Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Solidariteitsreserve en risicodelingsreserve

WTP Factsheet

Gepubliceerd: 29 juni 2023

Bekijk eerdere versies in het archief

Doelstellingen van de solidariteits- of risicodelingsreserve

De solidariteitsreserve is op grond van artikel 10a Pensioenwet (Pw) een verplicht onderdeel van de solidaire premieovereenkomst. De risicodelingsreserve kan onderdeel zijn van de flexibele premieovereenkomst, maar is in bepaalde gevallen verplicht. De solidariteits- of risicodelingsreserve (“reserve”) is een collectieve vermogensreserve. Door middel van de reserve worden financiële mee- of tegenvallers collectief gedeeld.

De doelen van de reserve kunnen bijvoorbeeld bestaan uit intergenerationele risicodeling, het dempen van schommelingen in pensioenuitkomsten en/of collectieve deling van niet-verhandelbare risico’s (zoals het macro-langlevenrisico) in een solidaire of een flexibele premieovereenkomst. De reserve kan niet gebruikt worden voor deling van operationele kosten. In geval van een flexibele premieovereenkomst met beleggingsvrijheid bepaalt artikel 10e Pw dat het niet toegestaan is financiële mee- of tegenvallers die ontstaan als gevolg van het beleggingsrisico te compenseren door inzet van de risicodelingsreserve. Voor de uitkeringsfase geldt dat er geen sprake kan zijn van beleggingsvrijheid. De risicodelingsreserve kan dan wel benut worden voor financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico. De risicodelingsreserve moet daarbij wel voldoen aan de wettelijke vereisten.

De reserve mag gebruikt worden om (deels) te beschermen tegen inflatieschokken. Zo kan bescherming onder voorwaarden gerealiseerd worden voor inflatie die hoger uitvalt dan verwacht. Als een doelstelling van de reserve is om inflatierisico af te dekken, legt de pensioenuitvoerder, op grond van artikel 1h Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit Pw en Wvb) van tevoren en voor langere tijd vast bij welk inflatieniveau sprake is van afdekking van onverwachte inflatie via de reserve. De uitvoerder moet dit inflatieniveau conform de regelgeving op basis van objectief te verifiëren informatie onderbouwen.

Initiële vulling van de reserve in de transitie

Het transitieplan en het implementatieplan bevatten de gemaakte afspraken over de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve.

Omvang van de reserve

Een reserve heeft een maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen (kapitaal bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase bij een risicodelingsreserve) inclusief de reserve zelf. De reserve mag niet negatief zijn. Artikel 1h, lid 7, Besluit uitvoering Pw en Wvb bepaalt dat op 31 december van enig jaar wordt vastgesteld of de omvang van de reserve voldoet aan de vereisten. Als de werkgever voor verschillende groepen werknemers verschillende pensioenregelingen heeft afgesproken, heeft de pensioenuitvoerder in principe één reserve per pensioenregeling. Een gezamenlijke reserve voor meerdere pensioenregelingen is ook mogelijk, maar alleen als deze reserve niet kan leiden tot kruissubsidiëring tussen de pensioenregelingen.

Een pensioenfonds kan, op grond van artikel 150n, lid 8, Pw, direct na invaren een reserve hebben die een omvang heeft van meer dan 15% van het geheel voor pensioen gereserveerd vermogen of kapitaal inclusief de reserve. Voor deze reserve geldt de eis van de maximale omvang van 15% op 1 januari 2037 of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen.

Vul- en uitdeelregels

Als de solidariteitsreserve wordt gevuld uit premies en/of overrendement, bedraagt de inleg uit premie niet meer dan 10% van de premiesom per deelnemer per jaar en de inleg uit overrendement niet meer dan 10% van het positieve collectieve overrendement per jaar. Het overrendement is op fondsniveau gelijk aan het collectieve rendement minus de totale toebedeelde beschermingsrendementen. Naast het vullen vanuit de premie en/of vanuit het positief overrendement muteert de solidariteitsreserve – die als intrinsiek onderdeel van het totale vermogen wordt belegd – jaarlijks ook met het behaalde rendement. Deze laatste mutatie is afhankelijk van het ex-ante toebedeelde beschermings- en overrendement aan de solidariteitsreserve. In die zin kan de solidariteitsreserve worden gezien als een apart leeftijdscohort van toekomstige deelnemers, waaraan net als aan de gereserveerde vermogens voor de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden ex-ante beschermings- en overrendement wordt toebedeeld. Deze ex-ante toedelingsregels voor de solidariteitsreserve staan los van het vullen van de solidariteitsreserve uit positief overrendement met maximaal 10% van het op fondsniveau behaalde overrendement.

