Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

02 juni 2021 Algemeen
Klaas Knot

(c) @Marieke Bijster/DNB

Ondanks een historisch grote krimp vorig jaar, zijn we bij De Nederlandsche Bank ronduit positief over de vooruitzichten voor de Nederlandse economie.” Dat zei Klaas Knot vandaag in zijn inleiding voorafgaand aan Openbaar gesprek van de Tweede Kamer der Staten-Generaal met DNB, CPB en AFM over macro-economische risico's voor het financiële stelsel. Hij gaf aan dat na het derde kwartaal het punt is bereikt waarop de coronasteun moet worden afgebouwd en de normale marktdynamiek weer haar werk moet doen.

Datum: 2 juni 2021
Locatie: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Spreker: Klaas Knot

Dank voorzitter en dank ook aan de Kamer voor de uitnodiging. Graag bespreek ik – samen met mijn collega’s van het CPB en de AFM – met u de belangrijkste risico’s voor het financiële stelsel. Ik doe dat op basis van het Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS), dat u is toegezonden.

De Groningse zanger en dichter Ede Staal zei het al:” ‘t Het nog nooit, nog nooit zo donker west, of 't wer altied wel weer licht.”

Het risicobeeld voor de Nederlandse economie en voor het financiële stelsel ziet er een stuk gunstiger uit dan vorig jaar rond deze tijd. Nu de vaccinatiecampagnes in volle gang zijn, lijkt het coronavirus in veel landen geleidelijk onder controle te komen. Daarmee komt ook het einde van de economische crisis in zicht. Ondanks een historisch grote krimp vorig jaar, zijn we bij De Nederlandsche Bank ronduit positief over de vooruitzichten voor de Nederlandse economie. Ook de mondiale economie lijkt sneller te herstellen dan we hadden gedacht. We verwachten dat naarmate de contact-beperkende maatregelen verder kunnen worden afgebouwd, het economisch herstel in Nederland in de tweede helft van dit jaar behoorlijk zal versnellen.

Het mondiale financiële stelsel is tot nu toe weerbaar gebleken tegen de gevolgen van de pandemie. Dat komt zeker ook door de omvangrijke crisismaatregelen van overheden, centrale banken en toezichthouders. Die hebben de economische gevolgen van de pandemie en doorwerking daarvan naar de financiële sector verzacht. Ook de aanwezigheid van buffers, zowel bij banken als overheden, heeft de schok kunnen dempen. Tot dusverre zien we dat financiële instellingen hun rol goed blijven vervullen en dat de kredietverlening aan burgers en bedrijven op peil blijft.

Ook al zijn de vooruitzichten positief, de onzekerheid rond het economisch herstel blijft wel hoger dan normaal. Een nieuwe mondiale opleving van de pandemie kan immers nog niet worden uitgesloten. Het is daarom goed te beseffen dat de wereldeconomie, en dus ook de Nederlandse, pas duurzaam kan herstellen wanneer het virus wereldwijd onder controle is.

De omvangrijke crisismaatregelen waren hard nodig en hebben goed gewerkt, maar ze hebben ook onbedoelde neveneffecten. Vooral op de wat langere termijn. Ze verstoren de normale economische marktdynamiek en ze vergroten de kwetsbaarheden binnen het financiële stelsel. Wereldwijd gaven overheden 16 biljoen, dus 16.000 miljard, dollar uit aan coronasteun. Daardoor lopen de overheidsschulden wereldwijd op van een kleine 85 procent naar bijna 100 procent van het mondiale bbp. Ook de particuliere schulden zijn ondanks de steunmaatregelen fors toegenomen. Overheden, bedrijven en banken zijn door de maatregelen ook financieel nog afhankelijker van elkaar geworden. Daarnaast zijn beleggers door de gunstige financieringscondities geneigd meer risico te nemen, en kunnen prijzen op financiële markten uit de pas gaan lopen met hun fundamentele waarde.

Er is nog een andere nuance die ik wil plaatsen bij het positievere risicobeeld, en dat is dat het hersteltempo tussen landen aanzienlijk uiteen kan lopen. Dat zien we nu al in de groeiverwachtingen. Uiteenlopend herstel leidt tot nieuwe risico’s. Als de ontwikkelde landen zich snel herstellen zullen de rentes wereldwijd gaan stijgen. Dat is nadelig voor opkomende economieën die nog een grote financieringsbehoefte hebben zolang zij het virus nog niet onder controle hebben. Ook in de eurozone zie ik overigens risico’s op onevenwichtig herstel en verdere scheefgroei. Zo worden sommige economieën harder getroffen door contact-beperkende maatregelen dan andere en hebben lidstaten met een hoge staatsschuld minder speelruimte om die klap op te vangen.

Wat betekent dit risicobeeld nu voor het beleid?

