Q: Is het van belang dat een mogelijke daling van het inkomen van hypotheeknemers na pensionering bij verstrekking wordt meegenomen in het kader van adequaat kredietrisicobeheer door banken?
A: Ja. Vanuit prudentieel perspectief is het belangrijk dat indien de contractuele looptijd van de hypothecaire financiering de wettelijke pensioenleeftijd van de kredietnemer(s) overschrijdt, instellingen in het kader van het kredietrisicobeheer beoordelen of het (toekomstige) inkomen in de pensioenperiode toereikend is om aan de verplichtingen uit de leningsovereenkomst te blijven voldoen. Daarbij kunnen ook andere relevante factoren die de betaalbaarheid in de toekomst beïnvloeden, zoals inflatie, worden betrokken. Het is aan instellingen om vanuit prudentieel perspectief het kredietrisico adequaat in te schatten en, op basis daarvan, te bepalen of zij het krediet verantwoord kunnen verstrekken. Dat geldt voor zowel aflossingsvrije als aflossende hypothecaire leningen.
Q: Is het van belang dat de resterende levensverwachting van de leningnemer wordt meegenomen bij verstrekking in het kader van adequaat kredietrisicobeheer door banken?
A: Ja. Bij de beoordeling van het terugbetalingsvermogen van de kredietnemer om aan de uit de leningsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen te voldoen, is het van belang dat instellingen in het kader van het kredietrisicobeheer rekening houden met relevante factoren die vanuit prudentieel perspectief van invloed kunnen zijn op het huidige en toekomstige terugbetalingsvermogen van de kredietnemer. De levensverwachting van de leningnemer is één van de relevante factoren.
Instellingen mogen zowel aflossende als aflossingsvrije hypothecaire leningen verstrekken waarvan de contractuele looptijd de resterende levensverwachting van de leningnemer overstijgt, mits dit gepaard gaat met adequaat kredietrisicomanagement. Als een instelling een aflossende hypothecaire lening verstrekt waarvan de looptijd de resterende levensverwachting overschrijdt, dan is terugbetaling van de leensom die contractueel nog uitstaat op levensverwachting primair afhankelijk van de verkoop van het onderpand. In het kader van adequaat kredietrisicomanagement is daarom van belang dat dit deel van de lening vanaf verstrekking in het risicomanagement van de bank consistent wordt behandeld als aflossingsvrije schuld die primair op basis van de waarde van de woning wordt terugbetaald.