Pensioensector goed voorbereid op liquiditeitsstress

Nieuwsbericht toezicht

Door economische tegenslag kan de liquiditeitsbehoefte van Nederlandse en Europese pensioenfondsen flink toenemen. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde stresstestrapport van de Europese toezichthouder voor verzekeraars en pensioenfondsen (EIOPA). Het rapport laat zien dat bij de onderzochte scenario’s pensioenfondsen voldoende liquide activa hebben om hun cashpositie te herstellen. 

Gepubliceerd: 17 december 2025

Rotterdamse haven

Dit jaar deden 156 Europese pensioenfondsen mee aan de pensioenstresstest van EIOPA, die focuste op liquiditeitsrisico. Onder de deelnemende fondsen waren de vijf grootste Nederlandse fondsen (ABP, BPF Bouw, PFZW, PME en PMT). Zij doorstonden de stresstest goed en zijn in de onderzochte scenario’s goed voorbereid op liquiditeitsstress. EIOPA voert elke drie jaar een EU-brede stresstest voor pensioenfondsen uit. Het doel is om inzicht te krijgen in de weerbaarheid van individuele pensioenfondsen en van de sector als geheel tegen zware financiële schokken.  

Twee stress-scenario’s  

De twee scenario’s die zijn doorgerekend in de stresstest gaan uit van flinke economische schade die (bijvoorbeeld) kan ontstaan als de geopolitieke spanningen aanhouden. In het scenario “yield curve up” (YCU) stijgt de rentecurve met 100 basispunten, omdat marktdeelnemers meer inflatie verwachten door een escalerende handelsoorlog en stijgende grondstofprijzen. Verder deprecieert de euro, omdat de EU kwetsbaar is voor handelsbeperkingen, en worden financiële activa zoals aandelen en obligaties veel minder waard. 

In het scenario “yield curve down” (YCD) daalt de rente met 100 basispunten omdat onverwacht lang aanhoudende geopolitieke spanningen tot lagere economische groei en inflatieverwachtingen leiden. Ook dan is sprake van een flinke euro-depreciatie, ditmaal vanwege het verslechterde economisch perspectief, en flinke schokken op de financiële markten.     

Grote impact stress op liquiditeitsbehoefte  

In de zogenoemde baseline, die gebaseerd is op gerealiseerde data, hebben de Europese pensioenfondsen ultimo 2024 een gezonde liquiditeitspositie die in het eerste kwartaal van 2025 gemiddeld verder verbetert. Maar onder stress ontstaat een flinke liquiditeitsbehoefte, met name voor pensioenfondsen die rente en/of valutaderivaten gebruiken om hun marktrisico af te dekken. 

Dit effect is onder het YCU-scenario verreweg het grootst. Veel pensioenfondsen willen de negatieve impact op hun dekkingsgraad van een rentedaling beperken waardoor stijgende rentes tot onderpandverplichtingen (“margin calls”) leiden op de rentederivatenposities. Ook de handelsactiviteiten doen onder stress een groot beroep op de liquiditeitspositie, vooral door de veronderstelde (soms forse) afslagen (“haircuts”) op de verkoopprijzen van activa. 

Tot slot laat de stresstest zien dat Europese pensioenfondsen voldoende liquide activa hebben om hun liquiditeitspositie onder stress te herstellen door verschillende (management) acties.  

Liquiditeitseffect voor Nederlandse pensioensector groter 

Voor de Nederlandse pensioensector heeft het YCU-scenario grotere liquiditeitseffecten dan voor de EU als geheel. Dit laatste komt doordat Nederlandse pensioenfondsen relatief grote derivatenposities en daardoor grotere margin calls hebben, wat het gevolg is van hun omvang (kleinere pensioenfondsen gebruiken in het algemeen minder derivaten) maar ook van de pensioentransitie (zie hieronder). 

Cashpositie

De Nederlandse resultaten zijn samengevat in Figuur 1. Het meest linkse groene balkje is de cashpositie (3,4% van het totale vermogen) eind 2024, genormaliseerd op 100. Door de feitelijke kasstromen – de baseline – in het eerste kwartaal van 2025 (zoals het innen van premies, betalen van pensioenen en aan- en verkopen van activa) verbetert de cashpositie met 45% (tweede groene balkje). Onder het YCU-scenario wordt – zonder corrigerende acties - de aanwezige cash opgesoupeerd en ontstaat er een cashtekort (derde groene balkje).  Door verschillende (management)acties – zoals het aangaan van repo’s, het voldoen van onderpandverplichtingen met effecten in plaats van cash en het verkopen van activa – wordt de cashpositie weer positief (vierde groene balkje). Vanuit het perspectief van financiële stabiliteit is het belangrijk meerdere mogelijkheden te hebben om de liquiditeitspositie te herstellen. Zo kan bijvoorbeeld de verkoop van financiële activa tegen extreem lage prijzen (“fire sales”) worden voorkomen.  

Tijdelijk hoger gebruik rentederivaten door pensioentransitie  

In de periode tot aan hun overstap naar het nieuwe pensioenstelsel hebben sommige pensioenfondsen de mate van renteafdekking (“rentehedge”) verhoogd om de kans op een daling van de dekkingsgraad vlak voor hun overstap te verkleinen. In het eerste kwartaal van 2025 was de gemiddelde rentehedge van Nederlandse pensioenfondsen 69%, vergeleken met 58% twee jaar daarvoor. In het nieuwe pensioenstelsel kunnen rendementen en risico’s specifieker worden toebedeeld aan leeftijdscohorten en veel pensioenfondsen kiezen er dan voor om het renterisico voor jongere leeftijdscohorten beperkt af te dekken. Daarom gaan pensioenfondsen naar verwachting in de toekomst minder rentederivaten gebruiken, waardoor hun liquiditeitsrisico afneemt.    

Toezicht op liquiditeitsrisico pensioenfondsen  

Liquiditeitsrisico is een belangrijk potentieel risico voor pensioenfondsen en is daarom onderdeel van het DNB-toezicht. DNB heeft goed zicht op dit risico vanwege de liquiditeitsdata die fondsen aan ons rapporteren. Ook publiceerde DNB goede voorbeelden uit de praktijk (“good practices”) over hoe pensioenfondsen hun liquiditeitsrisico het beste kunnen beheersen. Samen met de AFM deed DNB vanuit een macro(prudentiële) invalshoek onderzoek naar de liquiditeitsrisco’s van derivatengebruik. Dat onderzoek laat eveneens zien dat Nederlandse pensioenfondsen bij stress goed aan hun onderpandverplichtingen kunnen voldoen, mits de geldmarkten blijven functioneren.  

Meer lezen

Ontdek gerelateerde artikelen