Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

01 juni 2022 Algemeen
Klaas Knot

(c) DNB

“Vorig jaar stonden we in dit gesprek vooral stil bij de impact van de coronacrisis. Net nu we de coronapandemie achter ons lijken te laten en het economische herstel sterk is, wordt de economie en het financiële stelsel opnieuw op de proef gesteld.” Dat zei Klaas Knot vandaag tijdens het jaarlijkse Openbaar gesprek in de Tweede Kamer over macro-economische risico's voor het financiële stelsel. Samen met CPB-directeur Pieter Hasekamp en AFM-voorzitter Laura van Geest, licht hij toe hoe de oorlog in Oekraïne onze economie raakt.

Lees hieronder de inleiding van Klaas Knot bij het gesprek met de Vaste Kamercommissie Financiën.

Inleiding Klaas Knot

Dank voorzitter en dank ook aan de Kamer voor de uitnodiging. Het is inmiddels een goed gebruik geworden om hier, in deze setting – samen met mijn collega’s van het CPB en de AFM – met u de belangrijkste risico’s voor het financiële stelsel te bespreken. Ik doe dat op basis van het Overzicht Financiële Stabiliteit, dat u is toegezonden.

Sinds de vorige keer dat we hier zaten is de wereld ingrijpend veranderd. De oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie hebben tot nieuwe grote macro-economische schokken geleid, maar de financiële sector heeft zich tot nu toe goed staande gehouden. Vorig jaar stonden we in dit gesprek vooral stil bij de impact van de coronacrisis. Net nu we de coronapandemie achter ons lijken te laten en het economische herstel sterk is, wordt de economie en het financiële stelsel opnieuw op de proef gesteld.

Maar laat ik beginnen met onze uitgangspositie. We zijn vanuit economisch perspectief heel goed uit de coronapandemie gekomen. Het herstel van de Nederlandse economie was snel en bijzonder krachtig. Achteraf kunnen we stellen dat we misschien soms te negatief hebben gekeken naar de economische impact van de pandemie. Omdat onze overheid en financiële instellingen over voldoende buffers beschikten, kon de economische impact worden gedempt en de schok goed worden opgevangen.

In de afgelopen maanden zijn de economische vooruitzichten, als gevolg van de oorlog in Oekraïne, wereldwijd verslechterd. Ook de Nederlandse economie wordt in haar groei geremd. Tot nu toe zien we de economische gevolgen van de oorlog vooral op energie- en grondstoffenmarkten, met hoge inflatiecijfers tot gevolg. Energie- en grondstofprijzen waren in de loop van 2021 al hard gestegen door een combinatie van sterk economisch herstel, eerdere aanbodverstoringen en geopolitieke spanningen, maar de prijzen zijn sinds het begin van de oorlog in Oekraïne naar recordhoogtes gestegen. De inflatie is inmiddels breder gedragen, maar komt nog steeds voor twee derde  voor rekening van de hoge energieprijzen.

In het kielzog van de inflatie zien we dat ook de rente is gestegen. En ook dat is een fundamentele verandering, na een lange periode van zeer lage rentes. Financiële markten lopen daarmee vooruit op de verwachte verdere monetaire verkrapping. De 10-jaarsrente voor Nederlands overheidspapier heeft inmiddels een niveau van 1,4 procent aangetikt, een waarde die we sinds 2014 niet meer gezien hebben. De gestegen rente is ook zichtbaar in de rente op hypotheken en bedrijfskredieten, en men was ook op die markten aan lage rentes gewend geraakt.

Samengevat zet de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie een behoorlijke rem op de economische vooruitzichten. Tegelijkertijd kunnen we voor de financiële instellingen en financiële markten stellen: so far, so good.

Allereerst de financiële instellingen. Hier is de impact van de oorlog vooralsnog beheersbaar gebleken. De directe blootstellingen van Nederlandse financiële instellingen op Rusland en op energie-gevoelige bedrijfssectoren zijn relatief beperkt. Tegelijkertijd kunnen tweede-orde effecten niet worden uitgesloten. Zo kan een verdere escalatie van het conflict het economisch momentum doen keren en daarmee ook impact hebben op bijvoorbeeld de kwaliteit van de leningen van banken. Daarnaast zijn de operationele uitdagingen voor financiële instellingen fors toegenomen. Denk bijvoorbeeld aan de naleving van sancties en de toegenomen dreiging van cyberaanvallen.

