Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026
03 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026Bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m Pensioenwet (Pw), het zogenoemde invaren, zet het pensioenfonds de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten om in de voor pensioenuitkering bestemde vermogens in de solidaire premieovereenkomst dan wel de kapitalen in de flexibele premieovereenkomst. Bij de omzetting waardeert het pensioenfonds de pensioenaanspraken en pensioenrechten en wendt het pensioenfonds het collectieve vermogen aan voor de voor pensioenuitkering bestemde vermogens dan wel kapitalen in de gewijzigde regeling. De hierbij geldende regels worden in deze factsheet omschreven.
Gepubliceerd: 29 juni 2023
Laatste update: 26 juni 2025
Op grond van artikel 150n, eerste lid Pw maakt een pensioenfonds voor de waardering bij invaren gebruik van de standaardmethode. Een pensioenfonds kan op grond van artikel 150n, tweede lid Pw ook gebruik maken van de vba-methode indien deze methode beter de bijzondere kenmerken van de pensioenregeling en het pensioenfonds modelleert. Het pensioenfonds onderbouwt het toepassen van de vba-methode in het implementatieplan.
Invaren met de standaardmethode bestaat uit drie stappen:
De standaardregel wordt toegepast op het vermogen van een pensioenfonds dat hiervoor beschikbaar is (hierna: beschikbare vermogen). Om het beschikbare vermogen te bepalen worden hiervan de volgende onderdelen afgezonderd:
Indien de dekkingsgraad bij invaren (de dekkingsgraad direct voorafgaande aan de collectieve waardeoverdracht) hoger is dan 105% gelden bij de hiervoor genoemde onderdelen 4 en 5 nadere voorwaarden:
Indien de dekkingsgraad bij invaren lager is dan 105% gelden op grond van artikel 150n, lid 8 Pw de volgende voorwaarden bij de hiervoor genoemde onderdelen 4 en 5:
Als het beschikbaar vermogen is vastgesteld (zie stap 1) wordt op dat beschikbare vermogen de standaardregel toegepast. De standaardregel is opgenomen in artikel 21 Regeling Pw en Wvb en bestaat uit de volgende berekeningen in de hierna vermelde volgorde:
1° Vaststellen van de contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;
2° Vaststellen van de contante waarde van de aanpassingskasstromen;
3° Vaststellen van de schalingsfactor voor de aanpassingskasstroom; en
4° Vaststellen van het voor pensioenuitkering bestemd vermogen dan wel kapitaal.
Bij het vaststellen van de contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken en –rechten, zoals bedoeld onder 1, wordt ook begrepen de opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen bij overlijden voor pensioenleeftijd.
Door toepassing van de standaardregel wordt een tekort (negatieve schalingsfactor) of overschot (positieve schalingsfactor) toebedeeld aan alle (gewezen) deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden. In bijlage 2a bij de Regeling Pw en Wvb staan de formules voor deze berekeningen. Er dient bij deze stappen uitgegaan te worden van de regels die van toepassing zijn bij het bepalen van de hoogte van de technische voorzieningen van een pensioenfonds zoals opgenomen in artikel 2 van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. De standaardregel moet daarbij zo worden toegepast dat deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden met een gelijke leeftijd en gelijke opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten, maar een verschillend geslacht, gelijke voor pensioenuitkering bestemde vermogens dan wel kapitalen toebedeeld krijgen.
Bij de vaststelling van de aanpassingskasstromen bij de standaardregel (artikel 2 van bijlage 2a van de Regeling Pw en Wvb) wordt in beginsel een spreidingstermijn van tien jaar toegepast. Een pensioenfonds kan afwijken van deze spreidingstermijn van tien jaar door een kortere of langere spreidingstermijn toe te passen. Een pensioenfonds kan alleen een langere spreidingstermijn dan tien jaar hanteren indien de verhouding tussen het beschikbare vermogen en de technische voorzieningen van een pensioenfonds meer dan 100% bedraagt.
Het pensioenfonds neemt de onderbouwing van de kortere of langere spreidingsperiode op in het implementatieplan als bedoeld in artikel 46, lid 2, onderdeel i Besluit uitvoering Pw en Wvb. Een pensioenfonds betrekt daarbij de bestandssamenstelling van het pensioenfonds en moet op grond van artikel 2, lid 3 van bijlage 2a regeling Pw en Wvb voorts onderbouwen dat een spreidingstermijn van tien jaar tot een onevenwichtiger nadeel zou leiden.