Indien een risicodelingsreserve wordt gevuld uit premies en/of uit kapitaal bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase dan bedraagt de procentuele inleg uit premie plus de procentuele inleg uit kapitaal bij inkoop in het collectief in totaal niet meer dan 10%.

De door de pensioenuitvoerder vastgestelde vul- en uitdeelregels voor de doelstellingen van de reserve zijn op grond van de artikelen 10d en 10e Pw evenwichtig, transparant, onderling consistent en worden op grond van artikel 1h, lid 4, besluit uitvoering Pw en Wvb voor langere tijd, in beginsel voor een periode van minimaal vijf jaar, vastgesteld.

Aansluiting bij doelstellingen

De uitvoerder berekent voor de reserve de baten en lasten voor alle cohorten die worden onderscheiden voor de risicohouding en onderbouwt dat deze baten en lasten in lijn zijn met de doelstellingen van de reserve.

Evenwichtigheid van de afspraken rond de reserve

De evenwichtigheid van afspraken rond de reserve wordt door de uitvoerder beoordeeld en in de besluitvorming onderbouwd.

De uitvoerder voert een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse uit, waarin onder andere de baten en lasten voor alle cohorten die worden onderscheiden voor de risicohouding worden berekend, en onderbouwt op basis van deze analyse dat de inrichting evenwichtig is. De wetgever geeft aan dat de inrichting van de reserve op voorhand niet ertoe moet leiden dat een bepaalde generatie binnen een pensioenregeling uitsluitend baten of uitsluitend lasten heeft van de reserve.

Zie de Regeling rekenmethoden onderbouwing solidariteitsreserve en risicodelingsreserve pensioenuitvoerders ter onderbouwing van de inrichting van de solidariteits- of risicodelingsreserve.

Vastlegging van en informatie over de uitgangspunten, regels en procedures van de reserve

De pensioenuitvoerder legt de regels voor de reserve in beginsel vast voor een periode van minimaal vijf jaar. Bij bijzondere omstandigheden kan van deze minimale termijn van 5 jaar afgeweken worden. Bij afwijking van de minimale termijn waarin de regels voor de reserve vastliggen onderbouwt de pensioenuitvoerder dat deze afwijking in het belang is van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden.

Op grond van artikel 25 Pw wordt in de uitvoeringsovereenkomst of in het uitvoeringsreglement ten aanzien van de uitgangspunten, regels en procedures welke gelden ten aanzien van een reserve minimaal het volgende opgenomen:

  1. de wijze waarop de reserve wordt gevuld
  2. de regels voor het uitdelen uit de reserve
  3. de gewenste en maximale omvang van de reserve
  4. het beleid ten aanzien van een lege of volle reserve
  5. de wijze waarop de reserve bijdraagt aan de intergenerationele risicodeling en stabiliteit en
  6. de samenhang en onderlinge consistentie van deze uitgangspunten, regels en procedures.

Artikel 35 Pensioenwet bepaalt dat in het pensioenreglement de regels en procedures die gelden ten aanzien van de reserve worden opgenomen.

Ten aanzien van de reserve beschrijft het pensioenfonds op grond van artikel 145 Pw in de actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN):

  1. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de regels ten aanzien van de reserve
  2. de wijze waarop het pensioenfonds voorkomt dat de reserve negatief kan worden
  3. het beleid aangaande de uitgangspunten, regels en procedures welke gelden t.a.v. de solidariteits- of de risicodelingsreserve. Dit neemt het pensioenfonds op in de beschrijving van de financiële opzet (artikel 25 Besluit FTK)

Verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan (115a en 115c Pw)

Het bestuur heeft goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot de solidariteits- of risicodelingsreserve.

Het bestuur dient het verantwoordingsorgaan om advies te vragen bij het wijzigen van de uitvoeringsovereenkomst, waaronder ook vaststellen of wijzigen van de uitvoeringsovereenkomst met betrekking tot de hiervoor genoemde vastlegging van de regels omtrent de solidariteits- of risicodelingsreserve.

Voor de status van deze beleidsuiting en uitleg daarover kunt u de leeswijzer beleidsuitingen DNB raadplegen.

Relevante wet- en regelgeving

  • Artikelen 10a, 10b, 10c, 10d, 10e, 25, 35, 38, 40, 115a,115c, 145m, 145n, 150d, 150n Pensioenwet (Pw)
  • Artikelen 21, 28a, 28d, 28e, 35, 49,51, 140, 145c, 145c Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb)
  • Art 1h, 5a, 28a, 46b Besluit uitvoering Pw en Wvb
  • Art 25, 30 Besluit FTK