Maar vooruitzichten blijven onzeker
Tegelijkertijd blijven de vooruitzichten onzeker. Het eurogebied wordt nog steeds geconfronteerd met een grillige mondiale omgeving. Schommelingen in het vertrouwen op financiële markten, geopolitieke spanningen en verstoringen in de wereldhandel kunnen de groei afremmen. Daartegenover staan hogere investeringen in defensie en infrastructuur en verdere Europese marktintegratie die de economie juist kunnen versterken. Ook rond inflatie zijn de risico’s tweezijdig. Een zwakkere vraag, goedkope importgoederen uit China en een sterkere euro de inflatie drukken, terwijl hogere energieprijzen – bijvoorbeeld door oplopende spanningen in het Midden Oosten –, verstoringen in aanbodketens of extreme weersomstandigheden de inflatie juist kunnen opstuwen. Die combinatie van factoren maakt dat een stabiel monetair beleid op dit moment passend is.
Hoe de stabiele rente merkbaar is voor bedrijven en huishoudens
Wanneer de ECB de beleidsrente aanpast, reageren financiële markten doorgaans direct: kortetermijnrentes bewegen mee met de beleidsrente, terwijl lange rentes vooral worden bepaald door verwachtingen over toekomstig beleid. Op dit moment staat de beleidsrente, na een serie verlagingen in 2024-2025, al enige tijd stabiel op 2%. Dit is een niveau dat de economie niet stimuleert, maar ook niet afremt. Daardoor bewegen ook marktrentes relatief rustig.
Deze rentes werken met enige vertraging door naar de rentes die huishoudens en bedrijven betalen. Hypotheek- en bedrijfsrentes zijn sinds de piek van 2023 gedaald en sinds de zomer relatief stabiel. De gemiddelde leenrente voor bedrijven lag eind vorig jaar op 3,6%, ruim 1,7 procentpunt lager dan de piek. De rente die huishoudens betalen voor het afsluiten van een hypotheek bleef in december gelijk op 3,3%, zo’n 0,7 procentpunt lager dan de piek in 2023.
Opvallend is dat het verschil tussen de rente op leningen aan huishoudens en bedrijven veel kleiner is geworden: van 1,4 procentpunt in maart 2024 naar ongeveer 0,2 procentpunt nu. Dat verschil wordt vooral verklaard door de manier waarop huishoudens lenen. Veel hypotheken kennen lange rentevaste perioden, waardoor ze minder gevoelig zijn voor schommelingen van korte rentes. Bedrijven lenen daarentegen vaker tegen kortere looptijden, waardoor hun rentes juist sterker reageren op het actuele monetair beleid. Daardoor zien we bedrijfsrentes veel sneller dalen als de beleidsrente wordt verlaagd.