Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

01 juli 2015 Toezicht

Toezicht

Vraag

Op welke manier dienen financiële instellingen customer due diligence uit te voeren bij stichtingen met het oog op het mitigeren van de kico’s op terrorismefinanciering?

Antwoord

Achtergrond:

De aanslagen in onder andere Parijs en Brussel hebben gezorgd voor grote maatschappelijke onrust in binnen- en buitenland. De dreiging leidt ertoe dat terrorismefinanciering nog prominenter op de agenda staat van toezichthouders waaronder DNB. Voorkomen dient te worden dat financiële instellingen worden misbruikt voor het financieren van terroristische organisaties of aanslagen. Financiële instellingen dienen dus alert te zijn op klanten en geldstromen die mogelijk duiden op terrorismefinanciering.

Stichtingen die zich inzetten voor het goede doel zijn van groot belang voor het verlenen van humanitaire hulp aan mensen in nood. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat terroristen en terroristische organisaties misbruik maken van deze organisaties voor het financieren van terrorisme. Zicht op de risico’s en een adequate controle op de geldstromen van dergelijke stichtingen is daarom van groot belang en behoort een vast onderdeel te zijn van de integere bedrijfsvoering van een instelling.

Op grond van artikel 3, eerste en tweede lid, Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) dient een instelling cliëntenonderzoek te verrichten. De instelling behoort de cliënt en de uiteindelijk belanghebbenden te identificeren. Identificatie en verificatie zijn in het kader van stichtingen relevant (1) ingeval de cliënt zelf een stichting is, (2) wanneer de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt een stichting is (3) wanneer een vertegenwoordiger namens een stichting handelt (en de stichting zelf cliënt is). Aan de hand van minimaal de volgende informatie kan een instelling het cliëntenonderzoek bij stichtingen vormgeven. Het actueel houden van deze informatie zal instellingen er daarnaast toe in staat stellen de integriteitsrisico’s van stichtingen in te kunnen schatten:

  • Naam van de stichting.
  • Datum oprichting en land van vestiging (ook in geval van een buitenlandse stichting of een met een stichting vergelijkbaar rechtspersoon).
  • Officieel identificatie nummer (bv. KvK-nummer).
  • Geregistreerd zakelijk vestigingsadres.
  • Postadres (indien afwijkend).
  • Hoofdvestiging (indien afwijkend).
  • Zeggenschapsstructuur en informatie over de UBO’s (dit zullen in de praktijk veelal de bestuurders zijn, maar dit kunnen ook hooggeplaatste medewerkers of vertegenwoordigers zijn. Te denken valt aan de penningmeester die zeggenschap heeft over de geldstromen van de stichting. Voor het in kaart brengen van deze informatie zijn de statuten een belangrijk beginpunt).
  • Documentatie waaruit de identificatie en verificatie blijkt van de bestuursleden die de bevoegdheid hebben op te treden namens de stichting of die opdrachten kunnen geven voor het doen van of overdrachten van de fondsen of bezittingen van de stichting (zeggenschap).
  • Type stichting – charitatief of anders.
  • Aard van de activiteiten van de stichting.
  • Geografisch gebied waarin de stichting opereert.

Afhankelijk van het risicoprofiel van de stichting kan het aan te raden zijn om aanvullende informatie uit te vragen (bijvoorbeeld informatie over invloedrijke medewerkers). Aan de hand van bovenstaande informatie kan een risicobeoordeling worden uitgevoerd van de stichtingen in kwestie aan de hand waarvan, zeker in geval van verhoogd risico, verdere mitigerende maatregelen worden genomen. Dergelijke mitigerende maatregelen kunnen bijvoorbeeld zien op de frequentie van het voortdurende controleren en actueel houden van bovenstaande gegevens, maar kunnen ook betrekking hebben op de intensiteit van transactiemonitoring. Het is de verantwoordelijkheid van de instelling om de maatregelen te laten aansluiten op het risicoprofiel van de cliënt.

De analyse van integriteitsrisico’s die voortvloeien uit het risicoprofiel van onder meer het soort stichtingen die klant zijn bij een instelling behoren onderdeel te zijn van de systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA) van een instelling.

Meer informatie

Internationale organisaties bieden handreikingen met betrekking tot het doen van cliëntenonderzoek bij cliënten waaronder stichtingen en het adequaat kunnen inschatten van de risico’s. In februari 2016 publiceerde de Basel Committee on Banking Supervision guidelines inzake Sound management of risks related to money laundering and financing of terrorism. In een best practices document geeft de FATF daarnaast verdere toelichting over de omgang met Non Profit Organisations (waaronder stichtingen) en indicaties van typen NPO’s die risico lopen om te worden gebruikt voor de financiering van terrorisme.

Het best practices document is hier te raadplegen.

Gerelateerde wet- en regelgeving