Wat is de impact van inflatie op loon, vermogen en schuld?

Achtergrond

Iedereen wordt anders geraakt door inflatie. Hoe je ermee om kunt gaan is mede afhankelijk van je loon, vermogen en schuld. We zetten het op een rijtje. 

Gepubliceerd: 29 augustus 2025

Een jonge vrouw pakt boodschappen uit het koelvak in een supermarkt

Divers uitgavenpatroon

Niet iedereen ervaart inflatie hetzelfde. Sommige huishoudens geven een groot deel van hun geld uit aan boodschappen of woonlasten, terwijl anderen in verhouding juist meer besteden aan kleding of vakanties. Maar niet alleen het uitgavenpatroon zorgt ervoor dat inflatie huishoudens verschillend raakt. Ook loonsverhogingen pakken voor de een anders uit dan voor de ander.

Inflatie lijkt een eenvoudig begrip: het percentage waarmee prijzen gemiddeld stijgen. Maar achter dat ene cijfer gaat een complex verhaal schuil. En ook achter de voordeur zijn er veel verschillen. Niet iedereen voelt de gevolgen van inflatie op dezelfde manier. Van de supermarktkar tot de energierekening: de impact van inflatie hangt af van je inkomen, je uitgavenpatroon en je financiële positie. In een serie van drie artikelen bekijken we hoe inflatie huishouden verschillend raakt. In het vorige artikel bekeken we hoe verschillen in uitgaven leiden tot een andere impact van inflatie. In dit tweede artikel kijken we naar de impact van inflatie op lonen, vermogen en schulden.   

Effect van loonsverhoging is verschillend

De inflatie is in Nederland nog niet op het gewenste niveau van 2%, maar we komen er wel in de buurt. In 2022 was dit heel anders. Toen piekte de inflatie op 17,1%. Door die hoge prijzen ging in dat jaar de koopkracht sterk omlaag. Producten en diensten werden duurder, maar de lonen stegen niet direct mee. Huishoudens met lagere inkomens hadden moeite om de rekeningen te betalen, mede omdat vaste en noodzakelijke lasten in prijs stegen.

Om de afgenomen koopkracht te compenseren, vroegen werknemers hogere lonen. Die konden ze vragen, gesteund door de krappe arbeidsmarkt en de productiviteitsgroei. Hierdoor begonnen de lonen vanaf 2022 toe te nemen. Inmiddels ligt het gemiddelde van de reële lonen weer bijna op het niveau van voor de inflatiepiek en stijgt dit gemiddelde volgens de raming van DNB het komende jaar nog iets verder. Het reële loon is het loon dat je overhoudt als je rekening houdt met prijsstijgingen, oftewel wat je met je salaris écht kunt kopen.  

Maar het aanpassen van de lonen aan de inflatie kost tijd. Uit een analyse van DNB blijkt dat lonen zich meestal volledig aanpassen aan prijsstijgingen, maar dat duurt wel gemiddeld een jaar of vijf. In die tussenliggende jaren kunnen huishoudens dus tijdelijk minder koopkracht hebben.

Lonen stijgen, maar niet in alle sectoren even veel

De gemiddelde lonen zijn dus sinds 2022 gestegen, maar dat betekent niet dat de koopkracht van alle huishoudens evenveel is verbeterd. De lonen gingen relatief sterk omhoog in het onderwijs, bij de overheid en in de handel, maar in de financiële dienstverlening en de cultuursector bleven de cao-loonstijgingen juist achter. De overheid verhoogde ook het minimumloon. Uitkeringen die daaraan gekoppeld zijn zoals de bijstand, de AOW en de WW, stegen mee.

Ook het moment waarop cao’s worden afgesloten speelt een rol. Cao’s die nét voor de inflatiepiek werden gesloten, of waarbij de onderhandelingen lang duurden, geven vaak pas later koopkrachtcompensatie. Hierdoor profiteren sommige werknemers pas later van hogere lonen.

Koopkracht: ook dit ervaart niet iedereen hetzelfde

Vaak wordt koopkrachtverandering in procenten weergegeven. Maar zo’n procentuele verandering zegt niet alles over hoe mensen dit in het dagelijks leven voelen. Voor huishoudens die leven van een laag inkomen, kan een koopkrachtdaling van een paar procent grote gevolgen hebben. Zij hebben vaak weinig tot geen financiële buffer en moeten keuzes maken over basisbehoeften zoals energie, voeding of zorg. Rijkere huishoudens kunnen zulke schommelingen meestal beter opvangen. Zo laat de onderstaande figuur bijvoorbeeld zien dat armere huishoudens door de prijsstijgingen vaker spaargeld zijn gaan gebruiken en vaker afhankelijk zijn geworden van anderen.

