Tegen deze achtergrond is het voor bedrijven en ondernemers lastig om plannen voor de lange termijn te maken of bijvoorbeeld grote investeringen te doen. Dat laatste is terug te zien in de matige groei van de Nederlandse economie. Dat terwijl Nederlandse bedrijven juist stevig moeten investeren, bijvoorbeeld in slimmere machines of software om op kosten en kwaliteit te kunnen blijven concurreren met bedrijven in de rest van de wereld.
Financiële instellingen zoals banken, pensioenfondsen en verzekeraars gedijen beter bij een goed draaiende economie met een florerend bedrijfsleven. De aandelen en bedrijfsleningen waarin ze investeren leveren dan het rendement op dat zij nodig hebben om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Denk daarbij aan een pensioenuitkering, een schadevergoeding of spaarrente. Als de economie niet goed draait of krimpt, is er ook minder rendement.
3. Aandelenprijzen zijn hoog
Terwijl de onzekerheid hoogtij viert, zijn prijzen op de aandelenmarkten nog nooit zo hoog geweest als nu. In Nederland staat de belangrijkste beursgraadmeter, de AEX, half november op ongeveer 950 punten, 10% meer dan vorig jaar. Een vergelijkbare Europese index, de Stoxx 600 en de Amerikaanse S&P 500, schommelen dit jaar beide ook op pieken. De grote interesse in AI en technologiebedrijven die daar producten voor maken of diensten aan leveren, is hier een stuwende factor.
Hoge aandelenprijzen zijn altijd reden voor voorzichtigheid: als de stemming plotseling omslaat, zoals bijvoorbeeld gebeurde aan het begin van de corona-uitbraak, kunnen aandelen razendsnel hun waarde verliezen. Institutioneel beleggers hebben een groot deel van hun vermogen in de aandelenmarkt geïnvesteerd en zij zijn daarom gevoelig voor waardeschommelingen.
Gelukkig zijn Nederlandse instellingen goed voorbereid op rampscenario's. Bijvoorbeeld doordat ze het risico op waardeverlies hebben afgedekt, en omdat ze stevige reserves hebben.
Spanning, schokbestendig
Samenvattend: de wereld is er de afgelopen paar jaar niet eenvoudiger op geworden. De onzekerheid over een ongewisse toekomst heeft nog geen vat gekregen op de financiële stabiliteit. Instellingen zoals banken, verzekeraars en pensioenfondsen doen het naar omstandigheden goed en zijn de afgelopen jaren goed bestand gebleken tegen mogelijke schokken. Op de aandelenmarkten overheerst euforie, afgaande op de torenhoge waarderingen.
Maar schijn bedriegt. De gespannen verhoudingen tussen landen zaaien twijfel over de staat van de wereldeconomie, de houdbaarheid van de berg overheidsschulden en de almaar moeizamere internationale samenwerking. De angst dat de wereldeconomie steeds minder door competente instituten en steeds meer door dominante persoonlijkheden wordt bestuurd, kleurt de stemming van de wereld waarin we ons momenteel bevinden.