Als het transitiekader van hoofdstuk 6b Pw van toepassing is, kan het pensioenfonds op grond van artikel 150l en 150m Pw besluiten om geheel of gedeeltelijk in te varen. In dat geval waardeert het pensioenfonds op grond van artikel 150n, eerste dan wel tweede lid Pw alle pensioenrechten en -aanspraken van het pensioenfonds. Dit geldt ook als het pensioenfonds toepassing geeft aan artikel 150l, zevende lid Pw en een afzonderlijk financieel geheel vormt voor niet ingevaren pensioenrechten en -aanspraken. Een pensioenfonds brengt voor zowel de in te varen en niet in te varen pensioenaanspraken en -rechten de transitie-effecten in beeld (artikel 150e Pw). De dekkingsgraad van het afgezonderde financiële geheel (de niet ingevaren pensioenrechten en -aanspraken) na transitie kan afwijken van de dekkingsgraad van het pensioenfonds voorafgaand aan invaren. Dit is afhankelijk van het deelnemersbestand, keuzes die in de transitie worden gemaakt én de eventuele toepassing van de wettelijke mogelijkheid om nog onder voorwaarden af te wijken van de uitkomsten van de omrekenmethoden zoals opgenomen in de artikelen 150n en 150o Pw.
Indien sprake is van een premieovereenkomst kan het pensioenfonds kiezen of het de premieovereenkomst wel of niet betrekt bij de verdeling van het tekort of overschot. De overwegingen om al dan niet het overschot of tekort toe te delen aan de pensioenaanspraken en -rechten van (gewezen) deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden met een premieovereenkomst dienen te worden opgenomen in het implementatieplan. De onderbouwing bevat ook een toelichting waarom de gemaakte keuze bijdraagt aan de evenwichtigheid van de transitie.
In het geval dat de premieovereenkomst buiten beschouwing wordt gelaten bij de verdeling van een tekort of overschot, hoeven pensioenfondsen voor opgebouwde pensioenaanspraken en variabele uitkeringen die voortvloeien uit premieovereenkomsten geen (aanpassings)kasstromen vast te stellen. In dit geval blijft het kapitaal voortkomend uit de premieovereenkomst van een individu vóór en na toepassing van de standaardregel gelijk en wordt een eventueel overschot of tekort dus niet aan de pensioenaanspraken en -rechten van individuen met een premieovereenkomst toebedeeld. Het met de standaardregel te verdelen beschikbare vermogen wordt verminderd met de waarde van deze kapitalen.
Wanneer de premieovereenkomst wel wordt betroken bij de verdeling van het overschot of tekort, wordt het voor pensioenuitkering bestemd vermogen dan wel kapitaal bepaald zoals beschreven in bijlage 2a regeling Pw en Wvb. In dat geval is het uitgangspunt dat de verwachte uitgaande kasstromen voor ieder individu zo worden bepaald dat de contante waarde hiervan gelijk is aan het kapitaal voortvloeiend uit de beschikbare gestelde premies (inclusief de behaalde rendementen). Het fonds kan van dit uitgangspunt afwijken indien het fonds zich baseert op het inkoopbeleid opgenomen in de ABTN van 30 juni 2022. De bepalingen uit de ABTN kunnen conflicteren met het voorschrift dat de contante waarde van de verwachte uitgaande kasstromen gelijk moet zijn aan het voor pensioenuitkering bestemd vermogen dan wel kapitaal. Een fonds kan zich baseren op het vastgelegde beleidskader voor zo ver dit leidt tot een realistischere bepaling van de verwachte uitgaande kasstromen. De onderbouwing voor de resulterende afwijking dient te worden opgenomen in het implementatieplan. Deze mogelijkheid laat onverlet dat moet worden voldaan aan artikel 150o lid 3 PW
Vervolgens kunnen de aanpassingskasstromen, de contante waarde daarvan en het voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal op dezelfde wijze worden vastgesteld als bij uitkeringsovereenkomsten.
In het geval dat een pensioenfonds een premieovereenkomst uitvoert met inleg- of rendementsgarantie, dient voor bepaling van het voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal eerst de waarde van de inleg- of rendementsgarantie los te worden bepaald. De waarde van de inleg- of rendementsgarantie is gelijk aan de specifiek hiervoor aangehouden voorziening indien deze gebaseerd is op de optiewaarde van de garantie of wordt vastgesteld door toepassing van de vba-methode. Het voor het pensioenuitkering bestemd vermogen dan wel kapitaal, volgend uit het eerste of tweede lid van artikel 4 bijlage 2a regeling Pw en Wvb, wordt vervolgens voor ieder individu verhoogd met de waarde van diens individuele inleggarantie of rendementsgarantie. Het met de standaardregel te verdelen beschikbare vermogen wordt verminderd met de waarde van deze garanties.
Het pensioenfonds kan onder voorwaarden afwijken van de uitkomsten van de standaardregel in stap 2. Er moet daarbij worden voldaan aan zowel (i) de specifieke voorwaarden die in deze paragraaf zijn opgenomen, als (ii) de algemene voorwaarden geldend bij beide omrekenmethoden, opgenomen in paragraaf A van deze factsheet.
