Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

20 augustus 2013 Toezicht

Toezicht

Krimpende pensioenfondsen zijn pensioenfondsen waarbij het aantal actieve deelnemers relatief beperkt is en gestaag verder afneemt. Dit kan bijvoorbeeld komen door ontwikkelingen in een bedrijfstak of bij de aangesloten werkgever(s) (een krimpende bedrijfstak) of omdat de aangesloten werkgever(s) de pensioenregeling bij een andere pensioenuitvoerder hebben ondergebracht.

Kenmerken van een krimpend pensioenfonds zijn bijvoorbeeld: een steeds kleiner deel van de technische voorzieningen hoort bij actieve deelnemers en de premiegrondslag ten opzichte van de technische voorziening neemt steeds verder af. Het bestand van een krimpend of gesloten pensioenfonds wordt gemiddeld steeds ouder en neemt op termijn af. Naast krimpende pensioenfondsen bestaan er gesloten pensioenfondsen die geen actieve deelnemers kennen. De horizon van een krimpend of gesloten pensioenfonds is beperkt. Hierdoor lopen krimpende en gesloten pensioenfondsen een aantal specifieke risico’s.

In een Q&A heeft DNB opgenomen wat zij verwacht van krimpende en gesloten pensioenfondsen. Onderstaand geeft DNB aan welke risico’s zij in ieder geval ziet bij krimpende en gesloten pensioenfondsen.

Risico rondom het voortbestaan van het pensioenfonds

Onvoldoende zicht op (toekomstige) overdrachtsmogelijkheden.

Bij een krimpend of gesloten pensioenfonds komt een moment waarop het bestuur moet besluiten tot collectieve overdracht over te gaan. Wanneer dat moment komt, is van veel omstandigheden afhankelijk, bijvoorbeeld van de schaalgrootte, betrokkenheid van de stakeholders en de bereidheid van de (voormalig) aangesloten werkgever om diensten en/of financiële middelen beschikbaar te blijven stellen. Het risico bestaat dat het pensioenfondsbestuur onvoldoende zicht heeft op overdrachtsmogelijkheden, de voorwaarden daarvoor, of niet in staat is tijdig actie te ondernemen. Voor het pensioenfondsbestuur is het daarom van belang dat zij alternatieven voor de toekomst van het pensioenfonds onderzoekt en dit onderzoek regelmatig herhaalt. De relevante omstandigheden kunnen immers wijzigen.

Risico’s rondom de governance van het pensioenfonds

Onvoldoende gekwalificeerde mensen.

Een pensioenfonds kent op grond van wet- en regelgeving meerdere organen: het pensioenfondsbestuur, het intern toezicht en daarnaast nog een verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan. Voor de bemensing van de organen gelden wettelijke vertegenwoordigingsverplichtingen en geschiktheidseisen. Bij een krimpend of gesloten pensioenfonds kan het lastig zijn om te voldoen aan deze eisen. Dat geldt ook voor mindere betrokkenheid van de aangesloten werkgever. Een krimpend of gesloten pensioenfonds moet daarom rekening houden met het risico dat er onvoldoende gekwalificeerde mensen beschikbaar zijn en moet nagaan hoe in dit tekort kan worden voorzien. Een pensioenfonds kan daarbij eventueel in een tekort aan gekwalificeerde mensen voorzien door experts van buiten in te huren of andere (voorzorgs-) maatregelen te treffen. Denk daarbij aan een opvolgingsplanning met een gericht leertraject.

Een pensioenfonds kent op grond van wet- en regelgeving meerdere organen: het pensioenfondsbestuur, het intern toezicht en daarnaast nog een verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan. Voor de bemensing van de organen gelden wettelijke vertegenwoordigingsverplichtingen en geschiktheidseisen. Bij een krimpend of gesloten pensioenfonds kan het lastig zijn om te voldoen aan deze eisen. Dat geldt ook voor mindere betrokkenheid van de aangesloten werkgever. Een krimpend of gesloten pensioenfonds moet daarom rekening houden met het risico dat er onvoldoende gekwalificeerde mensen beschikbaar zijn en moet nagaan hoe in dit tekort kan worden voorzien. Een pensioenfonds kan daarbij eventueel in een tekort aan gekwalificeerde mensen voorzien door experts van buiten in te huren of andere (voorzorgs-) maatregelen te treffen. Denk daarbij aan een opvolgingsplanning met een gericht leertraject.

Onvoldoende communicatie met de deelnemer

Ook de communicatie met deelnemer verdient extra aandacht bij een krimpend of gesloten pensioenfonds. Naast de reguliere communicatie moet het bestuur immers ook communiceren over de beleidskeuze om het pensioenfonds voort te zetten in haar huidige vorm, de overwogen alternatieven en de toekomstplannen. Zijn de keuzes van het pensioenfonds voldoende in lijn met de voorkeur van de deelnemers en bestaat er draagvlak voor het voortbestaan van het pensioenfonds? Daarbij is het wel van belang dat de deelnemer volledig inzicht heeft in de gevolgen van belangrijke beleidskeuzes van het pensioenfonds en ook de alternatieven kent. Bijvoorbeeld met betrekking tot de kans op korten, toeslagverlening en de gevolgen voor de hoogte van de uitvoeringskosten.

