Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

19 juni 2020 Algemeen
Frank Elderson

De afname in het aantal soorten planten en dieren die de natuur rijk is, is op zichzelf al genoeg reden om ons ’s nachts wakker te houden. Maar het verlies aan biodiversiteit kan ook economische gevolgen krijgen en dat creëert op zijn beurt risico’s voor financiële instellingen.” Dat zei Frank Elderson vandaag bij de presentatie van het gezamenlijke rapport van De Nederlandsche Bank en het Planbureau voor de Leefomgeving, ‘Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving?’. “Het zou goed zijn als financiële instellingen hun risico’s als gevolg van biodiversiteitsverlies in kaart te brengen. Net zoals ze dat voor andere duurzaamheidsrisico’s doen of zouden moeten doen.”

Datum: 19 juni 2020 
Locatie: DNB/PBL-seminar over biodiversiteit, Amsterdam
Spreker: Frank Elderson  

Inleiding

Hartelijk welkom op dit online seminar over biodiversiteit. Een speciaal woord van welkom aan Hans Mommaas, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, en natuurlijk aan Lidwin van Velden, directievoorzitter van NWB Bank, en voormalig DNB-er. Goed om je weer even in ons midden te hebben Lidwin, zij het dan op afstand. Naast mensen van DNB en het Planbureau voor de Leefomgeving zijn er veel deelnemers uit de financiële sector en van ministeries. Wat goed dat u ons weer heeft weten te vinden in deze nog steeds uitdagende tijden.

Vandaag presenteren wij, en dan heb ik het over De Nederlandsche Bank (DNB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gezamenlijk, het rapport ‘Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving?’. Het is gisteren gepubliceerd. Een verkenning naar de risico’s die financiële instellingen lopen als gevolg van het verlies aan biodiversiteit. Dit rapport, en dat zeg ik met enige trots, is het eerste in zijn soort. En wel in twee opzichten. Natuurlijk maken wetenschappers, overheden en internationale organisaties als de VN, zich al langer zorgen over de kaalslag die wij als mensen veroorzaken onder de soortenrijkdom in de natuur. Maar het is bij mijn weten de eerste keer dat een centrale bank en toezichthouder aandacht besteedt aan de impact van afnemende biodiversiteit op de financiële sector. Het is ook het eerste gezamenlijke rapport van DNB en PBL. Goed om te zien tot wat voor mooie dingen het leidt als twee bastions van kennis de krachten bundelen.

En over bundeling van krachten gesproken. De sector zelf is ook volop bezig met dit onderwerp. Twee weken geleden kwam een paper uit dat is opgesteld door een werkgroep die verbonden is aan het Platform voor Duurzame Financiering en die  onder leiding stond van Lidwin van Velden. Dit paper biedt financiële instellingen een heel actueel inzicht in welke stappen zij kunnen zetten om de financiële risico’s die voortvloeien uit het verlies van biodiversiteit te beheersen. De acht instellingen achter dit paper gaan zelfs nog een stap verder door actief te streven naar het behoud en herstel van biodiversiteit. Zij bieden concrete voorbeelden voor hen die in hun voetstappen willen treden. Lidwin gaat u hier straks ongetwijfeld meer over vertellen.

De afname in biodiversiteit vormt een risico voor de financiële sector

De Nederlandsche Bank en biodiversiteit. Degenen onder u die de afgelopen jaren ons werk op het gebied van klimaatrisico’s hebben gevolgd, zullen niet meer zo verrast zijn. Dat klimaatverandering een bron van financieel risico is waar financiële instellingen zich tegen moeten wapenen is inmiddels gemeengoed. Niet alleen in Nederland, maar eigenlijk bijna overal in de wereld. Dat blijkt wel uit het groeiende ledenaantal van het Network for Greening the Financial System. In dat NGFS, dat ik voorzit, werken maar liefst 66 centrale banken en toezichthouders samen om het financiële stelsel groener te maken. We hebben net vorige maand een guide for supervisors gepubliceerd, samen met een status report dat laat zien hoe ver de financiële sector is. U vindt het op de website www.ngfs.net. Zo gebruiken 66 instellingen hun leverage over twee derde van de mondiale grote banken en verzekeraars, en hebben zo impact op bijna de helft van de wereldeconomie. De groenste boom is misschien wel de hefboom.

Vorig jaar zijn we als DNB begonnen verder te kijken dan klimaat. In het rapport ‘Op waarde geschat’ hebben we laten zien dat de financiële sector ook blootstaat aan risico’s als gevolg van waterschaarste, grondstoffenschaarste en mensenrechtencontroverses. Toen hebben we ook kwalitatief gekeken naar biodiversiteit. Het PBL heeft ons toen benaderd om een diepgaander, en kwantitatief onderzoek te doen. Het resultaat daarvan presenteren we vandaag.

