Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

22 december 2015 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Kan een APF binnen één collectiviteitskring naar hun aard verschillende pensioenregelingen uitvoeren?

Antwoord:

Ja, het is mogelijk dat een APF naar hun aard verschillende regelingen in één collectiviteitskring uitvoert. Wel acht DNB het van belang dat het APF goed onderbouwt dat toekomstige risico- en vermogensoverdrachten tussen de verschillende regelingen zoveel mogelijk worden beperkt. De risico- en vermogensoverdrachten kunnen immers potentieel onevenwichtig en niet goed uitlegbaar zijn. Dat kan in de toekomst resulteren in onvoorzienbare spanningen binnen één kring, temeer aangezien er, in tegenstelling tot ondernemings- of bedrijfstakpensioenfondsen, niet vanzelfsprekend sprake is van een sociale en/of economische samenhang tussen deelnemers in een collectiviteitkring. Een APF heeft ten opzichte van andere typen pensioenfondsen juist de unieke mogelijkheid om verschillende collectiviteitkringen met gescheiden vermogens aan te houden, zodat het per collectiviteitkring een eenduidig en gelijk pensioenproduct aan kan bieden. Met ‘naar hun aard verschillende pensioenregelingen’ wordt overigens onder andere bedoeld dat er verschillen zijn in karakter van de regeling (premie-, kapitaal-, of uitkeringsovereenkomst), in financiële opzet (o.a. premiesystematiek), samenstelling van het bestand of risicohouding.

Toelichting

Een uniek kenmerk van een APF is de mogelijkheid van uitvoering van pensioenregelingen in aparte collectiviteitkringen met afgescheiden vermogens (géén financieel geheel). Dit is voor andere pensioenfondsen uitgesloten binnen de Pensioenwet (verbod op ringfencing). De wetgever heeft via de vermogensscheiding tussen collectiviteitkringen in een APF beoogd een evenwicht te vinden tussen enerzijds het behoud van de eigen identiteit en solidariteit van een collectiviteitkring en anderzijds het realiseren van schaalvoordelen (door bundeling van activiteiten ten behoeve van de collectiviteitkringen), waarmee bestuurlijke lasten en uitvoeringskosten kunnen worden beperkt.

Een APF bestuur dat besluit om vermenging van verschillende pensioenregelingen mogelijk te maken, waarmee risico- en vermogensoverdrachten tussen deze verschillende pensioenregelingen kunnen optreden, zou de naleving van de wettelijke eis tot evenwichtige belangenafweging kunnen compliceren. Een APF kan deze vermenging en te vermijden risico- en vermogensoverdrachten namelijk voorkomen.

DNB ziet in het bijzonder twee soorten van vermenging van naar hun aard verschillende pensioenregelingen waarbij goed onderbouwd moet worden of er niet sprake is van onevenwichtigheid indien deze regelingen gezamenlijk in één collectiviteitkring zouden worden uitgevoerd:

  • Een collectiviteitkring waarin zowel pensioenregelingen van het type Defined Benefit (DB) als van het type Collective Defined Contribution (CDC) voorkomen, ook al kwalificeren beide typen regelingen zich volgens de Pensioenwet als een uitkeringsovereenkomst.
  • Een collectiviteitkring waarin zowel pensioenregelingen met fiscale begunstiging van de premie-inleg voorkomen (alle gangbare basis- en de meeste excedent-pensioenregelingen) als regelingen voor welke deze fiscale begunstiging niet geldt (de zogenoemde nettopensioen-regelingen).