Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

31 januari 2019 Algemeen
DNB Toorop aan het water

Banken hebben hun marktaandeel in nieuwe hypotheken weten te stabiliseren. Zij waren de afgelopen jaren goed voor ongeveer twee derde van alle nieuwe hypotheken. Het marktaandeel van verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen bleef steken op ongeveer een derde, na een flinke groei in de periode tot 2016. Ook zijn de hypotheken verstrekt door banken en door niet-banken meer op elkaar gaan lijken. Bij een gelijkblijvend marktaandeel in de verstrekking van nieuwe hypotheken hebben de niet-bancaire instellingen hun totale uitzettingen op hypotheken wel verder vergroot. Dit draagt bij aan een evenwichtiger financiering van langlopende kredieten.

Daling marktaandeel van banken in hypotheken komt tot stilstand

Banken waren de afgelopen twee jaar goed voor twee derde van de nieuw afgesloten hypotheken. Hierbij gaat het om alle afgesloten hypotheken, dus zowel voor woningaankopen als voor oversluitingen. Een derde van de nieuwe hypotheken werd verstrekt door verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen. Deze verdeling is gelijk aan die bij een eerdere meting in 2016. Na een duidelijke verschuiving van marktaandeel van banken naar niet-banken in de periode 2013-2016 lijkt de afgelopen jaren dus sprake van stabilisatie. Een verklaring hiervoor is dat banken na enkele jaren van terughoudendheid weer een actievere rol zijn gaan spelen. Zo nam het marktaandeel van banken in het segment van hypotheken met een rentevaste periode tussen de 15 en 20 jaar toe van een derde naar 45%. Ook speelt een rol dat verzekeraars na een eerdere forse groei van hun hypotheekuitzettingen nu minder ruimte hebben voor verdere groei.

Marktaandeel verstrekking nieuwe hypotheken

Bron: DNB loan level data

Doordat de verstrekking van nieuwe hypotheken fors is toegenomen, en doordat niet-banken een actieve rol zijn blijven spelen op deze markt, namen hun totale uitzettingen op hypotheken verder toe. Als gevolg hiervan hadden verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen halverwege 2018 voor EUR 146 miljard aan Nederlandse hypotheekleningen op hun balansen staan (zie grafiek 2). Dit is een toename van 10% ten opzichte van een jaar daarvoor. In de afgelopen vijf jaar namen deze uitzettingen met ruim 80% toe.

 

Uitstaand hypothecair krediet, naar sector

Bron: DNB. Betreft uitzettingen op Nederlandse hypotheken, in miljarden EUR. Uitzettingen van pensioenfondsen zijn inclusief indirecte uitzettingen via beleggingsinstellingen; uitzettingen van verzekeraars zijn inclusief die van banken van verzekeraars.

Verschillen tussen hypotheken van banken en niet-banken worden kleiner

Hypotheken verstrekt door verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen verschillen in sommige opzichten van hypotheken verstrekt door banken. Zo hebben de nieuwe hypotheken verstrekt door niet-banken gemiddeld aanzienlijk langere rentevaste periodes dan leningen van banken: 16 jaar versus 12 jaar. Daarnaast verstrekken niet-banken vaker hypotheken met een hoge loan to value (LTV) ratio. Van de nieuwe hypotheken verstrekt door niet-banken had 62% een LTV-ratio van meer dan 90%. Bij banken was dat 49%. Een ander verschil is dat niet-banken vaker hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) afsluiten. Deze verschillen zijn de afgelopen jaren afgenomen. Banken zijn zich meer op hypotheken met lange rentevaste periodes gaan richten, en niet-banken verstrekken vaker hypotheken zonder NHG. Banken en niet-banken richten zich dus steeds meer op dezelfde klanten. Mede daardoor lijken de hypotheekuitzettingen van banken en niet-banken steeds meer op elkaar.

Ook verzekeraars en pensioenfondsen hebben veel aflossingsvrije leningen

Bijna 40% van de hypotheekuitzettingen van verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen bestaat uit aflossingsvrije leningen. Dit aandeel is weliswaar lager dan bij banken, waar de helft van de portefeuille uit aflossingsvrije leningen bestaat, maar nog steeds een aanzienlijk deel. En terwijl bij banken het aandeel aflossingsvrij in de nieuwe productie licht afnam (van 38% naar 35%), was bij niet-banken juist sprake was van een lichte toename (van 28% naar 31%). Ook in dit opzicht lijken banken en niet-banken dus op elkaar: het informeren van klanten over de risico’s van aflossingsvrije leningen is voor alle hypotheekverstrekkers daarom een belangrijke opgave.