De getallen liegen er niet om: in 2024 bedroeg de waarde van de directe investeringen vanuit de hele wereld in Nederland in totaal meer dan €3.500 miljard. Dat is een duizelingwekkend bedrag, ook in internationaal perspectief. Wereldwijd behoren we ermee tot de top drie. Dat geldt ook voor de directe investeringen die ons land uitgaan. In datzelfde jaar werd er vanuit Nederland voor ruim €4.300 miljard in de rest van de wereld geïnvesteerd.
Zeventiende eeuw
Vraag een willekeurige wereldburger om ons land op een wereldkaart aan te wijzen en de kans is groot dat die dat niet kan. In geografisch opzicht stellen we maar bar weinig voor, maar in de internationale handel zijn we een supermacht. De wortels van die status gaan terug naar de zeventiende eeuw, naar de tijd dat we via de scheepvaart en alles wat daarbij aan goeds en kwaads kwam kijken welvarend werden.
Maar nu zijn het vooral multinationals en onze eigen pensioenfondsen waaraan we onze plek op de wereldwijde ranglijsten te danken hebben. We sparen als natie veel en veel van dat spaargeld gaat de grens over. Dat was in het derde kwartaal van 2025 goed voor een bedrag van € 1.674 miljard, dat pensioenfondsen maar ook verzekeringsmaatschappijen en andere beleggers in het buitenland investeerden.
Capelle aan den IJssel
Maar laten we ook eens kijken naar de grofweg 27.000 multinationale bedrijven die Nederland rijk is. Die hebben een dominante plek in onze internationale handelspositie en zijn goed voor 2,5 miljoen banen in ons land.
De cynicus zal opbrengen dat er tussen die multinationals waarschijnlijk een heleboel brievenbusfirma's zitten. Oftewel: bedrijven die hier hun juridische basis hebben, maar verder weinig. Die zijn er zeker. Neem organisaties als Pfizer, het farmaciebedrijf dat achter een van de coronavaccins zit. Officieel zetelt die organisatie in Capelle aan den IJssel, maar het bedrijf doet of maakt verder relatief wenig in Nederland.
Bronbelasting, minimumbelasting
Dit type bedrijf wordt ook wel een ‘doorstroomvennootschap’ genoemd omdat ze vooral geld dóór ons land laten stromen. In het verleden was het voor multinationals aantrekkelijk om in Nederland een hoofdkantoor te hebben en een dochter in een land met een gunstig belastingregime (lees: belastingparadijs). Deze bedrijven boekten hun omzet voornamelijk buiten Nederland, maar lieten via ons land hun winsten doorsturen naar belastingparadijzen omdat ze er dan in Nederland geen belasting over hoefden betalen.
Die route is met de invoering van twee nieuwe wetten een stuk minder aantrekkelijk geworden voor bedrijven. Sinds 2021 geldt de bronbelasting die bedrijven verplicht belasting te betalen over de winsten die ze willen doorsluizen naar belastingparadijzen. Vervolgens werd de Wet Minimumbelasting ingevoerd: bedrijven moeten wereldwijd ten minste 15% belasting betalen.
Bedrijvigheid, banen, vertrouwen
Daardoor is de hoeveelheid geld die ons land passeert naar belastingparadijzen gekrompen en is onze status als ‘doorstroomland’ ook kleiner geworden. Desondanks zijn we nog altijd heel dominant, zoals blijkt uit de cijfers. De vraag die in De Nieuwe Schatkamer werd opgeworpen is of dat iets goeds of iets slechts is.
Heel goed, zegt de een. Het brengt geld in het laatje, het brengt bedrijvigheid naar Nederland en het verbindt ons met de rest van de wereld. Bovendien straalt het vertrouwen uit. Door in het buitenland hun geld aan het werk te zetten, stralen Nederlanders uit dat ze erop vertrouwen dat dat geld in goede handen is en dat ze dat ooit weer terugkrijgen. Dat is op zichzelf weer goede marketing.
Schommelende wisselkoersen
Maar nu de schaduwkanten. Door bedrijven hier te laten profiteren van belastingvoordelen, ontnemen we andere landen de mogelijkheid om dat belastinggeld te innen. Dát kan op termijn kostbaar zijn. Als wij met onze belastingvoordelen belastinginkomsten wegnemen uit landen waarmee we economisch en politiek nauw verbonden zijn, kan het zijn dat we die landen later financieel moeten ondersteunen.
Onze internationale oriëntatie kan bovendien voor onzekerheid zorgen. Pensioenvermogen dat in andere werelddelen wordt geïnvesteerd, is vatbaar voor wisselkoersschommelingen. Als de dollar daalt in waarde ten opzichte van de euro, kan dat een hap uit het rendement op een Amerikaanse belegging nemen. En dan zijn er nog factoren als handelsbeperkingen en politieke ontwikkelingen waar we vanuit ons land geen invloed op hebben.
Dus: moeten we blij zijn met onze status als doorstroomnatie? De meningen hierover zijn en blijven waarschijnlijk nog lang verdeeld. Luisteren naar en meediscussiëren over dit soort onderwerpen kan geregeld in De Nieuwe Schatkamer. Houd de agenda in de gaten voor bijeenkomsten. Bijvoorbeeld deze op 10 februari: De geheime oorlog achter de handel. Je schrijft je in via de link.
Als het onderwerp je interesseert is ook het boek van econoom Naoum Néhmé aan te raden: De Impact van Geopolitiek, over hoe Nederlandse bedrijven kunnen inspelen op een almaar grilliger wordend internationaal speelveld.
Lees ook: Nederland blijft financieel sterk verweven met het buitenland