Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

15 februari 2011 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Welke eisen stelt de Nederlandsche Bank aan de gehanteerde actuariële grondslagen waaronder de overlevingskansen bij de waardering van de technische voorzieningen?

Antwoord:

De Nederlandsche Bank (DNB) verwacht van pensioenfondsen dat zij toereikende technische voorzieningen vaststellen. Daarbij voldoen de gehanteerde actuariële grondslagen aan de wettelijke eisen van actualiteit, prudentie en consistentie. Dat is zowel vooraf bij het nemen van beleidsbesluiten van belang als achteraf bij het afleggen van verantwoording via de verslagstaten.

Het pensioenfonds berekent de technische voorzieningen op basis van marktwaardering en de verwachte uitgaande kasstromen op basis van verwachte marktontwikkelingen (artikel 126, tweede lid, sub a, Pw, artikel 121, tweede lid, sub a, Wvb en artikel 2, derde lid, Besluit ftk). Dat houdt in dat het pensioenfonds de actualiteit niet veronachtzaamt, bijvoorbeeld als nieuwe relevante informatie beschikbaar komt over de toegenomen levensverwachting van de bevolking als geheel.

Het pensioenfonds bepaalt de omvang van de verwachte uitgaande kasstromen, die voortvloeien uit de tot de datum van vaststelling opgebouwde pensioenverplichtingen, op basis voor het fonds prudente sterftegrondslagen (artikel 126, tweede lid, sub b, Pw, artikel 121, tweede lid, sub b, Wvb en artikel 2, derde lid, Besluit ftk). Dat houdt in dat het pensioenfonds de voorzichtigheid niet uit het oog verliest bij de keuze voor de gehanteerde bevolkingstafel inclusief de voorzienbare trend in overlevingskansen alsmede de daarop aangebrachte correctiefactor(en) vanwege fondsspecifieke ervaringssterfte.

Het pensioenfonds betracht over achtereenvolgende jaren consistentie bij de waardering van de technische voorzieningen. Eventuele wijzigingen in de methode en grondslagen van de berekening van de technische voorzieningen zijn uitsluitend gerechtvaardigd als gevolg van een verandering van de juridische, demografische of economische omstandigheden die aan de hypothesen ten grondslag liggen (artikel 126, tweede lid, sub c, Pw en artikel 121, tweede lid, sub c, Wvb). Het pensioenfonds heeft de bewijslast dat de demografische omstandigheden voor de specifieke fondspopulatie (de zgn. ervaringssterfte), de gehuwdheidfrequenties en de kosten zodanig veranderd zijn dat een wijziging van de technische voorzieningen door middel van aanpassing van de fondsgrondslagen terzake gerechtvaardigd is. Het pensioenfonds voorziet door middel van een gedegen onderzoek naar de specifieke kenmerken van de fondspopulatie in deze bewijslast

 

sector

  • Pensioenfondsen