Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

12 juni 2020 Algemeen
Klaas Knot

(c) DNB

“De verschillen in veerkracht van huishoudens, bedrijven, banken en overheden maken dat een ‘one size fits all'-beleidsadvies geen optie is, en dat het behoud en herstel van de Europese economie maatwerk vereist”, zei Klaas Knot tijdens een discussiebijeenkomst over Europese herstelplannen bij VNO-NCW.  “Een pan-Europese beleidsreactie is in de herstelfase essentieel. Een breed gedragen economisch herstel komt alle landen van het eurogebied ten goede, met name open economieën zoals die van Nederland.”

Datum: 12 juni2020
Locatie: VNO-NCW
Spreker: Klaas Knot

 

  1. Inleiding
  • Dank voor deze uitnodiging om mijn gedachten over de Europese herstelplannen om uit deze crisis te komen met u te delen.
  • Eerder deze week presenteerde DNB de Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten voor de Nederlandse economie. De economische schade uit het eerste en tweede kwartaal van 2020 is dermate omvangrijk, dat een diepe, vrijwel wereldwijde economische recessie onontkoombaar is. In de raming voor 2020 daalt het bruto binnenlands product in Nederland met 6,4%. Dat is de grootste krimp in de naoorlogse geschiedenis en bijna twee keer zo groot als die tijdens de kredietcrisis. We verwachten dat een volledig herstel een zaak van de lange adem zal zijn. Naar verwachting groeit het bbp in 2021 met 2,9% en in 2022 met 2,4%. Aan het eind van 2022 is de omvang van onze economie nog altijd 1% kleiner dan eind 2019.
  • In het eurogebied zijn de vooruitzichten nog somberder. De economie van het eurogebied als geheel zal naar verwachting in 2020 met 8,7% krimpen en ligt aan het eind van de ramingshorizon in 2022 nog ruim 4% onder de niveaus die we in maart raamden. Onderliggend zijn er dus economieën in het eurogebied die met dubbele cijfers zullen krimpen in 2020, dit is ongekend.
  • Hierbij moet ik aantekenen dat de vooruitzichten omgeven zijn door uitzonderlijk veel onzekerheid en ook afhankelijk zijn van de maatregelen in de herstelfase. De initiële economische beleidsrespons was daadkrachtig en alomvattend. Nationale overheden hebben grootschalige garanties verstrekt om gezonde bedrijven die tijdelijk met liquiditeitsproblemen kampten te ontzien en centrale banken hebben ruimte gecreëerd door liquiditeit in de financiële sector te pompen en de gunstige toegang van overheden tot financiering veilig te stellen. In het eurogebied gebeurt dit onder andere via het pandemie-noodaankoopprogramma van de ECB en goedkope langlopende financieringsoperaties voor banken.
  • Maar de herstelplannen voor de langere termijn moeten zich nog verder uitkristalliseren. Het is in elk geval wel al duidelijk dat om permanente schade van deze tijdelijke schok te voorkomen er vooruitkijkend een forse, daadkrachtige en langdurigere beleidsinspanning gevraagd zal worden van zowel budgettaire als monetaire beleidsmakers.

 

  1. Uiteenlopende veerkracht gedurende de herstelfase
  • De meeste sectoren in de Europese economie hebben te maken met grote uitdagingen. Maar de uitdagingen verschillen sterk – zowel tussen sectoren als tussen landen.
  • Zelfs als ik me alleen beperk tot de landen van het eurogebied is er al sprake van aanzienlijke verschillen in uitgangspositie tussen landen, wat zich vertaalt naar verschillen in niveaus van veerkracht.
    • Zo loopt de omvang van de overheidsschuld sterk uiteen in de verschillende lidstaten, van nagenoeg nihil in Estland tot 175% van het bbp in Griekenland.
    • De veerkracht van een land hangt uiteraard ook af van andere factoren, zoals groeipotentieel, en het schuldenniveau van huishoudens en bedrijven. Ook hierin zien we aanzienlijke verschillen binnen het eurogebied. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de landen met een hoge overheidsschuld niet noodzakelijkerwijs ook de landen zijn met hoge private schulden. In Nederland, bijvoorbeeld, ligt de private schuld veel hoger dan de overheidsschuld. In Italië daarentegen gaat een hoge overheidsschuld gepaard met relatief lage private schulden.
    • Als we kijken naar de banken, staan deze er qua kapitaalbuffers beter voor dan in 2008. Toch blijven we ook in deze sector grote verschillen zien. Het aandeel niet-presterende leningen op de bankbalansen verschilt nog altijd aanzienlijk van land tot land. Dit is een erfenis van de vorige crisis, die we nog steeds goed in de gaten moeten houden om te voorkomen dat er opnieuw problemen ontstaan.
  • De verschillen in veerkracht van huishoudens, bedrijven, banken en overheden maken dat een ‘one size fits all'-beleidsadvies geen optie is, en dat het behoud en herstel van de Europese economie maatwerk vereist. In sommige landen zullen sterkere sectoren de zwakkere kunnen ondersteunen om de welvaart middels nationale solidariteit op peil te houden, maar dit zal niet in alle landen mogelijk of toereikend zijn.

