Inflatie

De prijzen stabiel houden, dat is onze belangrijkste taak. Stabiele prijzen zijn van essentieel belang voor het goed functioneren van de economie. Een tijd lang stegen de prijzen veel te hard. Inmiddels nadert de inflatie weer het streefpercentage van 2%. Centrale banken doen er alles aan om de inflatie op dat percentage te krijgen

Inflatie, wat is dat nou precies?

Als de prijzen van veel producten en diensten stijgen, spreken we van inflatie. Die inflatie wordt uitgedrukt in een percentage. De Nederlandse inflatie was in december 2025 bijvoorbeeld 2,5 procent. Dat percentage geeft aan hoeveel geld huishoudens gemiddeld méér kwijt waren aan hun normale uitgaven in vergelijking met een jaar eerder.

Vooral bij een hoge inflatie merk je goed dat alles duurder wordt. Daardoor kun jij met jouw geld minder kopen. Misschien kom je moeilijk rond met je inkomen. Dat kan veel zorgen opleveren en is ook niet goed voor de economie. Een te hoge inflatie leidt bovendien vaak tot snelle prijsveranderingen en grote onzekerheid.

Je zou kunnen denken dat als de inflatie daalt, alles goedkoper wordt. Maar dat is niet het geval, alles wordt alleen maar minder snel duur. Je leest hier hoe dat werkt:

Dalende inflatie, maar toch hogere prijzen: hoe zit dat?

2% is het doel

De Europese Centrale Bank (ECB) ziet de zorg voor stabiele prijzen als de allerbeste bijdrage die de centrale banken kunnen leveren aan de welvaart van mensen in Europa. Daarbij hoort een inflatie van 2% in het hele eurogebied op de middellange termijn. Dat maakt de prijsontwikkeling voor iedereen duidelijk en voorspelbaar. 

Nederlandse inflatie hoger dan eurozonegemiddelde

Al een tijdje is het inflatiecijfer in Nederland hoger dan het gemiddelde in het eurogebied. Dit komt met name doordat de Nederlandse economie goed draait. Daardoor is er veel werkgelegenheid en stijgen de lonen relatief hard. Die hogere lonen worden door bedrijven deels doorberekend in de prijzen. Ook zijn in Nederland bepaalde belastingen, zoals op tabak of frisdranken, de laatste jaren verhoogd. Ook dit zorgt voor een hogere inflatie.

Waarom de inflatie in Nederland hoger is dan in het eurogebied

Hoe centrale banken de inflatie beïnvloeden

Centrale banken bepalen niet de hoogte van de prijzen. Dat doet de markt, waar de wet van vraag en aanbod geldt: als veel mensen een product willen hebben, terwijl dat product maar beperkt verkrijgbaar is, zullen de prijzen stijgen.

Maar de ECB heeft wel gereedschap om de inflatie indirect, met omwegen, te beïnvloeden. Dat doet ze met zogenoemd monetair beleid. Dat zijn alle beslissingen en regels waarmee een centrale bank invloed uitoefent op het geld dat in een economie omgaat. De ECB kan met haar beleid sturen hoeveel geld er in omloop is, en ook hoeveel geld ‘kost’: de rente.  

Monetair beleid ECB

Rente: het gas- en rempedaal van de economie


Het belangrijkste instrument dat de ECB op dit moment inzet om de inflatie omlaag te krijgen, is de beleidsrente. Die bepaalt hoeveel rente banken betalen om geld bij de ECB te lenen of aan te houden. Zie het als het gas- en rempedaal van de economie.

- Rente omlaag 
Als de rente daalt, wordt lenen goedkoper. Mensen en bedrijven nemen sneller een lening en geven meer uit. Sparen levert weinig op, dus geld blijft in beweging. En als mensen meer geld uitgeven en bedrijven meer investeren, wordt de vraag groter en stijgen de prijzen. Het gevolg: hogere inflatie.

- Rente omhoog
Bij een hogere rente is lenen duurder en sparen aantrekkelijker. Mensen en bedrijven houden hun geld vast en geven minder uit. De vraag daalt, prijzen stijgen minder snel en de inflatie neemt af.

Rentebeleid ECB heeft effect

Na een periode van hoge inflatie, naderen we nu weer het streefpercentage van 2%. Het beleid van de ECB om de inflatie te verlagen, heeft gewerkt. De ECB verhoogde sinds juli 2022 de beleidsrente in tien stappen tot 4%. Zo werd de vraag naar producten en diensten afgeremd en zakte de inflatie. Vanaf juni 2024 ging de rem er weer af: de rente is inmiddels zeven keer verlaagd. Per 11 juni 2025 staat de rente op 2,00%.

De ECB is niet de enige die hieraan werkt. Ook overheid, werkgevers en werknemers spelen een belangrijke rol om de inflatie verder terug te dringen.

Inflatie reageert vertraagd op rente

De inflatie past zich niet direct aan als de rente verandert. Dat kost tijd. Bovendien zorgen wereldwijde spanningen voor onzekerheid over onze economie en prijzen. Daarom blijft de ECB alert. Als het nodig is, neemt zij stap voor stap nieuwe maatregelen om de inflatie op middellange termijn terug te brengen naar 2% – en daar te houden.

Waarom was de inflatie een tijd lang zo hoog?

Boodschappen, een knipbeurt of een nieuwe fiets: alles werd in vrij korte tijd een stuk duurder. Dat begon tijdens de coronacrisis. In 2020 lag de economie stil. Toen alles weer opstartte en de vraag naar allerlei producten en diensten toenam, hadden bedrijven niet meteen voldoende materialen en mensen om te kunnen leveren. Daardoor ontstond een groot tekort aan producten en diensten. En dan stijgen de prijzen. 

Vanaf 2022 zorgde de oorlog in Oekraïne voor nog meer schaarste, vooral van gas, olie en voedsel als graan en zonnebloemolie. Duurdere energie dreef de prijzen verder op. En als alle prijsstijgingen het leven duurder maken, willen werknemers meer loon. Hogere lonen betekenen hogere kosten voor bedrijven, en die berekenen dat door in hun prijzen.

Zo wordt het inflatiecijfer berekend 

Elke maand berekenen de onderzoekers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) twee actuele inflatiecijfers, de consumentenprijsindex (CPI) en de Geharmoniseerde Consumentenprijs Index (HICP). De onderzoekers houden hiervoor de prijzen bij van een ‘mandje’ met allerlei producten waaraan we geld uitgeven. Van koffie tot kleding, van een smartphone-abonnement tot de huur. De woonkosten worden wel meegenomen in de CPI, maar niet in de HICP. Dat is het belangrijkste verschil tussen de twee.

Ontdek gerelateerde artikelen