Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

30 augustus 2021 Algemeen
Yannick Hemmerlé en Guido Schotten

Om klimaatverandering tegen te gaan, wil de Europese Commissie dat meer sectoren gaan betalen voor hun CO2-uitstoot. Is dat niet ontzettend slecht voor de concurrentiepositie van Nederland en andere Europese landen? Nee, de gevolgen vallen mee, concluderen onderzoekers van De Nederlandsche Bank (DNB). Een interview met twee van hen: Yannick Hemmerlé en Guido Schotten.

De Europese Green Deal

De Europese Commissie (EC) presenteerde in juli uitgebreide plannen om de CO2-uitstoot in 2030 met 55% terug te brengen. De beprijzing van uitstoot speelt daarbij een belangrijke rol. Nu betalen alleen bepaalde energiebedrijven en de zware industrie om CO2 uit te stoten. Dit gebeurt via het Europese emissiehandelssysteem (ETS), waarbij bedrijven rechten kopen om CO2 uit te stoten. De EC wil het ETS invoeren voor meer sectoren, zoals gebouwen en het transport. Ook worden er minder uitstootrechten uitgegeven. En er moet een CO2-heffing aan de Europese grens komen voor de invoer van bijvoorbeeld elektriciteit, staal en cement van buiten de EU.

Om te beginnen: de EC wil een betere beprijzing van CO2-uitstoot. Vinden jullie dat als economen eigenlijk een goed plan?

Guido: “Ja, zeker. Om de opwarming van de aarde te beperken tot onder de twee graden – het doel van het Parijskoord – moeten we onze CO2-uitstoot terugdringen. Economen zijn het erover eens dat een belasting op uitstoot de beste manier is om dat te doen, hoewel ook aanvullende maatregelen nodig blijven. Zo’n belasting zorgt ervoor dat bedrijven en consumenten de schade van klimaatverandering meenemen in hun keuzes. Voor bedrijven gaat het pas lonen om duurzame productietechnieken te ontwikkelen als vervuilende opties duurder worden.

Uitstoot wordt nu nog onvoldoende belast. Dit vanwege zorgen over de concurrentiepositie, koopkracht en het verplaatsen van vervuilende productie naar landen met een minder streng klimaatbeleid. Daarom is het belangrijk dit op internationaal niveau te doen. Bijvoorbeeld op EU-niveau.”

Jullie hebben onderzocht wat de gevolgen zijn van een uitgebreidere CO2-belasting voor de concurrentiepositie van bedrijven. Wat zien jullie?

Yannick: “Wij hebben de gevolgen berekend van een Europese uitstootbelasting van €50 per ton CO2 voor de elektriciteitssector, gebouwen, transport en de industrie. Dat is in grote lijnen vergelijkbaar met de plannen van de EC. We zien dat de productiekosten voor bedrijven in Europa gemiddeld met 0,7% stijgen en in Nederland met 0,8%. Dat is beperkt. De negatieve gevolgen voor de concurrentiepositie van bedrijven ten opzichte van concurrenten uit andere landen zijn nog kleiner: 0,5% voor de gehele EU én voor Nederland. Dit komt doordat de meeste EU-landen vooral handelen met andere EU-landen. Die hebben te maken met dezelfde uitstootbelasting.”

De EC wil een CO2-heffing aan de Europese grens voor producten van buiten de EU. Zodat bedrijven uit de EU niet in het nadeel zijn ten opzichte van concurrenten uit landen zonder CO2-belasting. Werkt dat?

Guido: “Jazeker. Volgens onze schattingen maakt de grensheffing het negatieve effect op de concurrentiepositie van een uitstootbelasting voor de meeste landen vrijwel volledig ongedaan. Dus het kan een heel effectief instrument zijn om een gelijk speelveld te creëren op de Europese markt.”

De gevolgen vallen dus mee. Geldt dat voor alle sectoren en landen?

Yannick: “Er zijn grote verschillen tussen sectoren en landen. De effecten zijn groter in bijvoorbeeld de energiesector, die veel CO2 uitstoot. Ook in Centraal en Oost-Europa zijn de gevolgen groter dan gemiddeld. Bedrijven in deze landen produceren over het algemeen vervuilender dan gemiddeld in de EU. Voor deze landen en sectoren kunnen daarom steunmaatregelen worden overwogen.” 

Hoe zit het met de gevolgen voor onze economie als geheel?

Guido: “In onze analyse hebben we alleen gekeken naar het effect op kosten van bedrijven. Dat is beperkt. Daarom is het aannemelijk dat de gevolgen voor de economie meevallen. Vooral als je bedenkt dat een uitstootbelasting ook opbrengsten voor de overheid oplevert. Die kunnen weer worden ingezet om de economie te stimuleren of andere belastingen te verlagen. Uit een eerdere studie van DNB bleek dat de economische effecten zelfs positief kunnen uitvallen als je de opbrengsten goed besteedt.”

De productiekosten voor bedrijven stijgen wel licht, wat ga ik daar als consument van merken?

Yannick: “Producenten berekenen de hogere kosten van de uitstootbelasting waarschijnlijk deels door aan consumenten. Als consument kun je dus gaan merken dat bepaalde producten duurder worden. Vooral producten waar veel CO2-uitstoot voor nodig is om ze te maken. Dat is ook wenselijk. Om de klimaatdoelen te halen, moeten we deze producten minder gaan gebruiken.”

Wat is jullie advies aan het nieuwe kabinet in Nederland?

Guido: “De nieuwe regering zal het Nederlandse klimaatbeleid hoe dan ook flink moeten aanscherpen om de eigen klimaatdoelen — 49% minder CO2-uitstoot in 2030 — te halen. Wij zouden graag zien dat het kabinet de Green Deal-voorstellen van de EC steunt en de Europese doelen goed vertaalt naar nationaal beleid.”

Waarom houdt DNB zich eigenlijk bezig met klimaatverandering?

Yannick: “Een van onze taken is om onafhankelijk advies te geven over onze economie. Wij zien het beperken van de opwarming van de aarde als een van de belangrijkste uitdagingen voor onze economie op lange termijn. En dus ook voor de financiële sector, waar wij toezicht op houden. We moeten hoe dan ook overstappen naar duurzame energiebronnen. Het beste is om dat geleidelijk te doen, zodat bedrijven en consumenten er genoeg tijd voor hebben. We lopen achter op onze klimaatdoelen. Als we nu niet snel handelen, is de kans groot op economische schade. Doordat de kans op natuurrampen toeneemt óf doordat we straks abrupt moeten overstappen.”

Meer weten? Lees het DNBulletin over ons onderzoek of bekijk de pagina over de energietransitie.