Transitienieuws – Kwartaalupdate voortgang transitie vierde kwartaal 2025

Nieuwsbericht toezicht

De pensioentransitie is in volle gang. Per 1 januari 2026 zijn 24 fondsen ingevaren in het nieuwe stelsel, wat het totaal op dertig fondsen brengt. Die dertig fondsen beheren iets meer dan een derde van het totaal belegd vermogen in de pensioensector voor bijna tien miljoen actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Het aantal deelnemers dat met een deel van hun pensioen of hun gehele pensioen is ingevaren, ligt hiermee op iets meer dan de helft van het totaal.

Gepubliceerd: 19 januari 2026

Overleg

Voortgang transitie in twee figuren

DNB heeft op dit moment 46 meldingen in behandeling van fondsen die vrijwel allemaal dit jaar of per 1/1/2027 willen invaren. Gedurende 2026 verwachten we nog 60 meldingen binnen te krijgen. De optelsom van alle ingevaren fondsen en alle fondsen die beogen per 1 januari 2027 in te varen komt neer op ca 90% van alle deelnemers.

Afbeelding3

Tot op heden zijn dertig pensioenfondsen ingevaren. Fondsen met een beoogde invaardatum in 2026 hebben inmiddels allemaal hun invaarmelding ingediend.

Afbeelding4

Ruim de helft van het totaal aantal deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is inmiddels met (een deel van) hun pensioen ingevaren naar het nieuwe pensioenstelsel.

Vanaf start invaarbeoordeling focus op doelstellingen en plausibiliteit

DNB constateert dat in veel invaardossiers de transitiekeuzes en de daaruit volgende transitie-effecten nog onvoldoende onderbouwd zijn. Uit onze ervaring blijkt dat expliciete, richtinggevende en scherp geformuleerde transitiedoelstellingen bijdragen aan een betere onderbouwing van de evenwichtige belangenafweging. Fondsen kunnen daarom verwachten dat DNB in een vroeg stadium van het beoordelingproces in gesprek gaat over de transitiedoelstelligen van het fonds.

Heldere  transitiedoelstellingen maken mogelijk om keuzes omtrent de toepassing van transitie-instrumenten als de standaardmethode, compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek en de vulling en verdeelregels van de solidariteitsreserve te koppelen aan wat het bestuur in de transitie als geheel wil bereiken en hoe de gemaakte keuzes daaraan bijdragen. Dit kan een pensioenfondsbestuur helpen om te onderbouwen waarom het van oordeel is dat de effecten van de voorgenomen wijziging ten aanzien van het pensioen als geheel niet tot onevenwichtig nadeel voor deelnemersgroepen leiden en hoe hierbij is voldaan aan de verplichting tot evenwichtige belangenafweging. Dit is in lijn met stap 2 van de Good Practice Stappenplan Evenwichtigheid. 

In veel dossiers blijkt de formulering van transitiedoelstellingen weinig concreet met als gevolg dat een groot aantal transitie-invullingen daaraan in beginsel invulling kan geven. Risico is dat hierdoor niet objectief duidelijk is waarom het fonds kiest voor de geselecteerde transitie-instrumenten. Wanneer deze instrumenten leiden tot materiële transitie-effecten kan dit een belangrijke tekortkoming zijn vanuit het oogpunt dat alle deelnemers zich evenwichtig vertegenwoordigd moeten kunnen voelen.

Ook geven heldere transitiedoelstellingen het pensioenfonds houvast om deze toets op consistente wijze te verrichten voor het geval economische omstandigheden materieel wijzigen (ten behoeve van de onderbouwing van de “complete besluitvorming”).

Naast de focus op heldere transitiedoelstellingen blijft de focus van DNB op de borging van plausibiliteit van de berekende transitie-effecten overigens onverminderd van toepassing (zie TRANSITIENIEUWS – juni 2025 - voortgang transitie en aandachtspunten in het beoordelingsproces door DNB | De Nederlandsche Bank).

Samen met de Pensioenfederatie organiseert DNB op 20 januari en 2 februari 2026 ronde tafels om in gesprek te gaan over onder andere dit thema. 

DNB vraagt aandacht voor Toetsmoment 2

Elk pensioenfonds moet kunnen aantonen dat de datakwaliteit voor, tijdens en na de transitie geborgd is. Een onderdeel daarvan is dat alle berekeningen in het transitieproces juist en volledig worden uitgevoerd. In de Wtp-transitie wordt dit ‘Toetsmoment 2 (TM2)’ genoemd. Eerder publiceerde DNB hierover een good practice. Onderdeel van TM2 is dat fondsen een externe accountant opdracht geven een oordeel te vellen over de juistheid en volledigheid van de transitie.

Aan de pensioenfondsen die per 1 januari 2026 zijn ingevaren, zal DNB vragen om deze accountantsrapporten, inclusief een toelichting van het bestuur, aan DNB te verstrekken. Rond maart 2026 kunnen pensioenfondsen die onlangs zijn ingevaren hiervoor een concrete uitvraag per e-mail verwachten, zodat zij deze uitvraag kunnen meenemen in hun bestuurlijke proces rondom TM2.

Omdat de accountant binnen TM2 een sleutelrol speelt, is het waardevol om inzichten uit de eerste praktijkervaringen te delen. Deze ervaringen zijn inmiddels opgedaan door de accountants bij (de voorbereidingen voor) het opstellen van de TM2-rapporten. DNB heeft inmiddels ook de eerste TM2 accountant rapportages van ingevaren fondsen ontvangen en zal hierover een algemene terugkoppeling geven. Om deze reden staat TM2 op de agenda voor de accountantsmiddag op 21 januari 2026. DNB organiseert deze middag periodiek samen met de accountantsorganisaties.