Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

13 juli 2020 StatistiekStatistisch nieuwsbericht

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans is in het eerste kwartaal van dit jaar met 2 procent op jaarbasis gestegen tot EUR 23,1 miljard. Dat komt overeen met 11,5% van het bruto binnenlands product (bbp), zie figuur 1. De onderliggende cijfers laten de eerste gevolgen van de Covid-19 pandemie zien. Voor het eerst in vier jaar tijd, is er sprake geweest van een afnemende export en import van goederen. Ook daalden de grensoverschrijdende ontvangsten en betalingen van winsten en dividenden door bedrijven.

Trendbreuk in goederenhandel met het buitenland

De export van goederen leverde Nederland in het eerste kwartaal EUR 121,2 miljard op, 1% minder dan vorig jaar. Vooral de export van transportmiddelen en sierteelt nam af. Tegelijkertijd daalde ook de import van goederen met 2% tot EUR 102,7 miljard. Dit kwam voor een belangrijk deel door de sterk gedaalde olieprijs. Het waren de eerste dalingen in de bruto goederenstromen sinds het tweede kwartaal van 2016.

Door importen sterker daalden dan exporten, steeg het goederensaldo met 6% tot EUR 18,5 miljard.

In het internationale dienstenverkeer was in het eerste kwartaal van dit jaar nog geen duidelijk effect van de pandemie te meten. De export van diensten steeg met 6% tot EUR 43,7 miljard, terwijl de import eveneens met 6% steeg tot EUR 39,9 miljard. Dit resulteerde in een overschot van EUR 3,8 miljard, 4% meer dan vorig jaar in dezelfde periode.

Lagere winsten en rentes drukken inkomensstromen met het buitenland

Ook bij de inkomensstromen met het buitenland was in het eerste kwartaal van 2020 een neerwaarts effect merkbaar. Het inkomenssaldo was EUR 3,5 miljard, wat 18% lager is dan in het eerste kwartaal van 2019.

Nederland ontving op jaarbasis 7% minder inkomen uit het buitenland (EUR 70,5 miljard), zie figuur 2. Het is de sterkste jaar-op jaar krimp sinds 2009. De daling werd vooral veroorzaakt door de gedaalde winsten op buitenlandse dochterondernemingen van Nederlandse niet-financiële en financiële bedrijven. Hier was sprake van een afname met 8% tot EUR 49 miljard.

Ook de lagere rentetarieven droegen een steentje bij aan de lagere inkomensstromen. Bedrijven ontvingen in het eerste kwartaal 12 procent minder rente op intra-concern leningen dan een jaar geleden. Ontvangen rentes in het overig financieel verkeer (overige leningen en het effectenverkeer) daalden met 19% tot EUR 1,9 miljard.

Vergelijkbare effecten zijn zichtbaar bij de betaalde inkomens, die met 6% daalden tot EUR 67,0 miljard. Nederlandse dochtermaatschappijen van buitenlandse multinationals behaalden 3% minder winst dan een jaar geleden, waardoor ze minder winst konden afdragen aan hun buitenlandse moeder. De gedaalde winstgevendheid drukte tevens de aan buitenlandse aandeelhouders betaalde dividenden. Hier was sprake van een daling met 8% op jaarbasis tot EUR 11 miljard.

De betaalde rentes binnen de groep daalden met 10 procent. Ook daalden de rentes die op financiering buiten de groep werden betaald. Hier was zelfs bijna sprake van een halvering van de rente (-46%) tot EUR 1,5 miljard.

Meer informatie

  • Tabel 12.1 Betalingsbalans (kwartaal)
  • Tabel 12.5 Primaire inkomensrekening (kwartaal)