Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

23 september 2020 StatistiekStatistisch nieuwsbericht

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans is in het tweede kwartaal van dit jaar met 7% (j-o-j) gedaald tot EUR 12,6 miljard, het laagste in vier jaar tijd. Het overschot komt overeen met 6,6% van het bruto binnenlands product (bbp), zie figuur 1. Het handelsoverschot daalde door zowel een verslechtering van het goederen- als het dienstensaldo. Het inkomenssaldo verbeterde op jaarbasis, maar onderliggend zagen vrijwel alle sectoren hun ontvangen (EUR –14,7 miljard) en betaalde inkomens (EUR -17 miljard) met het buitenland fors achteruitgaan.

Goederensaldo laagst in 10 jaar

Het goederensaldo daalde met 12% (j-o-j) tot EUR 13,7 miljard, het laagste niveau sinds het tweede kwartaal van 2010. De goederenexport kromp met 15% tot EUR 103 miljard. De import van goederen kende een vergelijkbare krimp (-16%) en kwam uit op EUR 89,7 miljard. De krimp was aan beide zijden het grootst bij olie- en gasproducten. Voor het merendeel had dit te maken met prijsdalingen. De handel in transportmiddelen werd, zowel aan de import- als de exportkant, in volumes het hardst geraakt als gevolg van de coronacrisis.

Het dienstensaldo daalde met 8%, tot EUR 4,4 miljard. Binnen de dienstensector werd vooral het door corona geteisterde toerisme hard geraakt aan zowel de import- als exportzijde. De vervoers- en opslagdiensten werden aan de exportzijde harder geraakt dan aan de importzijde.

Bij de grensoverschrijdende inkomensstromen (met name de winst, dividend en rente die bedrijven ontvangen en betalen aan het buitenland) waren forse dalingen te zien in de bruto stromen. Bijna alle ondernemingen zagen hun winsten uit het buitenland dalen, maar sommige sectoren werden harder geraakt dan andere. Zo werden olie- en gas bedrijven zwaar getroffen, net als de luchtvaartsector. Er waren desondanks ook bedrijven die hun buitenlandse winsten zagen toenemen, zoals supermarktketens.

De gedaalde inkomsten van bedrijven uitten zich ook in lagere winstuitkeringen op aandelen. Nederlandse beleggers, zoals pensioenfondsen en beleggingsinstellingen, zagen de buitenlandse dividenduitkeringen met ruim 60% kelderen tot EUR 5,2 miljard. De dividenduitkeringen van Nederlandse bedrijven aan buitenlandse aandeelhouders daalden minder hard, met 26% tot EUR 3,9 miljard.

De lagere bruto inkomensstromen resulteerden in een minder negatief saldo (EUR -3,2 miljard) dan een jaar eerder (EUR -5,7 miljard), toen Nederlandse bedrijven juist relatief veel winsten uitkeerden aan hun buitenlandse moeders. Het primaire inkomenssaldo is vanwege het seizoenpatroon in dividenduitkeringen in het tweede kwartaal van het jaar bijna altijd negatief.

Door verminderde responspercentages en een achterblijvende kwaliteit van de respons bij een deel van de populatie, mogelijk door corona, kunnen de inkomenscijfers aan grotere bijstellingen onderhevig zijn dan gebruikelijk. Een achterblijvende respons en kwaliteit speelt met name bij een deel van de populatie dat met ingang van het eerste kwartaal van 2020 te maken had met nieuwe vragenlijsten van CBS en DNB. Aan een deel van de rapporteurs is uitstel verleend voor het inzenden van cijfers. Voor ontbrekende informatie zijn imputaties ingezet.

Meer informatie

  • Tabel 12.1 Betalingsbalans (kwartaal)