Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

01 januari 2007 Toezicht

Toezicht

De term 'opvorderbare gelden' is een belangrijk begrip om te bepalen of uw activiteiten onder de reikwijdte van de Wft vallen. Het komt voor in de definitie van 'bank' en het verbod om opvorderbare gelden buiten besloten kring van anderen dan professionele marktpartijen aan te trekken.

Definitie van 'opvorderbare gelden' 

Volgens artikel 1:1 van de Wft zijn dit gelden die op enig moment terugbetaald moeten worden, uit welke hoofde dan ook, en waarvan op voorhand duidelijk is welk nominaal bedrag moet worden terugbetaald. U kunt hierbij denken aan het lenen van (een) geld(bedrag) of het uitgeven van een obligatie. Gelden die worden aangetrokken door middel van het uitgeven van aandelen zijn geen opvorderbare gelden: bij aandelen bestaat geen verplichting tot terugbetaling van het nominale bedrag.

Voor de vaststelling of er sprake is van opvorderbare gelden moet ook gekeken worden naar de Memorie van Toelichting bij artikel 3:5 van de Wft. Hierin wordt een aantal categorieën namelijk niet als opvorderbare gelden aangemerkt. Het gaat daarbij onder andere om:

  • papieren waardebonnen en casinofiches
  • een vooruitbetaling voor een concrete kooptransactie
  • een gegeven uitstel van betaling voor een concrete verkooptransactie
  • gelden die zijn gegeven in het kader van een concrete opdracht tot 'doorbetaling' aan een derde

Indien bij doorbetaling de periode tussen het geven van de opdracht tot doorbetaling en de ontvangst door de derde meer dan vijf kalenderdagen in beslag neemt, is wel sprake van opvorderbaar geld.

Voor de volledige opsomming en omschrijving van de categorieën die niet als opvorderbare gelden worden aangemerkt, verwijzen wij u naar de eerdergenoemde Memorie van Toelichting.

Toepasselijke bepalingen 

Indien de opvorderbare gelden worden aangetrokken ‘buiten besloten kring’ en ‘van anderen dan professionele marktpartijen’, valt deze activiteit in beginsel onder het verbod van artikel 3:5 van de Wft. Daarnaast kan dan sprake zijn van het uitoefenen van het bedrijf van bank, waarvoor op grond van artikel 2:11 van de Wft een vergunning nodig is. Voor een nadere uitleg verwijzen wij naar het gerelateerde onderwerp ‘verbod opvorderbare gelden aan te trekken’ en het begrip 'bank'.

Vragen

Indien u twijfelt of er sprake is van het aantrekken van opvorderbare gelden, raadt DNB u aan een gespecialiseerde adviseur te raadplegen. DNB neemt geen vragen in behandeling die anoniem zijn gesteld. Wilt u laten beoordelen of uw onderbouwde analyse juist is? Dan kunt u zich wenden tot:

De Nederlandsche Bank N.V.
Expertisecentrum Markttoegang
Postbus 98
1000 AB AMSTERDAM

Voor vragen kunt u contact opnemen via 0800 - 020 1068 (gratis) van maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 17.00 uur.
Email: info@dnb.nl