Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

04 juni 2018 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

DNB houdt toezicht op basis van de Regeling Oversight goede werking betalingsverkeer (hierna: de Regeling). Deze Regeling, die geldt vanaf eind 2015 en die berust op artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en artikel 26b van het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr), bevat de door DNB gestelde regels die banken, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen die 60 miljoen of meer girale betalingstransacties per kalenderjaar verrichten in acht dienen te nemen bij de inrichting van hun bedrijfsvoering om de goede werking van het betalingsverkeer te waarborgen. Door de sector zijn sinds eind 2015 vragen gesteld over de interpretatie en toepassing van deze Regeling. Hieronder zijn enkele antwoorden op deze vragen uitgewerkt, als guidance bij de interpretatie van de Regeling.

Antwoord:

Nadere uitwerking van enkele begrippen uit de Regeling

Welke betaalmethoden vallen onder de Regeling?
Alle betaalmethoden zoals die gebruikt worden in het massale girale betalingsverkeer vallen onder de Regeling. DNB verwacht van banken, betaalinstellingen en egi’s dat zij alle verschillende soorten betalingen op adequate wijze beheersen. Vanuit het risicogebaseerde toezicht ligt de focus van het toezicht van DNB op iDEAL en betaalautomaattransacties als tijdkritische betalingen en op de functionaliteiten om overschrijvingen en spoedbetalingen (beide via internet dan wel mobiel bankieren) in te kunnen dienen als niet-tijdkritische betalingen. Het creditcardproduct valt ook binnen de Regeling, maar vanwege o.a. het relatief geringe gebruik hiervan zal DNB zich daar niet primair op richten. Daarbij zal DNB vanuit risicoperspectief periodiek haar toezichtfocus evalueren.

Wat wordt bedoeld met het massale girale retailbetalingsverkeer?
DNB houdt hiervoor dezelfde definities aan zoals die gebruikt wordt voor de betalingsverkeerstatistieken Zie hiervoor het “Handboek Betalingsverkeerstatistieken” van DNB.

Deze Regeling heeft betrekking op het girale “retailbetalingsverkeer”, waarbij de vereisten van de Regeling van toepassing zijn op transacties die geïnitieerd zijn door particulieren. Het Handboek gebruikt als criterium voor het onderscheid tussen particulier en zakelijk het type betaalrekening waarop de debiteringen en crediteringen plaatsvinden. Leidend is daarbij hoe individuele banken hun particuliere en zakelijke klanten registreren.

Wat wordt verstaan onder een transactie binnen Nederland?
“Binnen Nederland” gaat over binnenlandse transacties. Het Handboek geeft aan dat een binnenlandse betalingstransactie een betalingstransactie is die geïnitieerd wordt door een betaler of door een begunstigde, waarbij de betalingsdienstaanbieder (betalingsdienstverlener) van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in Nederland bevinden. Het gaat daarmee niet om het land van residentie van de betaler of begunstigde zelf, maar om het betalingsverkeer tussen twee in het Nederlandse betalingsverkeer uitgegeven betaalrekeningen.

Beschikbaarheidsnormen

Welke vormen van onbeschikbaarheid moeten meegenomen worden in het beschikbaarheidscijfer?
De beschikbaarheidscijfers zijn bedoeld om inzicht te geven wat de feitelijke beschikbaarheid was. Dit betekent dat alle onbeschikbaarheid meegenomen moet worden, ook in geval van bijvoorbeeld uitwijktesten, rampen of calamiteiten. Een analyse van de oorzaken van onbeschikbaarheid door DNB zal een belangrijk onderdeel zijn bij het beoordelen van de redelijkheid en billijkheid van de onbeschikbaarheid uit hoofde de Regeling.

Wat zijn de tijden van het hogevraagtijdvak?
Volgens de Regeling is het hogevraagtijdvak het deel van een dag voor 00:30 uur en na 06:00 uur. Voor het product iDEAL wordt hiervoor een uitzondering gemaakt i.v.m. het nog intensieve iDEAL-verkeer tussen 00:30 en 01:00. Daarom is het hogevraagtijdvak voor iDEAL vastgesteld op het deel van de dag voor 01:00 uur en na 06:30.

Welke systemen dienen de instellingen mee te nemen in het bepalen van hun beschikbaarheidscijfers?
De beschikbaarheidsnorm geldt over de systemen in de keten waar de instelling voor verantwoordelijk is. De directe verantwoordelijk voor de transactieverwerking geldt vanaf het punt dat de instelling een betaaltransactie ontvangt.

Hoe dienen de beschikbaarheidscijfers gepubliceerd te worden?
Instellingen dienen minimaal hun beschikbaarheid voor iDEAL en betaalautomaattransacties over het hogevraagtijdvak en het lagevraagtijdvak te publiceren. Deze cijfers zijn gewogen driemaandsgemiddelden en worden uitgedrukt als percentage met minimaal twee decimalen. Uiterlijk elke 12e werkdag van de maand moeten deze cijfers geactualiseerd worden, zodat de gepubliceerde gemiddelden betrekking hebben op de laatste volledige kalendermaand en de twee volledige kalendermaanden daaraan voorafgaand. Bij publicatie dient minimaal de datum van publiceren vermeld te worden óf de specifieke driemaandsperiode waarop de gemiddelden betrekking hebben. De laatst gepubliceerde gemiddelden blijven minimaal gepubliceerd totdat er nieuwere set van vier gemiddelden wordt gepubliceerd.

