen mogen verwachten dat DNB zo vroeg mogelijk in het beoordelingsproces tot een afdronk komt van eventuele materiële tekortkomingen. Dit geeft fondsen tijdig duidelijkheid over hun invaarmelding en vermindert het risico dat onder hoge druk besluiten genomen moeten worden. Daarnaast zal DNB strakker gaan sturen op tijdslijnen om alle meldingen tijdig te kunnen behandelen en om bij te dragen aan een betere spreiding van werkzaamheden in de sector. 

Tegelijkertijd doet DNB een beroep op pensioenfondsen om onderdelen waarvoor al uitgebreide guidance beschikbaar is zoveel mogelijk zelfstandig op orde te brengen. Een voorbeeld hiervan is de plausibiliteit van de berekeningen bij een fonds dat weinig bijzonderheden kent. Op onderwerpen waar DNB en de sector nog lerende zijn, zoals het aanscherpen van transitiedoelstellingen en de onderbouwing van de evenwichtigheid, blijft intensief overleg met DNB mogelijk. 

DNB start in tweede kwartaal met de thematische opvolging van bevindingen van de fondsen die op 1 januari 2026 ingevaren zijn  

Het merendeel van de ingevaren fondsen heeft een toezichtbrief ontvangen met daarin bevindingen die na invaren opgelost moeten worden. Dit kunnen bijvoorbeeld bevindingen betreffen op het vlak van de risicohouding of de inrichting van het contract. Door de opvolging van bevindingen thematisch op te pakken, ontstaat een breder beeld van hoe fondsen vergelijkbare bevindingen adresseren en borgt DNB een consistente beoordeling van de opvolging van deze bevindingen. Daarbij zet DNB met deze aanpak haar beperkte capaciteit efficiënt in. 

De figuur hieronder laat zien welk type bevindingen DNB onderscheidt en bij welk deel van de ingevaren fondsen deze voorkomen. 

Welk type bevindingen DNB onderscheidt en bij welk deel van de ingevaren fondsen deze voorkomen.

DNB streeft ernaar uiterlijk eind 2026 een terugkoppeling te geven aan de betreffende fondsen op alle bevindingen met een uiterste oplostermijn van 31 augustus. De beoordeling van bevindingen met een latere oplostermijn wordt in 2027 opgepakt door DNB.