Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen u op met een telefoonnummer van DNB (+31 20 524 9111) en zeggen dat ze bij DNB werken. Ga hier nooit op in. Lees meer

Sparen voor pensioen, investeren in een sterk Europa

Speech

‘Goede pensioenstelsels dragen bij aan inkomenszekerheid én aan een sterke, innovatieve economie in Europa.’ Dat zei Olaf Sleijpen vandaag in zijn speech op het Pensioen&Wetenschapscongres van Netspar in Den Haag. Hij sprak over de onzekere economische en geopolitieke situatie en hoe pensioenfondsen zich daartegen kunnen wapenen.

Gepubliceerd: 31 maart 2026

Europese vlaggen

Goedemiddag allemaal. Fijn om hier te zijn, en leuk om weer veel bekende, maar ook nieuwe gezichten te zien. Zoals jullie weten ben ik me de afgelopen jaren wat minder intensief met pensioenen bezig gaan houden. Maar mijn belangstelling is nooit verdwenen.

Vorige week presenteerden we bij DNB ons jaarverslag. Dat is altijd het moment waarop we u een blik gunnen in onze glazen bol. Waar staan we economisch? Wat zien we gebeuren met inflatie, financiële markten: wat komt er op ons af?

Wie het jaarverslag goed heeft gelezen, en dat heeft u natuurlijk, die weet het antwoord al. Maar ik vond het toch wel zo netjes om het u hier persoonlijk te komen vertellen. En het daarna met u te hebben over wat dit alles betekent voor de pensioensector.

Dus laten we beginnen.

Het zal niet als een donderslag bij heldere hemel komen als ik zeg dat wat we sinds een jaar op het wereldtoneel zien gebeuren, ingrijpend is. Ontwrichtend zelfs.

De naoorlogse wereldorde – gebaseerd op regels, samenwerking en vrijhandel – bestaat niet meer. Sommige landen schuwen geen middel om hun zin te krijgen. Handelstarieven worden ingezet als politiek wapen. Toegang tot grondstoffen, technologie en infrastructuur wordt als gebruikt als drukmiddel. Dat leidt tot fragmentatie van de wereldeconomie, meer onzekerheid en een grotere kans op schokken.

Een pijnlijk actueel voorbeeld van zo’n schok is natuurlijk de nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Handelsroutes worden verstoord, en de toevoer van olie en gas staat onder druk. Naast al het politiek en menselijk leed leeft natuurlijk ook de vraag hoe dit gaat uitpakken voor de economie. Veel hangt af van de duur en omvang van de oorlog, waarbij alles draait om de schade aan de productie en toevoer van olie en gas. Als de oorlog snel eindigt kan de economische impact meevallen. Maar als het langer gaat duren, en de olie- en gasprijzen blijven langdurig hoog, dan werkt dat uiteindelijk door in stijgende prijzen van andere producten. Al moeten we wel in het achterhoofd houden dat vooralsnog de stijging van de energieprijzen die we nu zien nog altijd een stuk gematigder is dan in 2022, bij het begin van de oorlog in Oekraïne.

Nog los van deze oorlog is al die internationale onrust op termijn natuurlijk niet goed voor de Nederlandse economie. Wij leven van handel, van investeringen, van internationale samenwerking. En juist dát komt in een gefragmenteerde wereld onder druk te staan.

Daar komt bij dat de verslechterde veiligheidssituatie Europese landen dwingt tot fors hogere defensie-uitgaven. Ook Nederland. Dat vraagt om moeilijke keuzes.

Daarom is het essentieel dat we het groeipotentieel van onze economie naar een hoger plan tillen. Zeker in het licht van de vergrijzing. En daarom is het des te urgenter dat we de bekende knelpunten nu echt aanpakken: stikstof, het elektriciteitsnet, de woningmarkt – u kent het lijstje. In dat opzicht ben ik overwegend positief over de plannen van het nieuwe kabinet. De ambitie is er. Die verdient steun.

Mogelijkheden voor het versterken van het groeipotentieel liggen niet alleen in Nederland, maar juist ook in Europa. Europa zal het in toenemende mate zelf moeten doen, dat is nu wel duidelijk. En dus ook beter moeten samenwerken. De rapporten van Draghi en Letta laten overtuigend zien waar de kansen liggen. Voor Nederland kunnen we daar het rapport van Peter Wennink aan toevoegen.

Een kernpunt is het voltooien van de Europese interne markt. In een wereld waarin de economie fragmenteert en de kans op schokken toeneemt, is die interne markt onze motor én onze airbag.

We hebben in theorie een markt van 450 miljoen consumenten. In de praktijk benutten we die veel te weinig, door nationale regels, barrières en versnippering.

Het IMF laat zien dat structurele hervormingen én een echte interne markt voor goederen, diensten en arbeid de arbeidsproductiviteit met zo’n 20 procent kunnen verhogen. Dat is enorm, en stelt bijvoorbeeld de negatieve effecten van de Amerikaanse invoertarieven in de schaduw. Het wordt dus echt tijd om het volle potentieel van die interne markt te benutten. Het is tijd voor onze eigen ‘Liberation Day’. Maar dan een echte.

Dat geldt misschien wel het sterkst voor de kapitaalmarkt.

