Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen u op met een telefoonnummer van DNB en zeggen dat ze bij DNB werken. Wij bellen u nooit. Ga hier nooit op in. Lees meer

Uitkomsten Onderzoek onder verzekeraars naar EPIFP

Nieuwsbericht toezicht

DNB heeft in 2025 een sectorbreed onderzoek naar Expected Profits Included in Future Premiums (EPIFP) uitgevoerd bij verzekeraars. In dit bericht worden de belangrijkste observaties teruggekoppeld. De EPIFP is, binnen Solvency II, unrestricted tier 1 eigen vermogen. Omdat het onzeker is of en in welke mate de EPIFP wordt waargemaakt, kunnen er risico’s zijn bij een relatief grote of lage EPIFP. 

Gepubliceerd: 02 juni 2026

Een groep mensen overlegt over een aantal statistieken op papier.

Doelen van het onderzoek

Het eigen vermogen van verschillende verzekeraars bestaat voor een significant deel uit EPIFP. De precieze berekeningswijze en hoe verzekeraars omgaan met de validatie en implementatie binnen het risicomanagement framework was op basis van de voor DNB beschikbare documenten vaak onduidelijk en aanleiding voor dit onderzoek.  

DNB heeft primair getoetst in hoeverre wordt voldaan aan de geldende regelgeving. Specifiek gaat het hier om artikel 295 lid 5 (SFCR), artikel 309 lid 6 (RSR), artikel 260 en de relevante QRT tabbladen. 

In dit onderzoek is een brede selectie aan levens- en schadeverzekeraars betrokken. 

Risico’s bij hoge of lage EPIFP

De volgende risico’s kunnen van toepassing zijn wanneer de EPIFP relatief hoog is. Ten eerste is de EPIFP in hoge mate illiquide. Afdoende gemonitorde en gedefinieerde liquiditeitslimieten zijn hierbij van belang. Ten tweede kan er een grote gevoeligheid zijn m.b.t. experience variance. Wanneer best estimate verwachtingen significant afwijken van hetgeen is gerealiseerd, met eventuele wijzigingen van aannames tot gevolg, dan kan dit de balans significant raken. Ten derde kan in een resolutiesituatie de waardering lager uitvallen. Dit geldt ook in andere situaties waarbij een portefeuille wordt verkocht tegen een waardering die minder toekomstige winsten bevat dan eerder werd berekend onder best estimate aannames.

Wanneer de EPIFP relatief laag is (in samenhang met andere toekomstige winsten), kan het zo zijn dat het verdienvermogen van de portefeuille onder druk staat en wellicht daarmee de kapitaalgeneratie. Hierdoor zou de SCR ratio kunnen dalen in de toekomst. Door de EPIFP nader in het risicomanagement framework in te bedden kunnen eventuele negatieve effecten (zoals het ontoereikend zijn van de premie) als gevolg van veranderingen in de best estimate aannames worden gesignaleerd.

Aandachtspunten

DNB heeft een goed beeld gekregen van de berekeningswijze en inbedding van de EPIFP binnen de three lines of defence en risicomanagement framework omtrent de EPIFP.  

DNB wil vier belangrijke aandachtspunten aan de sector meegeven: 

  • Naar voren is gekomen dat niet altijd voldaan wordt aan de rapportageverplichtingen met betrekking tot de SFCR, RSR en QRT.
  • De berekeningswijze en daarmee wat de EPIFP precies omhelst, verschilt tussen verzekeraars. Aandachtspunten die hieruit naar voren zijn gekomen zijn individueel teruggekoppeld. Plausibiliteitstoetsen en controles op de berekeningswijzen worden vaak - maar niet altijd - toegepast. Het is good practice dat de actuariële functie een validatie doet.
  • Er is een toegevoegde waarde van het gebruik van de EPIFP binnen het risicomanagement, zowel als signalerende functie als binnen een AoC. De plaats van de EPIFP binnen het risicomanagement framework, al dan niet impliciet, kan verschillend worden ingevuld.
  • DNB signaleert mogelijke relevante risico’s (zie ook hierboven). Niet altijd worden dezelfde risico’s van een relatief hoge of lage EPIFP benoemd of geidentificeerd bij verzekeraars. 

 DNB heeft daarnaast specifieker onder meer het volgende geobserveerd: 

  • Levensverzekeraars gebruiken de premievrijmaking- of afkoopopties uit de kasstroommodellenoptie om de EPIFP te berekenen zonder best estimate aannames aan te passen. Hierbij wordt de premievrijewaarde of afkoopwaarde meestal gebaseerd op de tariefgrondslagen (technische grondslagen waarop de premie bij afsluiten van de polis is vastgesteld). Sommige verzekeraars wijken hiervan af, waarbij aandachtspunten individueel zijn teruggekoppeld.

  • Schadeverzekeraars gaan vaak uit van de premievoorziening voor het berekenen van de EPIFP. Meestal worden correcties uitgevoerd voor de onverdiende premievoorziening zodat alleen toekomstig te betalen premies onderdeel zijn van de EPIFP. In een enkel geval wordt hiervan afgeweken, waarbij aandachtspunten individueel zijn teruggekoppeld. Verder wordt ook voor langlopende (similar to life) AOV-producten vaak uitgegaan van de premievoorziening, wat afwijkt van de berekeningswijze bij de meeste levensverzekeraars. Ook hier worden aandachtspunten teruggekoppeld.

Verder zijn de presentaties gegeven op de Verzekeringsmiddag (2025) (Verzekeringsmiddag 2025 – slides van de break-outsessies | De Nederlandsche Bank) en de Actuarismiddag (2026) (010426 Actuarismiddag_Slides.pdf  openbaar. Merk daarnaast op dat de Solvency II review 2020 enkele veranderingen met zich meebrengt, bijvoorbeeld ten aanzien van het meenemen van negatieve waarden en management fees bij de berekening van de EPIFP. DNB bedankt de deelnemers aan het EPIFP-onderzoek voor hun deelname. 

Ontdek gerelateerde artikelen