Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

21 januari 2021 AlgemeenDNBulletin

Flexwerkers hebben een veel grotere kans om werkloos te worden dan vaste werknemers. Zij ontvangen bovendien meestal voor kortere tijd een werkloosheidsuitkering dan werklozen die een vaste baan hadden. Toch zijn de verwachte uitkeringskosten voor een flexwerker gemiddeld veel hoger dan voor een vaste medewerker. Hoewel werkgevers dit jaar hogere WW-premies voor flexwerkers moeten afdragen, weerspiegelen deze niet volledig het werkloosheidsrisico van vooral uitzendkrachten. Daardoor zijn de lasten en lusten van de verschillende arbeidscontracten nog steeds scheef verdeeld.

Coronacrisis treft veel flexwerkers

De coronacrisis laat opnieuw zien dat er grote verschillen zijn tussen vast en flexibel werk. In maart en april 2020 vroegen vooral uitzend- en oproepkrachten een Werkloosheidswet (WW)-uitkering aan. Dat is niet alleen nadelig voor de flexwerker zelf. Het extra risico op werkloosheid bij uitzendwerk wordt afgewenteld op de sociale zekerheid zonder dat daar een adequate premie tegenover staat. Met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is weliswaar een hogere WW-premie voor flexwerk ingevoerd, maar deze dekt nog niet volledig het hoge werkloosheidsrisico van uitzendwerk. Er is sprake van een extern effect: de keuze van een werkgever voor het type arbeidsrelatie heeft een effect op het collectief dat niet voldoende wordt meegenomen in de marktprijs van uitzendwerk.

Vooral uitzendkrachten hebben grote kans om werkloos te worden

Flexwerkers hebben een relatief grote kans om in de WW terecht te komen. Dat geldt vooral voor uitzendkrachten. Uitzendwerk is immers meestal kortdurend, waardoor de kans op werkloosheid groter is. Bij uitzendcontracten komt een uitzendbeding relatief vaak voor: een contractuele bepaling waaruit volgt dat de werkgever het contract eenvoudig kan opzeggen. In 2018 was de kans op instroom in de WW ruim 12% voor uitzendkrachten en 1,5% voor werknemers met een vast contract (zie figuur 1). In 2014, toen de werkloosheid fors opliep, kwam zelfs 25% van de uitzendkrachten in de WW terecht.

Figuur 1 - Uitzendkrachten hebben een veel hogere kans om in de WW terecht te komen dan andere werknemers, vooral in jaren met hoge werkloosheid

Hoge verwachte kosten WW

Tegenover de hogere instroomkans staat dat de WW-duur voor flexibele contracten meestal veel korter is dan voor vaste contracten. De duur van de WW-uitkering hangt immers af van het arbeidsverleden. Bovendien is de hoogte van de uitkering voor flexwerkers gemiddeld lager, omdat het voormalig inkomen lager is. Flexwerkers werken namelijk gemiddeld minder uren per week dan werknemers met een vast dienstverband en het loon per gewerkt uur is gemiddeld lager.

Desondanks zijn de verwachte uitkeringskosten, berekend als het gemiddelde bedrag maal instroomkans, voor een flexwerker gemiddeld veel hoger dan voor een vaste medewerker. Zo zijn de verwachte WW-uitkeringskosten van een vaste medewerker EUR 263 per werkende, tegen EUR 738 voor een uitzendkracht (zie tabel 1).

Tabel 1 Verwachte uitkeringskosten
In euro’s

 

Gemiddeld bedrag

Instroomkans

Verwachte kosten

 

WW

WW

WW

Vast

18068

1.5%

263

Tijdelijk

8236

6.1%

503

Uitzend

5987

12.3%

738

Oproep

5206

2.5%

129

Naar een evenwichtige arbeidsmarkt

Flexwerk heeft zowel voor- als nadelen. Bedrijven kunnen flexwerk gebruiken om in te spelen op een wisselende vraag, als een uitgebreide proefperiode voor werknemers of om ziek personeel tijdelijk te vervangen. Flexwerkers hebben minder inkomenszekerheid, ontvangen lagere lonen en krijgen minder scholing en training. De nadelen van flexwerk komen vooral bij de sociale zekerheid en bij werknemers terecht, de voordelen vooral bij bedrijven. Dit leidt tot een onevenwichtige verdeling van risico’s en zekerheden op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft dit jaar met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) een eerste stap naar een evenwichtigere arbeidsmarkt genomen. Daarin staat onder andere dat bedrijven een hogere WW-premie voor flexibel werk gaan betalen.

Maar met de WAB zijn we er nog niet. Er bestaan nog steeds te grote verschillen tussen vast en flexibel werk. Zo betekent onvoldoende werk bij een uitzendcontract in de meeste gevallen het einde van het contract vanwege het uitzendbeding. Dit kan voor bedrijven een goede reden zijn om te kiezen voor een uitzendcontract of een andere vorm van flexwerk, vooral in deze onzekere tijden. Steeds vaker wordt flexwerk echter ook ingezet voor structurele werkzaamheden. De keuze voor flexwerk brengt hogere verwachte uitkeringskosten met zich mee, die nog steeds maar voor een deel worden doorberekend aan werkgevers in de vorm van hogere premies. Het is zaak de risico’s en zekerheden op de arbeidsmarkt evenwichtiger te verdelen.