Europa spaart veel, maar investeert te weinig waar het telt. Aan de ene kant staat ongeveer 10 biljoen euro aan spaargeld van Europese huishoudens op bankrekeningen tegen een lage rente. Aan de andere kant zien we dat bijna 30 procent van onze Europese unicorns - jonge bedrijven met een marktwaarde van meer dan 1 miljard euro - sinds 2008 is vertrokken, meestal naar de Verenigde Staten. Omdat daar wél voldoende risicokapitaal beschikbaar is.

Dat is geen toeval. Dat is een structureel probleem.

Daarom steun ik de plannen voor een Europese Spaar- en Investeringsunie. Maar nu komt het erop aan: we moeten van strategie naar wetgeving. Van intentie naar uitvoering. Ook hier moeten we echt aan de bak.

En hier raken we direct aan pensioenen.

Want sparen voor een oudedagsvoorziening en kapitaalmarkten kun je niet los van elkaar zien. Meer kapitaalgedekte pensioenbouw in Europa kan enorm helpen om in ieder geval een deel van die 10 biljoen euro waar ik het net over had te mobiliseren. Te mobiliseren voor risicokapitaal waarmee Europese bedrijven kunnen innoveren en groeien, en niet de oceaan hoeven over te steken. Daarnaast helpt kapitaaldekking natuurlijk om armoede onder ouderen te voorkomen, en om de druk op overheidsfinanciën als gevolg van de vergrijzing te verlichten. Europese initiatieven om die kapitaalgedekte pensioenopbouw te versterken, juist in landen waar die nu tekortschiet, verdienen daarom steun.

Het recente pensioenpakket van de Europese Commissie zet hier een belangrijke stap. Bijvoorbeeld door vormen van automatische deelname aan pensioensparen te stimuleren. En onnodige kwantitatieve beleggingsbeperkingen tegen te gaan. Er zijn pensioenstelsels waar restricties op de beleggingen van het pensioenkapitaal fondsen dusdanig beperken dat het lastig is om rendement te maken. De aanmoediging om lidstaten na te laten denken over de schaalgrootte van hun pensioenfondsen is ook een positieve ontwikkeling. Ook zet de Commissie terecht in op kostentransparantie en deelnemersbescherming.

Als Europa pensioenplannen maakt, kijken we in Nederland vaak kritisch. Dat is natuurlijk te begrijpen. Wij hebben veel goed geregeld. En ja, we hebben – volgens velen – het beste pensioenstelsel ter wereld. En de Europese pensioenplannen zullen hier waarschijnlijk ook impact hebben op pensioenfondsen. Maar laten we oppassen dat we ons niet verliezen in de details.

Het grotere plaatje is dit: goede pensioenstelsels dragen bij aan inkomenszekerheid én aan een sterke, innovatieve economie in Europa.

Dat voor wat betreft economische groei, de Europese kapitaalmarkt en het stimuleren van pensioenkapitaal.

Maar we moeten niet alleen groeien, we moeten ook weerbaarder worden. En ook hier geldt: echte weerbaarheid kunnen we alleen in Europees verband bereiken. In een wereld waarin machtspolitiek toeneemt, moet Europa haar afhankelijkheden verkleinen. Vooral op terreinen die van levensbelang zijn: defensie, energie, water, technologie – en onze financiële infrastructuur.

Weerbaarheid vergt ook dat we ons pensioenstelsel zo inrichten dat het bestand is tegen schokken. Het goede nieuws is: het nieuwe pensioenstelsel helpt daarbij. Het nieuwe pensioencontract maakt pensioenfondsen beter bestand tegen schokken, omdat de pensioenuitkeringen gaan meebewegen. Ook wordt het pensioenproduct persoonlijker. Dat biedt de mogelijkheid om de risico’s waar deelnemers aan blootstaan beter aan te laten sluiten bij hun risicopreferenties en risicodraagkracht. Dat zorgt voor een toekomstbestendiger, weerbaarder pensioenstelsel. En dat is ook precies waar het allemaal om te doen is geweest bij de stelselherziening. Natuurlijk wordt het voor de deelnemer wel onzekerder, wat communicatie met die deelnemer nog belangrijker maakt dan in het verleden. Ervaring daarmee moeten we nog gaan opdoen.

Het stelsel als geheel wordt dus beter bestand tegen schokken, maar hoe kunnen de fondsen weerbaarder worden? Een van de issues hier is de afhankelijkheid van niet-Europese IT-aanbieders. Een buitenlandse kill switch voor Nederlandse pensioenen klinkt niet als een ideaal scenario. Die afhankelijkheid moet dus omlaag. Daarom moeten er volwaardige Europese alternatieven komen. Dat kost tijd. Maar soms zijn die Europese alternatieven er al. Dan is het serieus het overwegen waard om hiervan gebruik te gaan maken. Daarbij is het goed als pensioenfondsen samenwerken, om een mogelijk ‘first mover disadvantage’ te overwinnen, en kritische massa te creëren om de levensvatbaarheid van Europese leveranciers te bevorderen.

De Europese kapitaalmarkt, mobilisatie van pensioensparen, weerbaarheid.

Het zijn precies die onderwerpen waar Netspar – als kruispunt van wetenschap en praktijk – een enorme bijdrage kan leveren. Door kennis te delen, samen te werken en vooruit te kijken, juist op Europees niveau, bouwen we verder aan een pensioenstelsel dat bestand is tegen de wereld van morgen. Een stelsel dat bijdraagt aan een zorgeloze oude dag. En aan een sterke, dynamische Europese economie.

Dank u wel.

Ontdek gerelateerde artikelen