Wat is fraude in het betalingsverkeer?
Bij fraude in het betalingsverkeer wordt een klant slachtoffer van fraude. Vaak begint de fraude al eerder, bijvoorbeeld doordat iemand wordt misleid, en wordt het zichtbaar wanneer er geld wordt overgemaakt. Denk aan WhatsApp-fraude, bankhelpdeskfraude, investeringsfraude of datingfraude. Verder kan ook de klant van de bank een fraudeur zijn: geld komt dan bijvoorbeeld binnen op een rekening van een ‘katvanger’ of ‘geldezel’, en wordt vervolgens snel doorgestuurd. Omdat betaler en ontvanger een andere rol hebben, vraagt opsporing en opvolging in de praktijk ook om een andere aanpak.
Banken en betaalinstellingen spelen beide een belangrijke rol bij fraude en nemen tal van maatregelen om fraude te voorkomen. Banken proberen fraude te voorkomen door frauduleuze transacties te detecteren. Vervolgens bepalen fraude-analisten of de transacties uitgevoerd moeten worden. Ook beschermen banken hun klanten door standaard daglimieten en een wachttijd van vier uur bij een aanpassing van die limieten in te stellen, door te waarschuwen bij risicovolle betalingen en met grootschalige reclamecampagnes. Daarnaast nemen banken maatregelen om te voorkomen dat zij hun diensten aanbieden aan een fraudeur, zoals een katvanger.
De nieuwe Europese wetgeving voor betaaldiensten (PSR/PSD3) zorgt dat de banken dan verplicht worden om onder voorwaarden schade door bankhelpdeskfraude aan consumenten te vergoeden.
Betaalinstellingen hebben een andere rol in het betalingsverkeer en daarom ook bij het bestrijden van fraude. Zij zorgen er bijvoorbeeld voor dat klanten betalingen kunnen doen in de winkel en bij webshops. Wie een betaling betwist, kan in sommige gevallen geld terugkrijgen, zoals bij creditcardbetalingen; maar in andere gevallen niet. Ook betaalinstellingen nemen maatregelen om te voorkomen dat zij betalingen aan malafide webshops en andere fraudeurs faciliteren. Zo doen zij klantonderzoek, monitoren zij terugbetalingsverzoeken en nemen ze actie bij frauderisico’s.