Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026
03 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026Nederlandse pensioenfondsen mogen pensioenregelingen uitvoeren afkomstig uit een andere Europese lidstaat. Daarbij moeten pensioenfondsen wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Bovendien moeten ze rekening houden met de wetgeving van de andere lidstaat.
Gepubliceerd: 17 januari 2019
Een pensioenfonds dat grensoverschrijdende activiteiten uitvoert valt niet alleen onder het toezicht door de toezichthouders in Nederland, maar ook voor een deel onder het toezicht van de toezichthouder uit de lidstaat waarvan het sociaal en arbeidsrecht van toepassing is. Om dat makkelijker te laten verlopen, werken de toezichthouders samen, onder andere in de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA; de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen). Het Budapest-protocol bevat afspraken over hoe de toezichthouders met elkaar communiceren en hoe het hele proces verloopt.
Om grensoverschrijdende activiteiten te mogen uitvoeren moet een Nederlands pensioenfonds op grond van artikel 125 Pensioenwet (Pw) over een vergunning beschikken. De Nederlandsche Bank (DNB) kan deze vergunning, op grond van de artikelen 192 en 193 Pw, aan een Nederlands pensioenfonds verlenen wanneer dit pensioenfonds aan een aantal eisen voldoet. De belangrijkste eis is dat een pensioenfonds een beheerste en integere bedrijfsvoering waarborgt. Met de vergunning kan het pensioenfonds in alle lidstaten van de EU pensioenactiviteiten ontplooien.
Een Nederlands pensioenfonds moet DNB op grond van artikel 194 Pw in kennis stellen wanneer het voornemens is om een pensioenregeling uit een andere lidstaat uit te voeren. DNB beoordeelt vervolgens op grond van artikel 195 Pw of de administratieve structuur of financiële positie van het pensioenfonds of de deskundigheid of betrouwbaarheid van de personen die het fonds besturen reden kan zijn om te betwijfelen dat het pensioenfonds de gemelde activiteit aankan.
Het pensioenfonds moet bij de melding bij DNB de volgende informatie meesturen. Een opgave van:
Indien DNB geen reden heeft om te betwijfelen dat het Nederlandse pensioenfonds de gemelde grensoverschrijdende activiteit aankan, stuurt DNB de ontvangen informatie door naar de toezichthouder uit de lidstaat waaruit de regeling afkomstig is. Die moet vervolgens aan DNB de volgende informatie toesturen:
Het sociaal en arbeidsrecht heeft grofweg betrekking op alles wat in de relatie tussen de werkgever en de werknemer is afgesproken. De inhoud bepaalt elke lidstaat zelf. Het Nederlandse pensioenfonds moet zich bij de uitvoering van de pensioenregeling uit de andere lidstaat aan bovenstaande voorschriften houden.
De toezichthouders uit de twee betrokken lidstaten verdelen het toezicht op de grensoverschrijdende activiteiten van Nederlandse pensioenfondsen. Dat gebeurt op de volgende manier:
Een pensioenfonds dat grensoverschrijdende activiteiten uitvoert valt niet alleen onder het toezicht door de toezichthouders in Nederland, maar ook voor een deel onder het toezicht van de toezichthouder uit de lidstaat waarvan het sociaal en arbeidsrecht van toepassing is. Om dat makkelijker te laten verlopen, werken de toezichthouders samen, onder andere in de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA; de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen). Het Budapest-protocol bevat afspraken over hoe de toezichthouders met elkaar communiceren en hoe het hele proces verloopt.
Om grensoverschrijdende activiteiten te mogen uitvoeren moet een Nederlands pensioenfonds op grond van artikel 125 Pensioenwet (Pw) over een vergunning beschikken. De Nederlandsche Bank (DNB) kan deze vergunning, op grond van de artikelen 192 en 193 Pw, aan een Nederlands pensioenfonds verlenen wanneer dit pensioenfonds aan een aantal eisen voldoet. De belangrijkste eis is dat een pensioenfonds een beheerste en integere bedrijfsvoering waarborgt. Met de vergunning kan het pensioenfonds in alle lidstaten van de EU pensioenactiviteiten ontplooien.
Een Nederlands pensioenfonds moet DNB op grond van artikel 194 Pw in kennis stellen wanneer het voornemens is om een pensioenregeling uit een andere lidstaat uit te voeren. DNB beoordeelt vervolgens op grond van artikel 195 Pw of de administratieve structuur of financiële positie van het pensioenfonds of de deskundigheid of betrouwbaarheid van de personen die het fonds besturen reden kan zijn om te betwijfelen dat het pensioenfonds de gemelde activiteit aankan.
Het pensioenfonds moet bij de melding bij DNB de volgende informatie meesturen. Een opgave van:
Indien DNB geen reden heeft om te betwijfelen dat het Nederlandse pensioenfonds de gemelde grensoverschrijdende activiteit aankan, stuurt DNB de ontvangen informatie door naar de toezichthouder uit de lidstaat waaruit de regeling afkomstig is. Die moet vervolgens aan DNB de volgende informatie toesturen:
Het sociaal en arbeidsrecht heeft grofweg betrekking op alles wat in de relatie tussen de werkgever en de werknemer is afgesproken. De inhoud bepaalt elke lidstaat zelf. Het Nederlandse pensioenfonds moet zich bij de uitvoering van de pensioenregeling uit de andere lidstaat aan bovenstaande voorschriften houden.
De toezichthouders uit de twee betrokken lidstaten verdelen het toezicht op de grensoverschrijdende activiteiten van Nederlandse pensioenfondsen. Dat gebeurt op de volgende manier:
03 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026
03 maart 2026
02 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
De Nederlandsche Bank (DNB) kan partijen de mogelijkheid bieden om een boetezaak vereenvoudigd af te doen. Als een onderneming of een persoon bereid is de feiten van de overtreding te erkennen en de boete te accepteren, kan DNB de boete verlagen met 15% en volstaan met een verkort boetebesluit.
Lees meer Boetezaken eenvoudiger af te handelen
02 maart 2026
24 februari 2026
Nieuwsbericht toezicht
Vandaag is Toezicht in Beeld 2025-2026 gepubliceerd. Hierin presenteert DNB een overzicht van toezichtactiviteiten in 2025 en licht zij de prioriteiten voor 2026 toe. De publicatie biedt ook inzicht in het risicobeeld van de sectoren onder toezicht.
Lees meer DNB publiceert Toezicht in Beeld 2025-2026
24 februari 2026
12 februari 2026
Nieuwsbericht toezicht
Op 12 augustus 2026 treedt het vernieuwde handhavingsbeleid van De Nederlandsche Bank (DNB) in werking voor de tijdige indiening van statistische rapportages. Dit geldt momenteel voor de volgende rapportageprofielen: MESRAP, MER en CFI Benchmark.
Lees meer Nieuw handhavingsbeleid voor tijdige indiening van statistische rapportages
12 februari 2026
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.