Wereldwijde verstoringen in toeleveringsketens zijn niet langer uitzonderingen. De COVID-pandemie, de oorlog in Oekraïne en recent de afsluiting van de Straat van Hormuz hebben laten zien hoezeer economisch kwetsbaar we hiervoor zijn. Een van de meest voelbare effecten van zulke verstoringen is hogere inflatie. Centrale banken kunnen daarop reageren, maar ze kunnen de verstoringen in toeleveringsketens zelf niet bij de bron bestrijden. Hun instrument om de inflatie te dempen is het afremmen van de economie als geheel door de rente te verhogen. Dat kan noodzakelijk zijn om prijsstabiliteit te bewaken, maar is een breed en ongericht middel dat gepaard gaat met maatschappelijke kosten.
Beleid richten op productniveau
Voorkomen van verstoringen kan daarom beter zijn dan genezen. In het rapport ‘Global supply chains and European economic vulnerabilities’ bekijkt DNB hoe verstoringen in toeleveringsketens leiden tot inflatie en hoe gericht overheidsbeleid toekomstige verstoringen kan tegengaan. Dat beperkt de noodzaak voor centrale banken om achteraf met pijnlijke ingrepen de inflatie te moeten dempen.
DNB concludeert dat gericht beleid mogelijk is in plaats van beleid voor hele sectoren, omdat het risico op waardeketenverstoringen geconcentreerd is bij specifieke producten die over verschillende sectoren zijn verspreid. Met beleid dat zich richt op die specifieke producten kunnen we onze kwetsbaarheid voor verstoringen in toeleveringsketens verkleinen. Overheden kunnen bijvoorbeeld strategische voorraden opbouwen, productie van kritieke halffabricaten versterken of de afname van essentiële goederen spreiden over verschillende aanbieders. Omdat toeleveringsketens hierdoor mogelijk minder efficiënt worden, zal per geval moeten worden beoordeeld of de kosten hiervan opwegen tegen de baten van een lagere kwetsbaarheid voor verstoringen.
Europese coördinatie
Europese samenwerking en coördinatie zijn hierbij essentieel. Een Europese aanpak, met benutting van de specifieke expertise en productiestructuur in de verschillende lidstaten, leidt tot veel efficiëntere uitkomsten dan wanneer ieder land voor zichzelf aan de slag gaat. Ook is de EU nodig voor handelsakkoorden, die de kans op én de impact van verstoringen van toeleveringsketens kunnen verkleinen. De beste verzekering tegen toekomstige afhankelijkheden, die snel kunnen verschuiven door technologische en geopolitieke veranderingen, is bovendien een weerbare en innovatieve Europese economie met een sterke interne markt zonder barrières voor handel en kapitaalstromen.