Beschikbaarheidsnorm voor pintransacties

Voor betaalautomaattransacties wordt veelal gebruik gemaakt van een stand-in bij verstoringen. Moet het aantal betaalautomaattransacties dat tijdens stand-in wordt afgewezen vanwege een overschrijding van de stand-inlimiet worden meegeteld als onbeschikbaarheid?
Beschikbaarheid wordt in het kader van de Regeling beschreven in termen van uren per kwartaal, niet in aantallen transacties per kwartaal.

Hoe moet de beschikbaarheid voor betaalautomaattransacties berekend worden?
Bij betaalautomaattransacties gaat het op de tijd dat zowel de instelling zelf als de stand-in functionaliteit onbeschikbaar was. Zie hieronder voor de formule die gebruikt kan worden op de beschikbaarheid te berekenen.

Formule die gebruikt kan worden op de beschikbaarheid te berekenen

Beschikbaarheidsnorm voor iDEAL

Hoe moet de beschikbaarheid van iDEAL berekend worden?
Voor de berekening van de beschikbaarheidcijfers voor iDEAL is de hieronder beschreven aanpak van toepassing:

Aanpak berekening beschikbaarheidscijfers voor iDEAL

Toelichting:

  • BiDEAL = de beschikbaarheid in procenten van het betaalproduct iDEAL. Er bestaat een aparte BiDEAL hvt en een aparte BiDEAL lvt. Dat zijn resp. de beschikbaarheid in het hogevraagtijdvak en in het lagevraagtijdvak. Deze beide getallen zullen maandelijks gepubliceerd worden en betreffen dan de berekende beschikbaarheden in de voorafgaande drie maanden.
  • T = de tijd in minuten in de voorafgaande drie maanden.
    T(hogevraagtijdvak) is 18,5 *60 keer het aantal dagen in de voorafgaande drie maanden (elke dag bevat 18,5 uren in het hogevraagtijdvak, nl. tussen 06:30 uur en 01:00 uur).
    T(lagevraagtijdvak) is 5,5 * 60 keer het aantal dagen in de voorafgaande drie maanden (elke dag bevat 5,5 uren in het lagevraagtijdvak, nl. tussen 01:00 uur en 06:30 uur).
  • Σ(O) = de som van alle tijden in minuten in de voorafgaande drie maanden, dat het issuing domein onbeschikbaar was, ook weer opgesplitst in het hogevraagtijdvak en het lagevraagtijdvak. Daarin zijn alle totale onbeschikbaarheden en gewogen gedeeltelijke onbeschikbaarheden meegenomen. De eenheid van O is tijd.

Bij gedeeltelijke onbeschikbaarheid wordt dit meegenomen in de Σ(O). Daarvoor geldt de volgende formule:

Formule bij gedeeltelijke onbeschikbaarheid
  • Successratenorm = De normale successrate in een storingsvrije periode van de laatste drie maanden. Dit betekent het normale percentage van de door de consument geïnitieerde iDEAL-transacties dat leidt tot een succesvolle betaling. Als bron voor het bepalen van de succesratenorm kunnen de eigen acquiring rapportages van de banken zelf gebruikt worden (daarin is de successrate per issuer af te leiden).
  • Succesrategerealiseerd = de gemeten successrate tijdens een gedeeltelijke verstoring. Echter, indien een bank, gebaseerd op harde feiten, een betere methode heeft voor het berekenen van de gedeeltelijke onbeschikbaarheid, heeft de betrokken bank vanzelfsprekend de vrijheid om die betere methode te gebruiken.

Wat is de minimale meetnauwkeurigheid voor iDEAL?
De meetnauwkeurigheid moet minimaal 1 meting per minuut zijn. De instelling dient verder aan DNB aan te kunnen tonen dat zij een adequate meetmethode gebruiken.

Maximum hersteltijden

Geldt de eis van 2 uur hersteltijd ook bij gepland onderhoud voor changes en uitwijktesten?
De vereiste van maximaal 2 uur hersteltijd voor niet-kritische betaalopdrachten heeft betrekking op het kunnen indienen van een betaalopdracht, ongeacht het kanaal (internet, mobiel bankieren of welk ander kanaal dan ook) en ongeacht de oorzaak van de onbeschikbaarheid (dus bij gepland onderhoud of uitwijktesten net zo goed als bij ongeplande uitval of calamiteiten). DNB zal bij haar beoordeling van dergelijke overschrijdingen tenminste aandacht besteden aan (i) de totale onbeschikbaarheid mbt niet-tijdkritische betaalopdrachten, (ii) het aantal overschrijdingen van de maximale hersteltijd, (iii) de duur van dergelijke overschrijdingen, (iv) specifieke omstandigheden van dergelijke overschrijdingen.

Dochterondernemingen


Dienen dochterondernemingen ook te voldoen aan de Regeling?

Indien een dochteronderneming of een merk onder de vergunning van de (moeder-) onderneming girale betalingstransacties verricht, dient deze dochteronderneming of het merk te voldoen aan de Regeling. De transacties van de dochter tellen mee in het totaal aantal girale betalingstransacties van de moederonderneming.

Hoe moet een dochteronderneming de beschikbaarheidscijfers publiceren?
De dochteronderneming mag zelf haar eigen beschikbaarheidscijfer publiceren op haar eigen website. Dit kan ook meegenomen worden in het beschikbaarheidscijfer van de moederonderneming. In het geval de moedermaatschappij zelf geen klanten heeft, dient er op het niveau van de dochteronderneming gerapporteerd te worden.

sector

  • Banken
  • Beleggingsinstellingen
  • Elektronischgeldinstellingen