Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

23 november 2021 Algemeen
Kantoren en passanten

Het Deposito­garantie­fonds (DGF) heeft deze maand een omvang van drie miljard euro bereikt. Dit fonds, waar banken ieder kwartaal een premie aan afdragen, zorgt ervoor dat er geld beschikbaar is mocht een bank failliet gaan. Dit geld kan dan gebruikt worden om klanten van de failliete bank tot de grens van 100.000 euro hun geld terug te geven. De komende jaren zal de omvang van het fonds verder groeien naar ongeveer vijf miljard euro.

Fondsvorming belangrijk voor vertrouwen in deposito­garantie

De vorming van een fonds waaruit DGS-vergoedingen kunnen worden gefinancierd is belangrijk voor het vertrouwen in de Nederlandse Deposito­garantie. Het zorgt ervoor dat rekeninghouders in geval van een bankfaillisse­ment weer snel over hun gegarandeerde banktegoeden kunnen beschikken. DNB streeft ernaar om rekeninghouders binnen zeven werkdagen duidelijkheid te geven over de vergoeding waar zij recht op hebben. DNB zal dit bedrag zo snel mogelijk overmaken nadat de rekeninghouder een nieuw rekeningnummer heeft doorgegeven. Door deze bescherming zullen spaarders minder snel hun geld van de bank halen indien zich betalingsproblemen bij de bank voordoen. Op die manier draagt het DGS in belangrijke mate bij aan de financiële stabiliteit.

Depositogroei leidt tot hogere bijdragen

In 2016 is gestart met de geleidelijke opbouw van het Depositogarantiefonds. Sindsdien betalen banken ieder kwartaal een bijdrage aan het fonds. Wat individuele banken bijdragen, is afhankelijk van de omvang van de gegarandeerde tegoeden en het risicoprofiel van de bank. In 2024 moet het fonds in lijn met internationale regelgeving een omvang van 0,8% van de gegarandeerde deposito’s bereiken.

In de afgelopen vier  kwartalen hebben banken in totaal ruim 750 miljoen euro bijgedragen, tegen 450 miljoen in het eerste jaar. De toename hangt samen met de sterke groei van de spaargelden, met name tijdens de coronacrisis. Waar begin 2016 circa 460 miljard euro aan deposito’s onder het Nederlandse DGS werd gedekt, is dat nu 590 miljard.

Fonds in veel gevallen voldoende als financieringsbron

Met de drie miljard euro die nu in het fonds zit, zijn inmiddels voldoende middelen beschikbaar om bij 21 van de 31 Nederlandse banken de gegarandeerde tegoeden direct vanuit het fonds uit te keren mocht de bank failliet gaan. Niet in alle gevallen zullen banken echter in faillissement worden afgewikkeld. Bij grootbanken zoals ING, Rabobank en ABN Amro liggen de gegarandeerde tegoeden veel hoger dan wat in het fonds zit. Mochten deze banken falen, dan zullen resolutie-instrumenten worden ingezet om de kritische functies van de bank te beschermen. De bank blijft dan bestaan of wordt verkocht. Daarmee houden de klanten toegang tot hun tegoeden. Het DGF hoeft dan niet te worden aangesproken om DGS-vergoedingen uit te keren.

Ook alternatieve financierings­mogelijk­heden beschikbaar

Voor het geval een bank failliet gaat en er niet voldoende in het fonds zit, heeft het DGF ook alternatieve financieringsmogelijkheden achter de hand. DNB kan de banken die aan het DGS deelnemen direct om een extra bijdrage vragen.  Ook kan het DGF financiering bij derde partijen aantrekken. Het DGF heeft een kredietfaciliteit van drie miljard euro afgesloten bij een consortium van vier  grote Nederlandse banken. In het uiterste geval kan het DGF de Minister van Financiën om een overbruggingskrediet vragen.

Deze extra financiering stelt het DGF in staat om de periode te overbruggen totdat uitkeringen uit de boedel van de failliete bank worden ontvangen. Het DGF kan er daarbij op leunen dat in de Faillissementswet is vastgelegd dat gegarandeerde deposito’s eerder worden vergoed dan de meeste andere vorderingen. Dit zorgt samen met een goedgevuld fonds voor een hefboom.

Na 2024 breekt een nieuwe fase aan

Medio 2024 eindigt de opbouwfase en zal er naar verwachting zo’n 5 miljard in het fonds zitten. Vanaf dat moment zullen de banken alleen nog bijdragen om de fondsomvang op peil te houden. Uitgaande van een verdere trendmatige stijging met 3,5% van de gegarandeerde tegoeden zouden de banken nog zo’n 175 miljoen euro per jaar moeten bijstorten. Indien het fonds moet worden aangesproken, zal dit in uiterlijk zes  jaar weer worden opgebouwd.

Ook in andere lidstaten zullen de nationale DGS fondsen medio 2024 goed gevuld zijn. De Europese DGS Richtlijn die als antwoord op de financiële crisis tot stand is gekomen, heeft er dan voor gezorgd dat spaarders in de Europese Unie beter beschermd zijn en de gevolgen van een bankfaillissement beter kunnen worden opgevangen. Een Europees depositogarantiestelsel (European Deposit Insurance Scheme: EDIS) kan nog meer zekerheid bieden in de toekomst. Door de financierings­kracht van de verschillende nationale fondsen te bundelen, kan een nog steviger vangnet worden gecreëerd om depositohouders in Nederland en andere lidstaten te beschermen.

Voor meer informatie over hoe de DGS bijdragen worden vastgesteld, zie de factsheets op de DGS-pagina’s voor de sector.