Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

18 juni 2018 Toezicht

Toezicht

De maatregel minimaal vereist eigen vermogen (maatregel MVEV) is een door pensioenfondsen te nemen maatregel om aanhoudend dekkingstekort te voorkomen.

De maatregel MVEV is opgenomen in artikel 140 Pensioenwet. De maatregel MVEV moet door een pensioenfonds worden toegepast als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds op zes achtereenvolgende (jaarlijkse) vaststellingsmomenten onder het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) ligt.

Artikel 140 Pensioenwet is van toepassing op beleidsdekkingsgraden die zijn vastgesteld vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet aanpassing financieel toetsingskader (nFTK) per 1 januari 2015. Dit is bepaald in artikel 220a, lid 7 Pensioenwet. De beleidsdekkingsgraad bij ingang van het nFTK wordt bepaald als de beleidsdekkingsgraad ultimo 2014.

Als de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds bij inwerkingtreding van het nFTK bijvoorbeeld lag onder het MVEV, is dit het eerste vaststellingsmoment voor de maatregel MVEV. Als op de vijf opvolgende vaststellingsmomenten de beleidsdekkingsgraad steeds ligt onder het MVEV (en op dat laatste moment ook de niet-gemiddelde dekkingsgraad onder het MVEV ligt), moet dat pensioenfonds de maatregel MVEV toepassen. De maatregel MVEV moet dan (in dit voorbeeld) binnen zes maanden na 31 december 2019 worden doorgevoerd, zodat het pensioenfonds daarna direct weer beschikt over het MVEV op basis van de niet-gemiddelde dekkingsgraad. Dit zal veelal betekenen dat het pensioenfonds een onvoorwaardelijke korting op pensioenrechten en –aanspraken moet doorvoeren.

Een pensioenfonds mag er voor kiezen, indien de de maatregel MVEV ingezet moet worden, de korting onmiddellijk door te voeren op de pensioenrechten- en aanspraken. Het doorvoeren (effectueren van de korting) mag echter ook worden gespreid over maximaal de gehanteerde looptijd van het herstelplan (veelal tien jaar). Het gaat hierbij wel om onvoorwaardelijke kortingen, dat wil zeggen kortingen die ook in de toekomst worden doorgevoerd ongeacht of de financiële positie beter of slechter wordt in de loop der tijd.

In het geval van spreiding van de korting hanteert een pensioenfonds bij het doorvoeren van de korting een gesloten systematiek. Dat betekent dat slechts de op het laatste vaststellingsmoment opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken in de korting kunnen worden betrokken en dus geen pensioenen die nadien zijn opgebouwd.