Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen u op met een telefoonnummer van DNB en zeggen dat ze bij DNB werken. Wij bellen u nooit. Ga hier nooit op in. Lees meer

De verschillende begrippen voor ‘doorstroom’

Het begrippenkader dat DNB hanteert om doorstroom in beeld te brengen, is consistent met de definitie van de sector S.127 in de officiële statistische handboeken. Er zijn wel verschillen met andere begrippen die in doorstroomdiscussies zijn gebruikt. Het onderstaande licht de volgende begrippen toe:

  • Captive Financial Institutions in S.127
  • Special Purpose Entities in S.127
  • Financiële holdings van multinationals in de doorstroomsector
  • Brievenbusmaatschappijen
  • Bijzondere Financiële Instellingen
  • Doorstroomvennootschappen

Captive Financial Institutions in sector S.127

Met de introductie in 2010 van een nieuw Europees raamwerk voor het opstellen van Nationale Rekeningen is de sector S.127 van ‘Captive Financial Institutions’ (CFI’s) geïntroduceerd. Dit is gedaan om entiteiten te classificeren die een rol spelen bij de intra-concernfinanciering maar geen of beperkte operationele activiteiten hebben. De officiële definitie volgens het European System of Accounts luidt:

“The captive financial institutions and money lenders subsector (S.127) consists of all financial corporations and quasi-corporations which are neither engaged in financial intermediation nor in providing financial auxiliary services, and where most of either their assets or their liabilities are not transacted on open markets.”

De instellingen in de sector S.127 worden vaak ‘CFI’s’ of ‘captives’ genoemd. De term ‘captive’ betekent dat de instelling wordt gecontroleerd door een moeder. De grotere CFI’s maken deel uit van multinationals ondernemingen. Maar er zijn ook veel kleinere CFI’s in handen van huishoudens, zoals holdings van directeur-grootaandeelhouders en familiestichtingen.

In Nederland staat S.127 ook bekend onder de korte naam ‘Financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband’, of kortweg ‘Financiële instellingen binnen concernverband. Het CBS publiceert cijfers voor de sector S.127 op Statline.

Special Purpose Entities in S.127

De Special Purpose Entities (SPE’s) zijn nauw verwant met de CFI’s. Het begrip SPE is in de statistiek geïntroduceerd om de internationale geldstromen van multinationals beter in beeld te krijgen. De definitie die het IMF hanteert is:

“Special purpose entities (SPEs) are entities that are formally registered and that have no or little physical presence in the country of registration. They are often created for specific legal or fiscal purposes and typically have no employees and no production. They are used to hold assets and liabilities and to facilitate financial flows within a group of companies.”

In Nederland zijn SPE’s alleen in de sector S.127 te vinden, en vormen de SPE’s tezamen een subsector daarvan. DNB publiceert in de betalingsbalansstatistieken SPE’s als een aparte waarvan-categorie (waar dat relevant is). Op basis van een uniforme definitie publiceren de ECB, de OECD en het IMF internationaal vergelijkbare SPE-statistieken voor een groot aantal landen waaronder Nederland

Financiële holdings van multinationals in de doorstroomsector

De ‘doorstroomsector’ bevat alle financiële holdings in de sector S.127 die in handen zijn van multinationals. Alleen deze subgroep in S.127 is op doorstroom gericht. De financiële holdings in handen van huishoudens zijn vooral op het binnenland gericht.

DNB publiceert alleen statistieken over de Financiële holdings van multinationals. Qua balanstotaal vormen die ongeveer 95% van de sector S.127. Het balanstotaal van de financiële holdings van huishoudens vormt de overige 5% van S.127.

Binnen de doorstroomsector met Financiële holdings van multinationals onderscheidt DNB ‘SPE’s’ en ‘Overige financiële Holdings van multinationals die niet aan de SPE-definitie voldoen. De Overige financiële holdings zijn eveneens  onderdeel van een multinational, hebben doorgaans nauwelijks operationele activiteiten, en zijn gericht op concernfinanciering. Ze kunnen echter niet als SPE worden geclassificeerd, omdat ze een beursnotering hebben, of een substantiële deelneming in een Nederlandse niet-financiële onderneming.