Het effect van inflatie op vermogens en schulden van huishoudens

Hoge inflatie en een hogere rente hebben ook invloed op het vermogen van huishoudens. Of dit positief of negatief uitpakt, hangt onder andere af van de verhouding tussen de inflatie en de rente en of mensen kunnen sparen of beleggen.  Als de inflatie hoger is dan de rente die over schulden betaald wordt, worden schulden nominaal minder waard. Dit is gunstig voor mensen die meer schulden dan vermogen hebben.

De invloed van inflatie op woonkosten

Voor veel mensen met een eigen huis stijgt het netto vermogen juist. Dat komt vooral doordat hun woning meer waard wordt, terwijl de hypotheekschuld hetzelfde blijft. Maar misschien nog wel belangrijker: hun maandlasten staan vaak nominaal vast. Dat komt omdat in Nederland de meeste huishoudens hun hypotheekrente voor lange tijd vast zetten. Als de lonen tegelijkertijd meestijgen met de inflatie, wordt het makkelijker om de maandlasten te dragen of je schuld af te lossen. Huurders, daarentegen, merken juist elk jaar een stijging van de huur, waardoor inflatie voor hen vaak nadeliger uitpakt.

Inflatie heeft ook invloed op hoeveel en hoe je spaart en belegt

Inflatie beïnvloedt ook spaargedrag. Sinds de hoge inflatie sparen mensen gemiddeld meer als buffer, maar huishoudens met lage inkomens hebben juist vaker spaargeld aan moeten spreken of moeten lenen.

Daarnaast hebben huishoudens met meer vermogen over het algemeen ook meer financieel vermogen. Dit is vaak verdeeld over verschillende soorten beleggingen, zoals aandelen, beleggingsfondsen of bijvoorbeeld waardevaste goederen zoals goud. Inflatie kan de waarde van deze beleggingen op verschillende manieren beinvloeden. Zo is de waarde van aandelen afhankelijk van de verwachte toekomstige winsten van het bedrijf – die mede afhankelijk zijn van inflatie. De waarde van aandelen en obligaties is ook afhankelijk van de toekomstige rente. Als de inflatie stijgt, neemt de rente vaak toe. Hierdoor daalt hun waarde. Waardevaste goederen, zoals goud, worden juist vrijwel niet geraakt door inflatie, of nemen zelfs in waarde toe.

Omdat verschillende soorten financieel vermogen dus verschillend reageren op inflatie, helpt het aanhouden van verschillende soorten beleggingen als bescherming van je vermogen tegen inflatie. Hoe meer vermogen je hebt, hoe makkelijker het is om je vermogen over verschillende soorten beleggingen te verdelen. Daarom zijn vermogendere mensen vaak beter beschermd tegen inflatie.

Vermogende mensen kunnen hun vermogen ook makkelijker spreiden over meerdere landen, waardoor ze beter beschermd zijn tegen hoge inflatie op nationaal niveau. Zie voor meer informatie bijvoorbeeld dit eerdere onderzoek van de Europese Centrale Bank over de effecten van inflatie op verschillende type vermogens. Ook bij DNB zijn we deze effecten op dit moment verder aan het onderzoeken.

Ook pensioenen profiteren van deze spreiding

Een van de grootste vermogensposities van huishoudens zijn de pensioenen. Omdat deze door pensioenfondsen gezamenlijk belegd worden, profiteren zij ook van de mogelijkheid om te spreiden door verschillende soorten beleggingen aan te houden. Dit helpt bij het beschermen van je pensioenvermogen tegen inflatie.

In deze video zie je het effect van inflatie op verschillende inkomensgroepen:

Waarom vinden we dit belangrijk?

Op het eerste gezicht lijkt economische ongelijkheid niet een onderwerp voor centrale banken. Het is onze taak om prijzen stabiel te houden, niet om rijkdom of inkomen gelijk te verdelen. Maar beleid van centrale banken kan verschillend uitpakken voor huishoudens.

Huishoudens met hoge inkomens reageren anders op rentebesluiten dan huishoudens met lage inkomens. En laten de meeste economische modellen nou juist een ‘gemiddeld’ huishouden nemen om hun gedrag te voorspellen.

Voor macro-economische trends, zoals het bbp, is dat prima. Maar huishoudens zijn divers en het maakt verschil of mensen een huurhuis hebben of een koopwoning en of ze schulden hebben of juist kunnen sparen of beleggen.

Daarom worden door economen steeds vaker modellen gebruikt die uitgaan van meerdere soorten huishoudens, met elk hun eigen inkomsten, uitgaven en reacties op monetair beleid. Zo wordt de economie realistischer in beeld gebracht.

Ontdek gerelateerde artikelen