Het verlies aan biodiversiteit is een van de grootste uitdagingen van onze tijd. De komende decennia dreigen wereldwijd een half tot één miljoen plant- en diersoorten uit te sterven als gevolg van landgebruik, klimaatverandering, vervuiling en overexploitatie. Klimaatverandering en de afname in biodiversiteit versterken elkaar. Stijgende temperaturen en veranderende neerslagpatronen hebben een negatieve impact op de soortenrijkdom, waardoor ecosystemen kwetsbaarder worden. En deze toenemende kwetsbaarheid van ecosystemen verlaagt hun vermogen om CO2 op te nemen. Dit werkt op zijn beurt klimaatverandering verder in de hand. Daarom moeten we de risico’s van beide onderkennen en aanpakken.

De afname in het aantal soorten planten en dieren die de natuur rijk is, is op zichzelf al genoeg reden om ons ’s nachts wakker te houden. Maar het verlies aan biodiversiteit kan ook economische gevolgen krijgen en dat creëert op zijn beurt risico’s voor financiële instellingen. In de eerste plaats zijn bedrijven voor hun productieprocessen afhankelijk van zogenaamde ecosysteemdiensten en kan het hun bedrijf schade toebrengen indien één of meerdere van deze diensten verstoord of verloren raakt. Nederlandse financiële instellingen hebben voor EUR 510 miljard euro aan financiering uitstaan bij bedrijven met een hoge of zeer hoge afhankelijkheid van één of meerdere ecosysteemdiensten. Dit risico noemen we in het rapport fysiek risico.

Neem dierlijke bestuiving. Meer dan driekwart van de belangrijkste voedselgewassen voor voedselvoorziening is in meer of mindere mate afhankelijk van deze bestuiving, bijvoorbeeld door bijen of vogels. Het wegvallen van dierlijke bestuiving bedreigt zo’n 5 tot 8% van de wereldwijde gewasproductie per jaar. De blootstelling van financiële instellingen aan bedrijven die bestuivingsafhankelijke producten, zoals chocolade en koffie, maken bedraagt EUR 28 miljard.

Nieuw overheidsbeleid of veranderende consumentenvoorkeuren, waarbij het behoud van biodiversiteit centraler komt te staan, noopt bedrijven met een grote voetafdruk hun bedrijfsprocessen en hun keten te verduurzamen. Dat is natuurlijk precies wat we willen, maar als beleid abrupt verandert kunnen bedrijven daarvan grote schade ondervinden. Die kans wordt groter naarmate overheden noodzakelijke maatregelen langer uitstellen. Financiële instellingen die investeren in deze bedrijven lopen dan het risico dat hun investeringen minder waard worden. Dat risico noemen we transitierisico.

Een perfecte illustratie van wat er dan kan gebeuren is de Nederlandse stikstofcrisis. Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State zag de overheid zich gedwongen om de vergunningverlening voor stikstof uitstotende activiteiten per direct op te schorten. Dat besluit trof een groot aantal economische sectoren, met name de bouwsector kwam in het nauw.

En dan is er nog reputatierisico. Nederlandse financiële instellingen hebben voor ongeveer 100 miljard euro geïnvesteerd in bedrijven die geassocieerd worden met milieucontroverses.

Aanbevelingen

Hoe nu verder? Het zou goed zijn als financiële instellingen hun risico’s als gevolg van biodiversiteitsverlies in kaart te brengen. Net zoals ze dat voor andere duurzaamheidsrisico’s doen of zouden moeten doen. We hopen dat dit rapport u daarvoor de nodige inspiratie kan bieden. We gaan dit niet voorschrijven, daar is het nog te vroeg voor. De werking van ecosystemen en hun waarde voor de economie is complexe materie, en de samenhang met klimaatverandering maakt het nog complexer. We moeten meer hierover leren, beter begrijpen, en samenwerken. DNB, PBL en de financiële sector gezamenlijk. Waar we ook gezamenlijk moeten optrekken is de ontwikkeling van breed toegepaste standaarden. Die zullen we nodig hebben voor het meten en rapporteren van biodiversiteitsrisico’s. Wij zullen onze bevindingen vanzelfsprekend ook internationaal delen met onze collega centrale banken in het NGFS. We hopen dat anderen ons voorbeeld zullen volgen of verbeteren, zodat we dit mondiale probleem beter in kaart kunnen brengen.

Dames en heren, er valt nog veel meer over te zeggen maar dat laat ik graag over Joris van Toor en Mark van Oorschot. Zij zijn de echte experts, en aan hen kunt u straks al uw vragen stellen. Maar eerst geef ik het woord door aan Michiel en Hans. Ik wens u een inspirerende ochtend toe.