Uitgangspunt van de vba-methode is dat per leeftijdscohort de marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten ná invaren minimaal gelijk is aan de marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten vóór invaren (150n, vierde lid Pw). Zie hiervoor ook de factsheet Berekening transitie-effecten en toepassing vba-rekenmethodiek.
Het pensioenfonds bepaalt de marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten op basis van de vba-rekenmethodiek (“inclusieve marktwaarde”). Hiervoor staan in artikel 46c Besluit uitvoering Pw en Wvb uitgangspunten, zoals opgesomd in het factsheet netto profijt en vba-rekenmethodiek. Bij de waardering houdt het pensioenfonds er rekening mee dat in de gewijzigde pensioenregeling ná invaren een pensioenfonds het minimaal vereist eigen vermogen moet aanhouden.
De voorwaarde in artikel 150n, lid 4 Pw van een tenminste gelijkblijvende marktwaarde biedt sociale partners en het pensioenfonds bij invaren van een uitkeringsovereenkomst naar de solidaire of flexibele premieregeling bepaalde ruimte om het vermogen van het pensioenfonds bij invaren gericht toe te delen. Als gevolg van de bestaande wettelijke spreidingsregels voor verhogingen en kortingen en de fiscale maximering van toeslagen is de marktwaarde van opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten in het huidig financieel toetsingskader in het algemeen lager dan het collectieve vermogen van het pensioenfonds.
Dit gericht toedelen kan direct aan de voor pensioenuitkering bestemde vermogens dan wel kapitalen of, op verzoek van de werkgever, aan initiële vulling van een compensatiedepot en/of initiële vulling van een solidariteits- of risicodelingsreserve (zie factsheet solidariteitsreserve en risicodelingsreserve). Naast de voorwaarde in artikel 150n, lid 4 Pw van een per leeftijdscohort tenminste gelijkblijvende marktwaarde moet daarbij worden voldaan aan zowel (i) de specifieke voorwaarden die in deze paragraaf hieronder zijn opgenomen als (ii) de algemene voorwaarden geldend bij beide omrekenmethoden, opgenomen in paragraaf A van deze factsheet.
Op grond van artikel 150n, zevende lid Pw kan het pensioenfonds op verzoek van de werkgever het vermogen, met uitzondering van het minimaal vereist eigen vermogen, aanwenden voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve en/of de compensatie van deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken (direct in de voor pensioenuitkering bestemde vermogens dan wel kapitalen, of via initiële vulling van een compensatiedepot - zie factsheet compensatie). Bij het toekennen van extra pensioenaanspraken voor de compensatie van deelnemers moet ook zonder het toekennen van deze extra aanspraken worden voldaan aan het uitgangspunt van de vba-methode dat de marktwaarde ná invaren per leeftijdscohort minimaal gelijk is aan de marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten vóór invaren.
Op grond van artikel 150n, achtste lid Pw, kan het pensioenfonds maximaal 5% van de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten aanwenden voor een of meer van deze drie doelen:
Deze aanwending moet zijn opgenomen in het transitieplan en hiervoor moet advies zijn ingewonnen dan wel goedkeuring zijn verkregen van verantwoordingsorgaan respectievelijk belanghebbendenorgaan.
Voor de status van deze beleidsuiting en uitleg daarover kunt u de leeswijzer beleidsuitingen DNB raadplegen.
03 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026
03 maart 2026
02 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
De Nederlandsche Bank (DNB) kan partijen de mogelijkheid bieden om een boetezaak vereenvoudigd af te doen. Als een onderneming of een persoon bereid is de feiten van de overtreding te erkennen en de boete te accepteren, kan DNB de boete verlagen met 15% en volstaan met een verkort boetebesluit.
Lees meer Boetezaken eenvoudiger af te handelen
02 maart 2026
24 februari 2026
Nieuwsbericht toezicht
Vandaag is Toezicht in Beeld 2025-2026 gepubliceerd. Hierin presenteert DNB een overzicht van toezichtactiviteiten in 2025 en licht zij de prioriteiten voor 2026 toe. De publicatie biedt ook inzicht in het risicobeeld van de sectoren onder toezicht.
Lees meer DNB publiceert Toezicht in Beeld 2025-2026
24 februari 2026
12 februari 2026
Nieuwsbericht toezicht
Op 12 augustus 2026 treedt het vernieuwde handhavingsbeleid van De Nederlandsche Bank (DNB) in werking voor de tijdige indiening van statistische rapportages. Dit geldt momenteel voor de volgende rapportageprofielen: MESRAP, MER en CFI Benchmark.
Lees meer Nieuw handhavingsbeleid voor tijdige indiening van statistische rapportages
12 februari 2026
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.