Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen of e-mailen u en doen alsof ze van De Nederlandsche Bank zijn. Ga hier niet op in! Wij bellen of e-mailen u nooit. En wij vragen u nooit om gegevens of om geld over te maken. Lees meer

Proportionaliteit – (Herziening solvabiliteit II)

Factsheet

De herziening van de Solvabiliteit II Richtlijn brengt wijzigingen met zich mee op het gebied van proportionaliteit. Nieuw is dat verzekeraars die een Solvabiliteit II-vergunning hebben, in aanmerking kunnen komen voor een “small and non-complex undertaking” (SNCU) status of voor het gebruik van evenredigheidsmaatregelen als niet-SNCU verzekeraar. Verder worden o.a. de kwantitatieve grenzen gewijzigd waaronder verzekeraars zijn vrijgesteld van een Solvabiliteit II-vergunning. Deze pagina geeft verdere informatie over proportionaliteit in het herziene Solvabiliteit II raamwerk. 

Gepubliceerd: 04 juni 2026

Let op, deze uiting geldt vanaf 30 januari 2027 (na inwerkingtreding van de herziening van de solvabiliteit II-regelgeving).

DNB beoogt over proportionaliteit enkele Q&A’s te publiceren op Open Boek Toezicht. Deze worden geconsulteerd voor publicatie. Na consultatie van de Q&A’s wordt deze factsheet voorzien van verwijzingen naar de dan finale Q&A’s.

Solvabiliteit II II Basic Vergunning

Ook na de inwerkingtreding van de herziene solvabiliteit II II richtlijn bestaan er nog steeds twee soorten vergunningen:

  1. een Solvabiliteit II-vergunning, en 
  2. een nationale Solvabiliteit II Basic-vergunning.

De kwantitatieve grenzen waaronder verzekeraars zijn vrijgesteld van een solvabiliteit II vergunning worden verhoogd. Naast de kwantitatieve grenzen, zijn er ook overige redenen die een verzekeraar verplichten om een Solvabiliteit II-vergunning te hebben, bijvoorbeeld het aanbieden van wettelijke aansprakelijkheidsverzekering. De overige redenen die verzekeraars verplichten een Solvabiliteit II-vergunning te hebben, wijzigen niet naar aanleiding van de solvabiliteit II herziening. 

Solvabiliteit II- vergunning – “SNCU” status

Verzekeraars kunnen - als zij aan bepaalde criteria voldoen – een melding doen bij DNB dat zij als “small and non-complex” aangemerkt willen worden. Indien een verzekeraar is aangemerkt als SNC kan gebruik worden gemaakt van verschillende evenredigheidsmaatregelen. Om te beoordelen of er voor DNB aanleiding is tot het maken van bezwaar tegen de indeling als SNC voor een verzekeraar voor een SNCU-status, toetst DNB aan de voorwaarden van artikel 29 bis, eerste lid van de Solvabiliteit II-Richtlijn (SII).  

Toepasselijke criteria afhankelijk van type verzekeraar

De toepasselijke criteria zijn afhankelijk van het type verzekeraar. Zo gelden voor levensverzekeraars en schadeverzekeraars verschillende criteria.

Voor (her)verzekeringscaptives zijn de criteria met betrekking tot premie uit andere lidstaten en geaccepteerde herverzekering niet van toepassing. Indien (her)verzekeringscaptives niet aan alle criteria voldoen, kunnen zij toch kwalificeren als SNCU, indien zij voldoen aan de laatstgenoemde criteria van artikel 29 bis, welke zich specifiek richten op (her)verzekeringscaptives.

De toepasselijke criteria zijn ook afhankelijk van het feit of er een aanvraag op groepsniveau of als solo-entiteit wordt gedaan.

Zie voor meer informatie over groepen:

Onder meer de volgende verzekeraars komen niet in aanmerking voor een SNCU-status:

  • ondernemingen die een gedeeltelijk of volledig intern model gebruiken voor de berekening van de SCR; 
  • ondernemingen die moederonderneming zijn van een financieel conglomeraat in de zin van artikel 2, punt 14, van de Richtlijn 2002/87/EG

Vereenvoudigd schema

Schematisch en vereenvoudigd kunnen de relevante criteria voor het aanvragen van een SNCU-status als volgt weergegeven worden.

