Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 september 2016 Algemeen
Een man loopt langs de entree van het Toorop-gebouw

Het vertrouwen in de stabiliteit van het Nederlandse financiële systeem blijft nog achter, zo blijkt uit een recente enquête. Een grotere bekendheid over de effecten van het macroprudentieel beleid kan bijdragen aan vertrouwensherstel. Dat betoogt DNB-divisiedirecteur Aerdt Houben in zijn oratie bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Financial policies, Institutions and Markets aan de Universiteit van Amsterdam.

Achterblijvend vertrouwen

Uit een recente enquête onder een representatieve groep van Nederlandse huishoudens en onafhankelijke deskundigen van economenpanel MeJudice  (figuur 1) blijkt dat er ruimte is om het vertrouwen in de stabiliteit van het Nederlandse financiële systeem te verbeteren. Hoewel meer positieve dan negatieve oordelen zijn gegeven door het publiek, is een vijfde nog niet overtuigd van de robuustheid van het financieel systeem. Nadere analyse van de enquêteresultaten leert dat de twijfel over de stabiliteit samenhangt met de vraag of de regelgeving voldoende is aangescherpt. Respondenten die minder positief zijn, in het bijzonder economen, zijn vaker ontevreden over de aanscherping van de regels voor de financiële sector. Verder duidt het hoge aandeel neutrale antwoorden op mogelijke onbekendheid met de verhoging van de kapitaalbuffers en recente maatregelen om het financieel stelsel weerbaarder te maken.

Figuur 1: Stelling: 'Ik heb vertrouwen in de stabiliteit van het NL financiële systeem'

Figuur 1 Achterblijvend vertrouwen onderstreept noodzaak macroprudentieel beleid

De weifelende houding ten aanzien van de weerbaarheid van het financiële sector is te verklaren vanuit het recente verleden. De mondiale financiële crisis ligt nog maar net achter ons, en heeft geleid tot aanzienlijk welvaartsverlies.   

Kwetsbaar financieel systeem

Daarbij is vertrouwen in de stabiliteit van het financieel systeem geen vanzelfsprekendheid omdat het verleden heeft geleerd dat dat systeem van zichzelf niet stabiel is. Het financiële systeem is inherent kwetsbaar. Zo kennen financiële instellingen een relatief laag eigen vermogen ten opzichte van hun totale balans. Dat betekent dat er, zonder aanvullende eisen, te weinig kapitaal aanwezig zou zijn om verliezen op te vangen, waardoor sneller een kettingreactie van verliezen kan ontstaan. Ten tweede lopen banken het risico dat rekeninghouders hun tegoeden direct opvragen, terwijl deze tegoeden langjarig zijn uitgeleend. Ook is sprake van procycliciteit, waarbij een zichzelf versterkende wisselwerking bestaat tussen de financiële sector en de reële economie. In dat geval leiden verliezen bij banken tot minder kredietverlening, die op zijn beurt weer kan leiden tot wanbetalingen.  

Noodzaak macro-prudentieel beleid

Behalve dat de kapitaaleisen van instellingen na de crisis fors zijn verhoogd, zijn de nodige macroprudentiële maatregelen genomen. Macroprudentieel beleid, gericht op de stabiliteit van de sector als geheel, is de voornaamste beleidsinnovatie na de financiële crisis en adresseert de inherente risico’s van het financieel systeem. Het richt zich op systeemrisico’s die niet zichtbaar zijn op individueel niveau, zoals concentratierisico’s en verwevenheden tussen financiële instellingen. Ook wordt de opbouw van risico’s binnen het financiële systeem afgeremd door eisen te verzwaren in tijden van sterke kredietgroei. Macroprudentieel beleid is een aanvulling op kapitaaleisen, financieel toezicht en generieke waarborgen als een depositogarantiestelsel en noodfinanciering via centrale banken.  

Er is inmiddels wetenschappelijk bewijs dat de nieuwe macroprudentiële instrumenten – zoals systeembuffers, contracyclische buffereisen, stresstesten en limieten ten aanzien van kredietverstrekkingen (LTV, LTI) - effectief zijn. Meer bekendheid hierover kan bijdragen aan vertrouwensherstel.  

Verder onderzoek is nodig ten behoeve van verbetering van de vormgeving van instrumenten. Financiële crises zijn niet geheel uit te sluiten, zo leren theorie en praktijk, maar kunnen wel minder waarschijnlijk en minder ontwrichtend worden gemaakt.