Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

05 november 2021 Algemeen
Pallets

De hogere prijzen waarmee bedrijven de laatste maanden worden geconfronteerd, komen in toenemende mate ook tot uiting in een stijging van de consumentenprijzen. Het gaat vooral om prijsstijgingen bij producten die voorheen juist zorgden voor een neerwaartse druk op de Nederlandse inflatie. De sterke prijsstijging van grondstoffen, halffabricaten en transportdiensten, die nu doorwerken in consumentenprijzen, weerspiegelen beperkingen aan de aanbodkant van de economie.

Stijgende prijzen van grondstoffen en halffabricaten

De scherpe opleving van de wereldwijde vraag te midden van een opeenstapeling van aanbodbelemmeringen vormt de belangrijkste oorzaak van de prijsstijging van grondstoffen en halffabricaten. De succesvolle vaccinatiecampagnes en ruime overheidssteun hebben de vraag naar consumentengoederen in ontwikkelde landen doen toenemen. Door lage initiële voorraden van bedrijven en meerdere verstoringen in de mondiale handel kunnen bedrijven die toenemende vraag van consumenten maar moeilijk bijbenen. Zo zijn er grote tekorten aan belangrijke halffabricaten zoals halfgeleiders, metalen, rubber en hout, en is er een tekort aan zeecontainers, wat zich vertaalt in hogere grondstofprijzen en transportkosten (Figuur 1). Hierdoor worden bedrijven geconfronteerd met toenemende productiekosten, met hogere consumentenprijzen als gevolg. Voor hout en ijzererts zijn de prijzen inmiddels al weer sterk gedaald door meer aanbod en afgenomen vraag. Dit laat zien dat producentenprijzen weer snel kunnen dalen als de aanbodbelemmeringen achter de rug zijn.

Figuur 1. Prijsontwikkeling sinds pandemie
Index april 2020 = 100; 4-weeks voortschrijdende gemiddelden

Prijsontwikkeling sinds pandemie

Doorwerking hogere producentenprijzen naar consumentenprijzen

Producentenprijzen zijn veel volatieler dan consumentenprijzen. Voor veel goederen is de doorwerking van producentenprijzen naar consumentenprijzen in het verleden gering gebleken. Producenten geven kostenstijgingen vertraagd en gedempt door aan consumenten, en vaak is een producentenprijsstijging alweer omgeslagen voordat de consumentenprijzen zijn aangepast. Maar nu de kostenstijgingen zo groot en langdurig zijn, doen zich bij een aantal productcategorieën wel degelijk opvallende consumentenprijsstijgingen voor, zoals Figuur 2 laat zien. Met name goederen die hout bevatten, zoals meubelen voor het huis en de tuin, maar ook goederen die afhankelijk zijn van chips, zoals monitoren, andere computeraccessoires en auto’s. Door het tekort aan goederen wijken consumenten uit naar substitutiegoederen waardoor ook deze goederen een opwaarts prijseffect ervaren. Zo is er een lichte prijsstijging van tweedehandsauto’s, waar de consumentenvraag is toegenomen doordat het tekort aan chips de productie van nieuwe auto’s beperkt. Voor een aantal van die goederen speelt daarbij ook de toegenomen vraag tijdens het dieptepunt van de coronacrisis een rol.

Figuur 2. Inflatie in Nederland voor de pandemie en nu
Procenten

Inflatie in Nederland voor de pandemie en nu

De hoge inflatie voor juist deze verhandelbare goederen is opvallend, omdat deze goederen de afgelopen jaren juist bijdroegen aan de lage inflatie. Zo is er voor Nederland over de periode 1996 – 2020 een duidelijk verband zichtbaar tussen de importintensiteit en de inflatie van productcategorieën. Goederen met een hoge importintensiteit en goederen die van buiten de EU komen, droegen over deze lange periode bij aan een lager inflatieniveau.

Duur van aanbodbeperkingen bepaalt invloed op inflatie op langere termijn

De aanbodbeperkingen waarmee bedrijven worden geconfronteerd, komen met name door tijdelijke problemen die ontstaan in de transitie naar een post-coronaeconomie. Wanneer de vraag naar goederen normaliseert en verder verschuift naar diensten, meer containers beschikbaar komen en nieuwe chipfabrieken zijn gebouwd, is het ook waarschijnlijk dat de druk op inflatie afneemt of prijzen zelfs gaan dalen. Wel is er veel onzekerheid hoe lang deze transitieperiode zal duren. Hoe langer de problemen aanhouden, hoe groter de kans dat de hogere inflatie het gedrag van burgers en bedrijven gaat beïnvloeden. Hogere inflatie kan bijvoorbeeld via hogere looneisen van werknemers en hogere loonkosten voor bedrijven weer tot hogere inflatie leiden en een loon-prijsspiraal in gang zetten. Hoewel we dit nog niet zien, zijn wel de inflatieverwachtingen op financiële markten recent richting 2% opgelopen. Reden genoeg om deze dynamiek scherp in de gaten te houden. DNB komt binnenkort naar buiten met een bredere analyse over de inflatieontwikkelingen.