Naarmate het virus onder controle komt en de economie zich herstelt, bereiken we in Nederland het punt dat de steun moet worden afgebouwd en de normale marktdynamiek weer haar werk moet doen. Te snel terugdraaien van steun kan het herstel schaden, maar ik denk dat we dat punt na het derde kwartaal echt wel voorbij zijn. Ik kan me dan ook goed vinden in de lijn zoals uitgezet in de Kamerbrief van afgelopen donderdag, waarin het kabinet stelt voornemens te zijn de steun in het vierde kwartaal af te bouwen.

Een punt van aandacht vormen de toegenomen schulden en achterstallige verplichtingen van ondernemingen, met name bij het mkb. Levensvatbare bedrijven in hard geraakte sectoren hebben baat bij schuldverlichting en voldoende tijd om er met hun crediteuren uit te komen. Ik denk dat particuliere schuldeisers het best in staat zijn om in te schatten welke vorm van herstructurering hiervoor nodig is. Zij kennen deze bedrijven immers het beste. De Belastingdienst zou hen een extra duwtje in de rug kunnen geven door vooraf de bereidheid uit te spreken zich hierbij te willen aansluiten. Daarmee kan zij zelf leunen op particuliere inschattingen over de levensvatbaarheid van bedrijven, maar vallen de baten van haar coulance niet ten deel aan de andere crediteuren.

Als we naar de overheidsfinanciën kijken, dan blijft de Nederlandse overheid goed in staat om haar begrotingstekorten te financieren. Bezuinigingen en belastingverhogingen zijn op de korte termijn dan ook nodig noch wenselijk, omdat ze het herstel kunnen schaden. Tegelijkertijd signaleren de economische vooruitzichten ook geen behoefte aan een verdere begrotingsstimulering.

Maar nu het herstel van de economie onderweg is, is dit wel het moment om de structurele kwetsbaarheden in de Nederlandse economie voortvarend ter hand te nemen. Daarbij denk ik met name aan de verduurzaming van de economie, aan de woningmarkt en aan de arbeidsmarkt. De kabinetsformatie biedt een uitgelezen kans om daarvoor een helder perspectief neer te zetten.

De transitie naar een klimaatneutrale economie verdraagt geen uitstel. Hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt en hoe groter de kans op economische schade. Dan kan ook de stabiliteit van het financiële stelsel in het geding komen. Hoe eerder de overheid komt met voorspelbaar en geloofwaardig transitiebeleid, hoe beter de financiële sector in staat is daarop te anticiperen, risico’s te beheersen en de benodigde investeringen te helpen financieren. Dat beleid zou daarom integraal onderdeel moeten zijn van de maatregelen gericht op het economisch herstel.

En dan de woningmarkt. Deze is oververhit en dreigt zelfs vast te lopen. Voor een deel van de bevolking wordt het steeds moeilijker om een huis te kopen of huren. In de eerste plaats moeten er nieuwe huizen gebouwd worden om iets aan de schaarste te doen, want die zorgt voor structureel hoge prijzen. Maar bouwen alleen is niet genoeg. De spiraal van hogere huizenprijzen en bijbehorende hypotheekschulden wordt ook aangejaagd door hypotheekrenteaftrek, ruime leennormen en subsidies voor starters. De woningmarkt zou een stuk beter functioneren zonder deze voorzieningen, en met een geleidelijke overgang van woningvermogen van Box 1 naar Box 3.

In de oververhitte woningmarkt is een prijscorrectie altijd een risico. Banken houden al enige tijd onvoldoende rekening met het systeemrisico in de woningmarkt. Wij hebben daarom besloten om de invoering van een ondergrens aan de risicoweging van hypotheken niet langer uit te stellen. Deze maatregel hadden we in het najaar van 2019 al aangekondigd, maar na het uitbreken van de pandemie eerst opgeschort. Als het economisch herstel doorzet, zullen we de maatregel nu per 1 januari 2022 invoeren. Deze maatregel doet niets aan de oververhitting op de woningmarkt zelf, maar vergroot wel de weerbaarheid van banken tegen een eventuele omslag.

Ik wil eindigen met Europa. Zoals u misschien weet maak ik me zorgen over het risico van scheefgroei binnen de eurozone die ook zijn terugslag kan hebben op de financiële stabiliteit in Nederland. Voor een evenwichtig herstel uit de coronacrisis hebben alle eurolanden behoefte aan voldoende begrotingsruimte, gerichte investeringen en groeibevorderende hervormingen. Deze lijnen komen samen in het Europese herstelfonds dat ik dan ook van harte ondersteun. Hiermee slaan we twee vliegen in één klap: we verkleinen het gat tussen koplopers en achterblijvers, en we investeren in het duurzame groeivermogen van het eurogebied.

Hiermee sluit ik mijn inleiding af. Ik ben graag bereid uw vragen te beantwoorden.