Let op: onderstaande schema’s zijn een vereenvoudigde weergave van de wettelijke criteria om begrip in de sector te ondersteunen. De toets van DNB wordt uitgevoerd aan de hand van de letterlijke tekst van artikel 29bis, eerste lid SII alsmede de guidance gepubliceerd door EIOPA ter berekening van de criteria.

Swipe onderstaande tabel om meer kolommen te zien.
Leven Schade Beide
  1. Module renterisico ≤ 5% bruto TV totaal

  2. Bruto premie uit andere lidstaten < €20 miljoen, of < 10% totale bruto premie

  3. Bruto TV leven ≤ €1 miljard

  4. Aanvaarde herverzekering ≤ 50% totale bruto premie

  5. SCR-ratio > 100%

  6. Som van volgende ≤ 20% totale beleggingen:
    • Module marktrisico
    • Module TPK*
    • Overige kapitaal vereiste immateriële activa
  1. Gemiddelde NCR afgelopen 3 jaar < 100%

  2. Bruto premie uit andere lidstaten < €20 miljoen, of < 10% totale bruto premie

  3. Bruto premie schade ≤ €100 miljoen

  4. Aanvaarde herverzekering ≤ 50% totale bruto premie

  5. SCR-ratio > 100%

  6. Bruto premie uit branches 5, 6, 7, 11, 12, 14 en 15 ≤ 30% totale bruto premie**

  7. Som van volgende ≤ 20% totale beleggingen:
    1. Module marktrisico
    2. Module TPK*
    3. Overige kapitaal vereiste immateriële activa
  1. Module renterisico ≤ 5% bruto TV totaal

  2. Gemiddelde NCR afgelopen 3 jaar < 100%

  3. Bruto premie uit andere lidstaten < €20 miljoen, of < 10% totale bruto premie

  4. Bruto TV leven ≤ €1 miljard

  5. Bruto premie schade ≤ €100 miljoen

  6. Aanvaarde herverzekering ≤ 50% totale bruto premie

  7. SCR-ratio > 100%

  8. Bruto premie uit branches 5, 6, 7, 11, 12, 14 en 15 ≤ 30% totale bruto premie**

  9. Som van volgende ≤ 20% totale beleggingen:
    • Module marktrisico
    • Module TPK*
    • Overige kapitaal vereiste immateriële activa

 

*deel van de TPK module (securitisaties, afgeleide instrumenten, kortlopende vorderingen en overige beleggingsactiva niet gedekt door spreadmodule) 
**branches zijn op basis van bijlage I van Solvabiliteit II richtlijn

Swipe onderstaande tabel om meer kolommen te zien.

Voor (her)verzekeringscaptives kunnen de criteria schematisch en vereenvoudigd als volgt weergegeven worden.

Leven Schade Beide
  1. Module renterisico ≤ 5% bruto TV totaal

  2. Bruto TV leven ≤ €1 miljard

  3. SCR-ratio > 100%

  4. Som van volgende ≤ 20% totale beleggingen:
    • Module marktrisico
    • Module deel TPK*
    • Overige kapitaal vereiste immateriële activa
  1. Gemiddelde NCR afgelopen 3 jaar < 100%

  2. Bruto premie schade ≤ €100 miljoen

  3. Bruto premie uit branches 5, 6, 7, 11, 12, 14 en 15 ≤ 30% totale bruto premie**

  4. Som van volgende ≤ 20% totale beleggingen:
    • Module marktrisico
    • Module deel TPK*
    • Overige kapitaal vereiste immateriële activa
  1. Module renterisico ≤ 5% bruto TV totaal

  2. Gemiddelde NCR afgelopen 3 jaar < 100%

  3. Bruto TV leven ≤ €1 miljard

  4. Bruto premie schade ≤ €100 miljoen

  5. SCR-ratio > 100%

  6. Bruto premie uit branches 5, 6, 7, 11, 12, 14 en 15 ≤ 30% totale bruto premie**

  7. Som van volgende ≤ 20% totale beleggingen:
    • Module marktrisico
    • Module deel TPK*
    • Overige kapitaal vereiste immateriële activa

 

*deel van de TPK-module (securitisaties, afgeleide instrumenten, kortlopende vorderingen en overige beleggingsactiva niet gedekt door spreadmodule) 
**branches zijn op basis van bijlage I van Solvabiliteit II richtlijn

Ontdek gerelateerde artikelen