Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

01 februari 2018 Algemeen
Entree van het Toorop-gebouw

Uit een analyse van gegevens van acht Nederlandse bedrijfstakken over de periode 1996-2015 blijkt dat de daling van de arbeidsinkomensquote (AIQ) samenhangt met de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt. Een mogelijke verklaring hiervan is de zwakkere onderhandelingspositie van werkenden in de flexibele schil ten opzichte van werknemers met een vast dienstverband.

De laatste jaren staat de wereldwijde daling van de arbeidsinkomensquote (AIQ) volop in de belangstelling van beleidsmakers en academici. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar de mechanismen die ten grondslag liggen aan deze trend. Geconcludeerd wordt dat de daling van de AIQ in geavanceerde economieën onder meer gedreven wordt door ontwikkelingen als globalisering en technologische vooruitgang. Een factor die in de internationale discussie onderbelicht is gebleven, maar wel degelijk van belang lijkt te zijn in de Nederlandse context, is de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De groei van de flexibele schil, bestaande uit werknemers met een flexibel arbeidscontract en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers), is in Nederland sterker dan elders in Europa.

Flexibilisering arbeidsmarkt drijfveer achter daling arbeidsinkomensquote

Een zwakkere onderhandelingspositie van werkenden in de flexibele schil is de voornaamste reden dat toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt gepaard kan gaan met neerwaartse druk op de AIQ. Uit de literatuur blijkt dat deze zwakkere onderhandelingspositie onder andere voortvloeit uit overheidsbeleid. Zo zijn de ontslagkosten van werknemers met een vast dienstverband hoger dan dat van werkenden in de flexibele schil. De baanzekerheid van werkenden in de flexibele schil is daardoor lager, wat ertoe kan leiden dat deze groep minder sterk staat in onderhandelingen over hun beloning.

Daarnaast is de onderhandelingspositie van werkenden in de flexibele schil zwakker vanwege de lagere organisatiegraad van deze groep. Tussen 1995 en 2011 was gemiddeld 10% van de werknemers met een flexibel dienstverband aangesloten bij een vakbond, terwijl dit percentage ruim twee keer zo hoog lag voor werknemers met een vast dienstverband (24%).

Tegelijkertijd ondermijnt de groei van de flexibele schil de onderhandelingspositie van werknemers met een vast dienstverband. Deze groep moet immers concurreren met werkenden in de flexibele schil, die over het algemeen goedkoper zijn en makkelijker zijn te ontslaan als gevolg van juridische en fiscale verschillen. Zo heeft het Ministerie van Financiën becijferd dat zzp’ers met een minimumloon tot 40% goedkoper zijn dan werknemers.

Empirische samenhang arbeidsinkomensquote en flexibele schil

Het verband tussen de AIQ en de flexibilisering van de arbeidsmarkt is onderzocht door op bedrijfstakniveau de ontwikkeling van de flexibele schil te relateren aan de ontwikkeling van de AIQ. Voor de periode 1996 t/m 2015 is gekeken naar de volgende acht bedrijfstakken: industrie, bouwnijverheid, handel, vervoer & opslag, horeca, informatie & communicatie, specialistische zakelijke diensten en verhuur & overige zakelijke diensten. De onroerendgoedsector en de financiële sector zijn om statistische redenen niet opgenomen. De flexibele schil is afgemeten aan het percentage van werknemers met een flexibel arbeidscontract en zzp’ers in de totale werkzame beroepsbevolking

Figuur 1 - Ontwikkeling van arbeidsinkomensquote en flexibele schil (1996-2015)
Verschil in niveau tussen 2015 en 1996; %-punt

Figuur 1 - Ontwikkeling van arbeidsinkomensquote en flexibele schil (1996-2015)

Bron: CBS, Eigen berekeningen

Figuur 1 biedt ondersteuning voor de veronderstelling dat de daling van de AIQ samenhangt met de stijging van de flexibele schil. De flexibele schil is in de acht onderzochte bedrijfstakken toegenomen over de periode 1996-2015. In zeven van de acht bedrijfstakken is de stijging van de flexibele schil gepaard gegaan met een daling van de AIQ; in de specialistische zakelijke dienstverlening is de AIQ echter iets toegenomen.

De daling van de AIQ hangt echter niet alleen samen met de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt. Technologische vooruitgang en globalisering hebben mogelijk ook een dempende werking op de AIQ. Bedrijven hebben namelijk een prikkel om arbeid te vervangen voor kapitaal als gevolg van beide ontwikkelingen. Als in de empirische analyse rekening gehouden wordt met deze twee factoren, blijft er een negatieve samenhang bestaan tussen de veranderingen in de AIQ en de flexibele schil. De gevonden coëfficiënt is statistisch significant en bedraagt -0,23; dit impliceert dat een stijging van de flexibele schil van 1%-punt gepaard gaat met een daling van de AIQ van 0,23%-punt. De negatieve samenhang is sterker voor werknemers met een tijdelijk dienstverband dan voor zzp’ers. Voor nadere informatie over de empirische resultaten wordt verwezen naar de achtergrondnotitie.

Op basis van de modelschattingen heeft de geaggregeerde stijging van de flexibele schil van 15,8%-punt in de onderzochte bedrijfstakken over de periode 1996-2015, ceteris paribus geleid tot een daling van de AIQ van 3,6%-punt. In deze periode is de geaggregeerde AIQ in de onderzochte bedrijfstakken met 7,1%-punt gedaald, van 80,2% naar 73,1%. Ruim de helft van de daling van de AIQ kan volgens het geschatte model worden toegeschreven aan de stijging van de flexibele schil.

Achtergrondnotitie DNBulletin - Flexibilisering arbeidsmarkt gaat gepaard met daling arbeidsinkomensquote

70KB PDF
Download