Risico rondom de uitvoeringskosten van het pensioenfonds

Te lage voorziening voor uitvoeringskosten

Omdat op termijn de omvang van een gesloten pensioenfonds afneemt, kunnen de vaste uitvoeringskosten per pensioengerechtigde/deelnemer fors stijgen. Doordat bovendien de premiebaten dalen of volledig ontbreken, geven deze minder of geen dekking voor de uitvoeringskosten die gedekt werden uit de premie. Het is daarom van belang dat de voorziening voor uitvoeringskosten toereikend is voor alle toekomstige uitvoeringskosten. Zie ook de Q&A van DNB over het vaststellen van de hoogte van de kostenvoorziening.
Overigens biedt het vaststellen van een toereikende voorziening voor uitvoeringskosten het bestuur ook een goede gelegenheid om af te wegen of het niveau van de uitvoeringskosten passend is. Stel dat de aanwezige kostenvoorziening fors moet worden verhoogd bij verdere krimp of het sluiten van het pensioenfonds om alle toekomstige uitvoeringskosten te kunnen dekken, dan is het goed als het bestuur de vraag stelt of voortzetten van het pensioenfonds met de huidige kostenstructuur nog in het belang van de deelnemers is. Ook deelnemers zouden inzicht moeten krijgen in dit aspect.


Risico’s rondom de financiële opzet van het pensioenfonds

De beleggingsrisico’s (onder meer illiquiditeit van de beleggingen) passen niet meer bij de verplichtingen

Een pensioenfonds behoort zijn beleggingen af te stemmen op zijn verplichtingen. Voor een gesloten of krimpend pensioenfonds betekent dit dat bepaalde beleggingsrisico’s minder passend zijn vanwege de beperkte of afnemende looptijd van de verplichtingen (het pensioen komt gemiddeld eerder tot uitkering). Daarnaast kan de risicobereidheid van de gemiddeld relatief oudere deelnemers minder groot zijn, zodat het pensioenfonds (al dan niet op termijn) ook minder beleggingsrisico’s moet nemen. Ook de liquiditeit van de beleggingen vormt een belangrijk aandachtspunt. Vanwege de eindige horizon is het van belang dat een krimpend of gesloten pensioenfonds illiquide beleggingen beperkt en aanvullende maatregelen treft om liquiditeit of overdraagbaarheid binnen korte termijn mogelijk te maken. Tenslotte kan een gesloten of krimpend pensioenfonds met beperkte schaalgrootte het risico lopen dat de middelen niet meer efficiënt kunnen worden gespreid in een diversifieerde portefeuille. Een bestuur van een krimpend of gesloten pensioenfonds kan al deze aspecten meewegen bij de invulling van de prudent person norm.

Het niveau van de beheersomgeving is niet (langer) in balans met de complexiteit van de beleggingsportefeuille

Een krimpend of gesloten pensioenfonds is doorgaans moeilijker in staat om een beheersomgeving op te zetten of in stand te houden voor relatief complexe beleggingen. Zo kan het bijvoorbeeld moeilijker zijn om voldoende deskundige bestuurders te krijgen waardoor er ook minder mogelijkheden zijn om een volledig toegeruste beleggingscommissie te vormen. Inhuur van externen of gedeeltelijke uitbesteding van sommige taken kan daarbij leiden tot hogere beheersingskosten, terwijl een krimpend of gesloten pensioenfonds vaak prioriteit moet leggen bij kostenbeheersing. Omdat het niveau van de beheersomgeving altijd in balans moet zijn met de complexiteit van de beleggingen, betekent dit dat deze complexiteit in dat geval afgebouwd moet worden.

De capaciteit om actuariële risico’s op te vangen kan op termijn (te) klein worden om deze zelfstandig te dragen

De populatie van een krimpend of gesloten pensioenfonds wordt in de loop van de tijd ouder en neemt af. Dit heeft tot gevolg dat de capaciteit om actuariële risico’s zoals lang- en kortlevenrisico zelfstandig te dragen steeds kleiner wordt. Het moment waarop dit zich voordoet is overigens sterk afhankelijk van de schaalgrootte van het pensioenfonds. Als deze risico’s te groot worden om als pensioenfonds zelfstandig te dragen dan zal het pensioenfonds moeten overgaan tot verzekering, overdracht of fusie.

Conclusie

DNB verwacht van krimpende en gesloten pensioenfondsen dat zij inzichtelijk kunnen maken hoe zij met bovenstaande risico’s rekening houden, op welke wijze deze risico’s worden gemitigeerd en/of welke maatregelen zij hebben getroffen. Tevens verwacht DNB van pensioenfondsen dat zij inzicht kunnen geven in de evenwichtige belangenafweging met betrekking tot voortzetting van het pensioenfonds ten opzichte van de alternatieven. DNB kan (op grond van artikel 149 PW) een pensioenfonds de verplichting opleggen om binnen een door de toezichthouder te stellen termijn over te gaan tot verzekering bij een verzekeraar, overdracht aan een verzekeraar of onderbrenging bij een pensioenfonds als dit naar het oordeel van de toezichthouder noodzakelijk is in verband met de actuariële en bedrijfstechnische opzet van het pensioenfonds of de deskundigheid en betrouwbaarheid van het bestuur.