 

  1. Noodzaak voor een gezamenlijke en gecoördineerde beleidsreactie
  • Zoals ik al vaker heb gezegd, is een pan-Europese beleidsreactie in de herstelfase essentieel. Een breed gedragen economisch herstel komt alle landen van het eurogebied ten goede, met name open economieën zoals die van Nederland. De Nederlandse economie leunt sterk op ‘Europa’. Zo schat een recente studie van Mayer et al. (2019) dat de Nederlandse economie dankzij het bestaan van de interne markt ruim 9 procent groter is, dan als we binnen Europa de WTO-regels zouden volgen, en ruim 7 procent groter dan onder een regionaal vrijhandelsakkoord. Met andere woorden: de BV Nederland verdient een groot gedeelte van de boterham dankzij het Europese project.
  • En daar komt dan nog bij dat het feit dat we in een monetaire unie zitten met landen die een lagere productiviteit kennen ook betekent dat Nederlandse bedrijven profiteren van een lagere wisselkoers dan we zouden hebben zonder muntunie. Het is in dit soort discussies dus altijd belangrijk om de waarde van Europese samenwerking, en met name de euro, op waarde te schatten.
  • Een gezamenlijke en gecoördineerd beleidsreactie is dus ook zeker voor Nederland van belang. Hoe dit moet worden vormgeven, is uiteindelijk aan de politiek. Het Commissievoorstel biedt wat mij betreft een goed startpunt voor politieke onderhandelingen. Ik herken in deze plannen elementen van plannen van zowel de frugals als van het eerdere Frans-Duitse voorstel. Wat ik persoonlijk goed vind aan het voorstel is dat het budgettaire impulsen faciliteert daar waar die het hardst nodig zijn, zonder dat dit meteen tot vraagtekens rondom schuldhoudbaarheid en daarbij behorende verkrapping van de financiële condities leidt.
  • Een mogelijk aanknopingspunt voor Nederland is daarbij dat er sprake is van beleidsconditionaliteit op ook voor ons belangrijke dossiers, zoals digitalisering en de klimaatagenda. Dit steun ik van harte. Hiermee kunnen belangrijke publieke investeringsagenda’s worden gefinancierd die bijdragen aan het vergroten van het structurele groeivermogen van het eurogebied. Deze plannen vereisen nadere uitwerking, maar kunnen een startpunt zijn om na te denken over de vormgeving van een nieuwe vorm van beleidsconditionaliteit en het moderniseren van het MFK.
  • Er bestaat daarbij bovendien een belangrijk verschil tussen afgebakende voorstellen als het huidige Commissievoorstel enerzijds, en volwaardige eurobonds, waarbij alle landen hoofdelijk aansprakelijk zijn, anderzijds. In het Commissievoorstel is geen sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid, maar dient de Europese begroting als onderpand voor een lening die moet worden terugbetaald uit Europese eigen middelen of de afdracht van lidstaten. Dit zorgt voor een vergroting van de budgettaire slagkracht waarvan de inzet duidelijk gekoppeld is aan de huidige, zeer exceptionele, omstandigheden. Uiteraard is bij dergelijke voorstellen the devil in the detail. Cruciaal voor de macro-economische effectiviteit is onder meer de manier waarop de gelden zullen worden verdeeld. Dit zijn politieke afwegingen, waarbij ik wil benadrukken dat ik solidariteit op Europees niveau van harte toejuich, en dat doe ik niet in de laatste plaats vanuit Nederlands eigenbelang.
  • Tot slot moet ook het vertrouwenseffect van een gecoördineerde beleidsreactie niet worden onderschat. Zoals ik al aangaf is er vooruitkijkend veel onzekerheid. Politieke besluiten als deze bieden bij uitstek aanknopingspunten voor burgers en bedrijven om vooruit te kunnen kijken en plannen te kunnen maken. Die zekerheid is in het huidige tijdsgewricht misschien wel belangrijker dan ooit. 

 

  1. Concluderend
  • Laat ik mijn verhaal kort samenvatten. We zitten midden in een diepe crisis, met een ongekende mate van onzekerheid ten aanzien van de economische vooruitzichten. Op onze weg naar een nieuw normaal zullen we nog voor vele uitdagingen komen te staan.
  • Ik denk dat er van zowel budgettaire als monetaire beleidsmakers langdurig een stevige beleidsinspanning zal worden gevraagd. Hierbij is het cruciaal dat, meer dan in het verleden het geval is geweest, de beleidsmix op zowel de monetaire als budgettaire pilaar kan steunen. De politieke autoriteiten kunnen er hierbij voor zorgen dat de middelen daar terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn. Monetair beleid kan op haar beurt bijdragen door het handhaven van aanhoudend gunstige financiële condities.
  • Op die manier kunnen we samen zorgen voor meer schokbestendigheid en een hoger groeipotentieel in het eurogebied en de EU.

 

Dank voor uw aandacht.