De Europese Unie staat voor strategische uitdagingen met een financieringsopgave van circa €1.200 miljard op jaarbasis. Deze omvangrijke opgave, gebaseerd op schattingen van de ECB, staat gelijk aan circa 7,5% van het EU bbp. De investeringen zijn nodig voor het behalen van de Europese doelstellingen op het gebied van digitalisering, verduurzaming en defensie. Het private aandeel wordt geschat op €690 miljard per jaar, waarbij het aannemelijk is dat banken als belangrijke financiers optreden. Banken domineren in de EU immers de financiering van bedrijven, terwijl kapitaalmarktfinanciering vooralsnog relatief beperkt is. Tegelijkertijd zullen ook andere financiers nodig zijn om de opgave te realiseren.
Banken kunnen op meerdere manieren een bijdrage leveren
De benodigde investeringen verschillen in risicoprofiel, looptijd en juridische structuur. Een deel van de strategische opgave bestaat uit risicovolle investeringsprojecten met uitdagende kenmerken. Het gaat daarbij onder meer om investeringen in technologieën die nog in ontwikkeling zijn of in bedrijfsmodellen die zich nog moeten bewijzen. Deze investeringen kunnen kapitaalintensief zijn, met lange terugverdientijden, onzekerheid over toekomstige kasstromen en/of een gebrek aan onderpand. Tegelijkertijd omvat de financieringsopgave ook investeringen met een lager risicoprofiel. Denk hierbij aan verduurzamingstechnologieën of digitalisering binnen bestaande bedrijfsactiviteiten, waarbij risico’s en rendement goed zijn in te schatten.
Om investeringen te financieren, maken banken gebruik van verschillende methoden. De ‘klassieke’ bedrijfslening is geschikt voor relatief eenvoudige investeringsprojecten met een laag tot gematigd risicoprofiel. Voor complexere en risicovollere financiering bieden gesyndiceerde leningen of projectfinanciering (al dan niet in combinatie met publieke garanties) een uitkomst. Tot slot is securitisatie een middel voor banken om hun blootstelling te beperken en (krediet)risico’s over te dragen aan andere partijen. Banken blijven dan wel een belangrijke rol vervullen als arrangeur en screener van de financiering. Voor zeer risicovolle investeringen ligt financiering via durfkapitaal en eigen vermogen meer voor de hand. Hierbij spelen niet-bancaire partijen en kapitaalmarkten een belangrijke rol.
Prudentiële regelgeving heeft banken weerbaarder gemaakt…
Na de financiële crisis van 2008 is het prudentiële raamwerk aangescherpt om de kans op systeemcrises te verkleinen. Banken vervullen een centrale rol in de economie, maar kennen door hun onderlinge verwevenheid en hun bedrijfsmodel inherente kwetsbaarheden die gepaard gaan met verschillende vormen van marktfalen. De crisis toonde welke maatschappelijke impact dit kan hebben. Om marktfalen en kwetsbaarheden binnen het bankwezen te adresseren en de maatschappelijke kosten van financiële crises te beperken, zijn onder meer kapitaal- en liquiditeitseisen verhoogd en resolutiekaders ontwikkeld. Daarmee dragen prudentiële regelgeving en toezicht bij aan financiële stabiliteit en aan het vertrouwen in de continuïteit van financiële dienstverlening.
Hervormingen hebben de weerbaarheid van banken duidelijk versterkt. Zo liggen de risicogewogen kapitaalratio’s van Nederlandse banken ruim boven de pre-crisisniveaus en is de leverage ratio van de bankensector verdubbeld van circa 3% in 2007 tot ongeveer 6% in 2025. Daarnaast is de liquiditeitspositie van Europese banken sterk verbeterd. Verder laat empirisch onderzoek zien dat hogere kapitaalniveaus bijdragen aan een stabieler financieel systeem. Beter gekapitaliseerde banken zijn weerbaarder tijdens periodes van financiële stress en kunnen kredietverlening beter op peil houden. Ook zijn de economische baten van het voorkomen van financiële systeemcrises aanzienlijk.
…terwijl de impact op kredietverlening beperkt is
De economische kosten van prudentiële regelgeving zijn beperkt. Hogere kapitaaleisen hebben op de lange termijn slechts een beperkte impact op leenrentes en de totale kredietgroei. Wel beïnvloedt prudentiële regelgeving de allocatie en prijsstelling van krediet. Onder meer door de strengere vereisten voor meer risicovolle financiering hebben banken hun blootstelling verschoven richting minder risicovolle segmenten. Ook heeft dit bij risicovollere projecten bijgedragen aan (tijdelijk) hogere prijsstelling. De omvang van deze effecten is echter beperkt, zeker wanneer banken goed gekapitaliseerd zijn.
De beschikbaarheid van bancaire financiering wordt niet alleen bepaald door prudentiële eisen. Het prudentiële raamwerk is gebaseerd op het uitgangspunt dat risicovollere leningen gepaard gaan met hogere prudentiële eisen. De prijsstelling en allocatie van krediet worden daarnaast beïnvloed door verwachte verliezen, interne risicobeoordelingen en rendementsdoelstellingen. Verder spelen ook beschikbare expertise, beleidsonzekerheid en fragmentatie in de Europese markt een rol. Daarnaast houden veel Europese banken aanzienlijk meer kapitaal aan dan vereist (headroom) en keren zij regelmatig dividend uit. Dit suggereert dat banken momenteel over voldoende kapitaal beschikken, en de kapitaaleisen op zichzelf geen materiële belemmering vormen voor de kredietverstrekking.
Meer private financiering vraagt om diepere financiële integratie in Europa
Meer private financiering voor de strategische financieringsopgave vraagt om betere risicodeling en diepere financiële integratie. Verlaging van kapitaal- en liquiditeitseisen zal naar verwachting weinig additionele kredietverstrekking opleveren en vooral de weerbaarheid van de bankensector verzwakken. Het oplossen van barrières in de Europese interne markt en de vervolgmaking van de bankenunie kan daarentegen wel de rol van banken versterken. Banken kunnen echter niet alles financieren. Een diepere Europese kapitaalmarkt is daarom essentieel om de hoeveelheid en diversiteit van beschikbare private financiering te vergroten. De Savings and Investment Union agenda van de Europese Commissie biedt hiervoor belangrijke aanknopingspunten. Ook kunnen overheidsgaranties, subsidies en betrokkenheid van publieke investeringsbanken het risico-rendementsprofiel verbeteren. Daarmee ligt de winst dus niet in het versoepelen van prudentiële regels, met risico’s voor de financiële stabiliteit, maar in Europese maatregelen die de diversiteit en allocatie van kapitaal verbeteren.