Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

21 maart 2022 Statistiek
Zuidas met trein

De omvang van de totale uitstaande Nederlandse securitisaties, ofwel herverpakte leningen, bedroeg eind 2021 EUR 168 miljard. Daarmee zijn zij voor het eerst lager dan die van door banken uitgegeven gedekte obligaties (EUR 172 miljard), die als alternatief voor securitisaties kunnen dienen, zo blijkt uit cijfers van DNB.

Wat zijn securitisaties en gedekte obligaties?

Bij securitisaties worden leningen aan huishoudens en bedrijven gebundeld en als obligaties herverpakt via speciaal daarvoor opgerichte ondernemingen. In Nederland gaat het daarbij overwegend om woninghypotheken. Daarmee kunnen de oorspronkelijke kredietverstrekkers zoals banken middelen vrijspelen om bijvoorbeeld nieuwe leningen te verstrekken.

De uitgegeven obligaties (‘asset-backed securities’) kunnen aan beleggers worden verkocht. Dit zijn de zogeheten externe (‘placed’ of ‘non-retained’) securitisaties. De obligaties kunnen ook door de initiator van de securitisatie, zoals de oorspronkelijke kredietverstrekker, zelf worden aangehouden voor eventueel gebruik als onderpand, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van leningen van centrale banken. Dit worden interne (zelf gehouden of ‘retained’) securitisaties genoemd. 

Gedekte obligaties (‘covered bonds’) zijn door banken uitgegeven obligaties met veelal woninghypotheken als onderpand. Zij kunnen voor banken een alternatief voor securitisaties zijn. Verschil met securitisaties is dat de uitgegeven obligaties op de balans van de banken zelf staan en dat de obligatiehouder niet alleen een claim op het onderpand heeft maar ook op de bank. Net als bij securitisaties kunnen gedekte obligaties worden verkocht aan beleggers of zelf worden gehouden voor liquiditeitsdoeleinden.

In 2021 voor het eerst minder uitstaande securitisaties dan gedekte obligaties

Eind 2021 bedroegen de totale – zowel externe als interne - uitstaande securitisaties EUR 167,6 miljard. De omvang daarvan daalt sinds 2009 vrijwel doorlopend, met name de externe – aan beleggers verkochte - securitisaties. Dit hangt onder meer samen met het gebruik van andere financieringsvormen voor banken, waarmee ze in de afgelopen jaren makkelijker en goedkoper aan geld kunnen komen. Bijvoorbeeld via de extra leenfaciliteiten van de ECB en de uitgifte van gedekte obligaties (‘covered bonds’).

Vanaf 2018 is de uitstaande omvang van door Nederlandse banken uitgegeven gedekte obligaties meer dan verdubbeld, van EUR 72,9 miljard tot EUR 171,7 miljard (zie grafiek 1). Deze groei betreft merendeels door banken zelf gehouden gedekte obligaties, mede door de gunstige leenfaciliteiten van de ECB naar aanleiding van COVID-19 beleidsmaatregelen. Daarbij lijken ten opzichte van securitisaties de minder strenge regelgeving en de gunstigere behandeling als onderpand voor beleenbaarheid een rol te spelen.

Nog wel stijging securitisaties in 2021 door zelf gehouden deel

Ondanks dat de uitstaande gedekte obligaties nu hoger zijn dan de totale uitstaande securitisaties namen de securitisaties in 2021 nog wel toe, en wel met EUR 8,4 miljard (+5,3%) tot EUR 167,6 miljard (zie grafiek 2). Dit was volledig het gevolg van een stijging van de interne – zelf gehouden – securitisaties, waarvan de omvang in 2021 toenam met EUR 10,7 miljard (+8,9%) tot EUR 130,8 miljard.

Daarentegen daalden in 2021 de uitstaande securitisaties die aan beleggers zijn verkocht met EUR 2,2 miljard (-5,7%) tot EUR 36,8 miljard. Er vonden in 2021 nog wel nieuwe externe uitgiftes van EUR 6,0 miljard plaats (EUR 0,2 miljard meer dan in 2020), vooral geïnitieerd door niet-bancaire partijen. Deze waren echter onvoldoende om de afloop van bestaande securitisaties te compenseren en de langjarige trend te doen keren.

Nederlands aandeel securitisaties in Europa afgenomen, maar nog wel relatief groot

Ook in de meeste andere Europese landen zijn de uitstaande securitisaties in de loop van de tijd afgenomen, zij het minder sterk dan in Nederland. Eind 2013 stond een bedrag van EUR 1.223 miljard aan Europese securitisaties uit, terwijl dit eind 2021 was gedaald tot EUR 1.009 miljard; een afname van 17%. In dezelfde periode liep de omvang van de Nederlandse securitisaties met 38% terug. Daardoor daalde het aandeel van Nederlandse securitisaties in Europa van 21% naar 16%. Voor de externe securitisaties was dit van 16% naar 11% en voor interne securitisaties van 25% naar 18% (zie grafiek 3).

Daarmee is Nederland overigens nog steeds het tweede grootste securitisatieland in Europa, na het VK met 24%. Daarna volgen Italië en Spanje met 15% en Frankrijk met 12%. Bij de externe securitisaties is het verschil met het VK (49% versus 11%) wel aanzienlijk groter. Bij de interne securitisaties voert Nederland de lijst aan, net voor Italië.

Daaruit blijkt dat, hoewel de gedekte obligaties in Nederland een deel van de rol van securitisaties hebben overgenomen, Nederlandse securitisaties internationaal gezien nog relatief omvangrijk zijn. Zeker als dat ook wordt vergeleken met het aandeel van 6% van Nederlandse gedekte obligaties in Europa eind 2020.