Ook financiële markten blijven goed functioneren en hebben de nieuwe schok van de oorlog tot op heden goed verwerkt. De invasie luidde stevige koersverliezen in, en de volatiliteit is flink toegenomen - zeker op grondstoffenmarkten - maar tegelijkertijd hebben de financiële markten veerkracht getoond. Dit is belangrijk, want hierdoor is de stress vooralsnog niet verder door het systeem verspreid.

Wat betekent dit risicobeeld nu voor het beleid?

Laat ik beginnen met beleid waar DNB zelf aan de knoppen zit: prudentieel beleid. Naar aanleiding van de coronacrisis heeft DNB in maart 2020 de systeemrisicobuffers voor banken verlaagd, om de kredietverlening op peil te houden. Maar we hebben toen ook meteen uitgesproken deze buffers op termijn weer op te willen bouwen en toe te werken naar een contracyclische buffer – de zogeheten CCyB. Het algehele risicobeeld – met een snel economisch herstel na de coronacrisis en nog steeds sterke fundamentals – geeft nu aanleiding om de buffer te activeren. Banken zijn ook goed in staat om een hogere CCyB te dragen. Daarom heeft DNB nu, als een eerste stap, besloten de buffer te verhogen naar 1 procent. Ik wil hier wel bij zeggen dat deze buffer ook meteen weer los kan worden gelaten als de omstandigheden hiertoe aanzetten.

Dan de woningmarkt. Deze is nog steeds oververhit. De gestegen rente kan hier voor de gewenste afkoeling zorgen, maar het aanbod blijft krap. In de eerste plaats blijft het dus van groot belang om iets aan die schaarste te doen. Tegelijkertijd is dat niet voldoende, want de hoge huizenprijzen én sterke vraag worden nog steeds fiscaal gestimuleerd door onder andere de hypotheekrenteaftrek, ruime leennormen en subsidies voor starters. De overheid zou er verstandig aan doen deze vraagstimulering te stoppen.

Daarnaast zien we dat de populariteit van aflossingsvrije hypotheken ook het afgelopen half jaar weer verder is toegenomen. Waarbij aflossingsvrije hypotheken voorheen vooral door oudere huizeneigenaren werden afgesloten omdat zij nog wel recht hadden op hypotheekrenteaftrek op aflossingsvrije schuld, zien we nu dat ook jongere huishoudens vaker voor aflossingsvrij kiezen. Wij vinden dit onwenselijk omdat aflossingsvrije hypotheken een groter financieel risico voor huishoudens en financiële instellingen vormen. DNB zal zich daarom sterker gaan inzetten in haar prudentiële toezicht op risicobeheersing van aflossingsvrije hypotheekportefeuilles door financiële instellingen. Ook willen we dat de omvang van deze portefeuilles weer gaat afnemen.

Ten slotte kan een situatie waarbij de normalisatie van het monetair beleid onnodig lang wordt uitgesteld tot risico’s voor financiële stabiliteit leiden. Het is uiteindelijk onvermijdelijk en wenselijk dat de economie en het financiële systeem zich aanpassen, na een lange periode van ruime financiële condities en een zoektocht naar rendement. Anderzijds kan een plotse verkrapping van financiële condities een negatieve impact op de financiële stabiliteit hebben. Aanpassingen in het monetair beleid moeten daarom tijdig en voorspelbaar verlopen. De grootschalige aankoopprogramma’s worden al afgebouwd en daarna zal ook de rente verhoogd worden.

Nu de inflatievooruitzichten op middellange termijn richting onze doelstelling zijn geconvergeerd, past een meer neutraal renteniveau dat de eurozone economie afremt noch stimuleert. Uiteraard zal het precieze rentepad mede afhangen van hoe de inflatievooruitzichten zich verder ontwikkelen.

Hiermee sluit ik mijn inleiding af. Ik ben graag bereid uw vragen te beantwoorden.

Overzicht Financiële Stabiliteit - voorjaar 2022

1,6MB PDF
Download