Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

22 december 2015 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Welke eisen worden gesteld aan een algemeen pensioenfonds (APF), dat werkzaamheden uitbesteedt aan de partij die haar heeft opgericht?

Antwoord:

Op een APF zijn de regels van de Pensioenwet van toepassing, waaronder de eis van het waarborgen van een beheerste bedrijfsvoering en de eisen omtrent goed bestuur en uitbesteding. Deze eisen impliceren - in de context van het uitbesteden aan de partij die het APF opricht - onder meer dat het APF ten behoeve van haar stakeholders zakelijk, marktconform1 transparant en uitlegbaar dient te opereren. Hierbij dienen de uitbestedingscontracten adequaat te worden vormgegeven. Zie verder hoofdstuk 4 van Besluit uitvoering Pensioenwet ter uitwerking van artikel 34 Pensioenwet (uitbesteding), de sectorbrief van de Nederlandsche Bank en de guidance uitbesteding die DNB heeft gepubliceerd. In deze guidance gaat DNB onder meer in op de keuze van de pensioenuitvoeringsorganisatie en op de governance, monitoring en evaluatie van de uitbestedingsrelatie. Indien op het moment van oprichting of kort daarna het APF werkzaamheden uitbesteedt aan de oprichter, acht DNB de guidance ten aanzien van het selectieproces niet zozeer van toepassing. Uiteraard dient het APF onverkort te zorgen voor een adequate governance rondom de uitbesteding en dient er sprake te zijn van adequate monitoring en kritische evaluatie.

Toelichting

Wat betreft het uitbesteden van vermogensbeheer is van belang dat het fondsbestuur de eindverantwoordelijkheid draagt voor het bepalen en uitvoeren van het beleggingsbeleid, inclusief het risicobeheer. Dit vraagt onder meer om het hanteren van een kritische en onafhankelijke grondhouding ten opzichte van degenen die binnen en buiten het pensioenfonds zijn betrokken bij het opstellen en uitvoeren van het beleggingsbeleid, zoals adviseurs en uitvoerders. Vermogensbeheerovereenkomsten dienen onder meer adequate aansprakelijkheidsregelingen te bevatten.

Het is vanuit oogpunt van zakelijkheid onwenselijk dat beëindiging van een uitbestedingsrelatie omkleed is met hoge, onzakelijke drempels zoals boeteclausules. Met dergelijke boeteclausules wordt de beëindiging ontmoedigd, terwijl de uitkomst van de risicomanagementcyclus juist kan zijn dat beëindiging wenselijk is. Vergoedingen voor gemaakte kosten bijvoorbeeld bij beëindiging van een uitbestedingsrelatie dienen te passen binnen een zakelijke en marktconforme relatie. Dit betekent onder meer dat er sprake is van voorafgaande transparantie en afstemming tussen partijen over de correctheid en de passendheid van deze kosten.

1 Met ‘marktconform’ wordt gerefereerd aan ordelijke en transparante financiële marktprocessen en zuivere verhoudingen tussen marktpartijen, conform de gedragstoezichtdoelstelling van de AFM.

sector

  • Pensioenfondsen