Brievenbusmaatschappijen

In de Nederlandse Kamer van Koophandel staan al lang veel entiteiten ingeschreven die bijna geen werknemers in dienst hebben, en nauwelijks productieactiviteiten ontplooien, maar wel omvangrijke buitenlandse financiële verplichtingen en bezittingen hebben. In de volksmond worden deze entiteiten vaak ‘brievenbusmaatschappijen’ genoemd. Veel Financiële holdings van multinationals worden gezien als brievenbusmaatschappij. In de statistiek speelt het begrip brievenbusmaatschappij echter geen officiële rol.  

Bijzondere Financiële instellingen

DNB heeft lang geleden voor de doorstroom via Nederland een eigen statistisch concept ontwikkeld: de ‘Bijzondere Financiële Instellingen’ (BFI’s).

Bijzondere financiële instellingen: ondernemingen of instellingen, ongeacht de rechtsvorm, die ingezetenen zijn en waarin niet-ingezetenen, direct of indirect, via aandelenkapitaal of anderszins deelnemen of invloed uitoefenen en die tot doel hebben en/of zich in belangrijke mate bezighouden met het, al dan niet in combinatie met andere binnenlandse groepsmaatschappijen:

  1. hoofdzakelijk in het buitenland aanhouden van activa en passiva en/of
  2. doorgeven van omzet bestaande uit in het buitenland verkregen royalty- en licentieopbrengsten aan buitenlandse groepsmaatschappijen en/of
  3. het genereren van omzet en kosten die hoofdzakelijk afkomstig zijn uit herfacturering van en naar buitenlandse groepsmaatschappijen;

DNB publiceerde geruime tijd statistieken voor de BFI’s als een afzonderlijke groep, en in veel betalingsbalansstatistieken de BFI’s als een ‘waarvan-post’. Met de invoering van sector S.127 en de introductie van het officiële SPE-begrip kwam hier een einde aan. Sindsdien publiceert DNB statistieken voor SPE’s als een subsector van S.127, en betalingsbalansstatistieken met de SPE’s als waarvan-post. Er zijn geen statistieken meer over BFI’s.

Veel BFI’s zijn geclassificeerd als CFI in S.127. Maar dat geldt niet voor alle BFI’s. Deels zijn er ook BFI’s verschoven naar de sector S.11 van ‘niet-financiële ondernemingen’, zoals BFI’s die een dochter waren van een niet-financieel onderneming, de Royalty en licentiemaatschappijen, en de herfactureringsmaatschappijen. Terwijl de BFI’s die voor securitisatie werden gebruikt in de sector S.125 van ‘overige financiële intermediairs’ terecht zijn gekomen. Omgekeerd waren niet alle CFI’s vroeger een BFI. Uit S.11 zijn de topholdings met geen of beperkte operationele activiteiten afgesplitst, en overgeheveld naar S.127.

Veel BFI’s die als een CFI binnen S.127 zijn geclassificeerd, zijn een SPE. Het deel van deze BFI’s dat niet aan de SPE-definitie voldeed, hoort nu tot de ‘Overige financiële holdings van multinationals’. Het gaat om BFI’s met een substantiële deelneming in S.11 en BFI’s met een beursnotering

Doorstroomvennootschappen

Volgens de Commissie Doorstroomvennootschappen (2021) is er geen definitie van doorstroom. Zij onderscheidt ‘doorstroomvennootschappen’ op basis van 6 kenmerken:

  1. De Nederlandse entiteit maakt deel uit van een internationale structuur
  2. De transacties van de Nederlandse entiteit vinden (vooral) plaats met (direct of indirect) gelieerde partijen
  3. De Nederlandse entiteit heeft geen reële of slechts beperkte aanwezigheid in Nederland
  4. De Nederlandse entiteit dient voor het verkrijgen van financiële, fiscale, juridische of andere voordelen
  5. Door de Nederlandse entiteit stromen aanzienlijke bedragen van en naar het buitenland
  6. Er is sprake van aanzienlijke balansposities bij de Nederlandse entiteit

De Commissie Doorstroomvennootschappen ziet alle SPE’s en Overige financiële holdings als ‘doorstroomvennootschappen’ maar kiest voor een bredere invulling die ook andere sectoren dan de doorstroomsector S.127 omvat. De Commissie merkt op dat buitenlandse multinationals ook dochterondernemingen met niet-financiële activiteiten (in S.11) als doorstroomvennootschap gebruiken. De oude BFI’s die naar S.11 zijn verschoven, zoals de BFI-dochters en de royalty- en licentiemaatschappijen, vallen bijvoorbeeld ook onder de definitie van doorstroomvennootschappen. Over de doorstroomvennootschappen in S.11 zijn geen cijfers beschikbaar.